Category: actualiteit

Ventileren

Het is zomer 2018 en we hebben zojuist maar liefst 2 hittegolven op rij achter de rug. Dat is voor iedereen afzien. Hoewel het ene afzien het andere niet is. Ik zit in mijn oude auto, maar met een zeer goed werkende airco, en rijd van adres naar adres. Dus ja ik heb het ook wel warm maar het is te doen. Ik heb ook nog een Chilly’s fles die mijn water 24 uur koud houdt. Inderdaad, op het kantoor wat wij met 5 man bezetten is het na 1 uur ‘s middags geen feestje meer. We hebben geen ramen naar buiten en een collega heeft met 2 lange latten de plafondplaten een stukje opgetild zodat er in principe nog wat frisse lucht naar binnen kan. Alleen is die lucht ook warm want boven de plafondplaten zit een koepel van golfplaat. Om 1 uur pm is bij ons kantoor de lucht heel apart en in elk geval warm dus dan reis ik in de auto weer af. Even bijkomen.

Mijn klanten hebben het toch zwaarder. Hun huizen zijn lang niet altijd van goede kwaliteit, ze wonen best vaak 3 of 4 hoog onder een plat dak of in kleine huisjes die er al zolang staan, dat er eigenlijk geen goede ventilatie mogelijk is. Daar komt in de winter dan schimmel van, omdat men de ramen die wel voorzien zijn van een ventilatiestand, niet open wil zetten vanwege de stookkosten die dan te hoog zouden kunnen worden. En in de zomer is de ventilatiestand niet genoeg om de woning koel te krijgen maar hebben we regelmatig discussie over hoe dat dan geregeld moet worden.

“Ja ik heb dat van mijn ouders geleerd hoor!” zegt iemand fanatiek. “Alles dichthouden! Dan kan de warmte er niet in!” – Maar zet je ‘s avonds wel alles even tegen elkaar open dan? Dat het even door kan tochten en af kan koelen? Hij kijkt alsof hij water ziet branden. Dat gaat hij dus echt niet doen. Ventileren.

Tegen iemand anders, die zwetend en puffend op de bank ligt, roepend dat dit echt geen weer is voor een blanke, hij is op leeftijd, zeg ik: “Jij had toch een ventilator? Waar is die?” – In de slaapkamer. “Waarom zet je die niet voor je op tafel, dan heb je het wat koeler?” – Nog niet opgekomen. Hij haalt de ventilator meteen op en geniet van de koude lucht. Ah dat is beter! Ook hier zitten alle gordijnen potdicht, maar staat de achterdeur open zodat de kat in en uit kan lopen. En de warme lucht binnen kan komen en kan blijven hangen. De volgende keer dat ik kom, ligt de kat in een lekkere stoel met de ventilator op zich gericht en ligt de baas weer amechtig op de bank, roepend dat dat beestje het goed moet hebben en dat hij zich wel aanpast. Douchen doet hij met dit weer voor zijn doen vaak; 1 keer per week. En de keer daarna dat ik bij hem ben is de ventilator gevallen. Stuk. Story of his life. Hij bedenkt niet dat hij een nieuwe kan kopen.

Bij een volgende klant met dikke wallen onder de ogen, want al nachtenlang steeds wakker van de hitte en helemaal klaar ermee, gaan we samen een ventilator kopen bij de Media Markt. Er werden net nieuwe pallets aangevoerd en hij kon kiezen uit 2 modellen; eentje van 42 euro en eentje van 45 euro. Die van 45 euro was wat steviger, maar ja het scheelde 3 euro. Na een half uur was hij er uit, hij had advies gevraagd aan andere klanten en aan een medewerker en en passant nog even gemeld dat het maar mooi belachelijk was dat er geen showmodellen stonden. Waarop de medewerker laconiek meedeelde, dat hij geen tijd kreeg om die op te stellen, want zodra de pallets binnen waren werden ze leeg gesleept door de klanten.

Eigen foto, juli 2018

Toen ik de dag na nog eens kwam bij de MM was alles op… en bleken er in 2 dagen tijd 28 pallets doorheen gegaan te zijn… Maar hoe dan ook; toen we de ventilator, die van 42 euro, bij hem thuis in elkaar gezet hadden kon hij maar niet stoppen met roepen; “Wat een weelde!  Wat een weelde!” De volgende keer dat ik hem bezocht waren zijn wallen weg maar was de ventilator alweer een beetje gedeukt. Gevallen. “Is ook niet zo stevig eigenlijk he, zo’n ding?”

Het meest treurig word ik eigenlijk van de klanten die zo extreem verslaafd zijn dat elke euro die niet naar de dealer gaat in principe een verspilde euro is. Dat zijn de mensen die zich behelpen met een handventilatortje, totdat de batterijen op zijn en dan is het weer afgelopen, of die dan ‘heel goedkoop, van een vriend van mij’ een tweedehandsje kopen die bij nader inzien niet goed blijkt te zijn. Of gewoon stuk eigenlijk. Alsnog een tientje down the drain. Voor hen moest ik maar eens een ventilatorbank oprichten, zodat ik uit mijn voorraad tweedehandsjes bij een volgende hittegolf toch nog iets kan doen. Want gezond is het niet, de hitte. En zeker niet als je daar te weinig bij drinkt, te weinig koelt in huis en in een minder goede lichamelijke conditie bent. Ouderen worden gewaarschuwd voor dit soort hitte, maar mijn klanten zijn net zo kwetsbaar.

Wat ook nog kan gebeuren; ik vertelde een klant dat hij wel moest blijven ventileren, het was buiten 38 graden. Dat laatste had ik er niet bij gezegd. Ik kreeg een woeste reactie terug. Hoezo!!! Hij ventileerde om de haverklap en het hielp geen reet! Hij bleef maar opgefokt!! Het duurde even voordat we eruit waren. Hij moet in therapie steeds ventileren over zijn gevoelens. En dat helpt blijkbaar dus niet…

Vakantiegeld

Het waren weer tropenweken de laatste tijd. Eind mei en begin juni. Want het vakantiegeld was in aantocht.

In maart maken we plannen welke goeie dingen we allemaal met het vakantiegeld gaan doen. Een nieuw bed, een nieuwe bank, een werkende computer, de woning eindelijk eens verven, of Caran d’Ache kleurpotloden van bijna 100 euro kopen om weer eens te kunnen gaan tekenen op niveau. Dat is duur maar dat kan, want het vakantiegeld komt er immers aan. Vakantiegeld is hoop. Hoop dat het nou eindelijk eens doorgaat, die nieuwe bank, dat nieuwe bed, die kleurpotloden. We maken er harde afspraken over. ‘Ik wil 200 euro voor mezelf en de rest is voor een nieuw bed! Daar moet je mij aan houden!’

Begin mei beginnen mijn klanten al schulden te maken bij hun dealers. Want eind mei zal het schip met geld binnenvaren. Dealers zijn niet gek en meestal ook geen watjes. Zij hebben vaak wel een belang bij klanten die iets in debt staan. Je wilt je dealer niet tegen je hebben, of boos. Dan kun je niet meer poffen in nood. Goed beschouwd heb je dus al een lening afgesloten op je vakantiegeld.

Het UWV keert eind mei het vakantiegeld van de WIA, WW of Wajong uitkering uit, en zo ook de Sociale Verzekerings Bank met de AOW. De gemeentelijke uitkeringen volgen pas in de eerste week van juni. Dat alleen al levert mij veel telefoon op. WAAR BLIJFT MIJN VAKANTIEGELD!!! IEDEREEN HEEFT HET AL!!! Kun je bellen? Er is toch geen beslag gelegd? Want dat laatste kan gebeuren als iemand schulden heeft.

Hierna volgt de periode dat iedereen zijn vakantiegeld heeft. Bewindvoerders, budgetbeheerders en begeleiders krijgen de volle laag als we de klanten aan de in het voorjaar zo mooi gemaakte plannen willen houden. HET IS MIJN GELD!!! MIJN GELD!!! IK HEB ER RECHT OP!!! Knettergek worden we er van. Inderdaad begint het met een opname van 400 euro in plaats van de geplande 200 euro. Dat kan nog. Dan kun je van de rest nog steeds een bank of bed of dure potloden kopen. Maar na die 400 euro is het nog lang niet klaar.

Want het is voor mijn klanten toch een soort vakantie. Voor de één de enige periode in het jaar dat hij vrienden heeft en overal welkom is omdat hij geld heeft en iedereen mee laat delen, voor de ander omdat hij onbeperkt cocaïne kan roken en niet door geldgebrek gedwongen is weer ‘op de bank voor zich uit te zitten staren omdat ik niks heb’. Een volgende klant wordt standaard ieder jaar eind mei uitgenodigd bij een verslaafde tweeling; zij willen ineens gezellig iets drinken en roken. Financieel uitgemergeld komt hij in juni weer tevoorschijn. Maar als ik hem wijs op de toch wel heel selectieve vriendschap (ongeveer van 23 mei tot 6 juni ieder jaar) kan hij flink boos worden. Helemaal niet waar. Gewoon gezellige dagen gehad. En een terugval maar dat heeft hij er wel voor over. Bovendien, ik ga toch naar Griekenland en Turkije, mag hij dan ook even?

Eind juni is het leed bijna geleden en hebben we nog wat naweeën. Doordat veel klanten ineens weer meer zijn gaan gebruiken, is het lastig om dat af te bouwen en worden er nog steeds schulden gemaakt waardoor het leefgeld eerder opgenomen wordt dan afgesproken. Wat vervolgens tot problemen gaat leiden want geen eten en dat kan al helemaal niet en we zijn weer terug bij ‘HET IS MIJN GELD! ALS IK DAT EERDER WIL HEBBEN DAN MOET IK DAT HEBBEN! KAT/HOND/KONIJN/RAT/IK GEEN ETEN! KAN NIET! IK KOM ER WEL EVEN AAN!’

Inmiddels heb ik geleerd om altijd een paar tientjes te verduisteren door het jaar heen, waar dat zo uitkomt. Dat komt geweldig van pas in deze periode van het jaar. En in juli is het weer klaar. Weten dat er geen geld meer is geeft over het algemeen rust. Veel rust.

Maar jammer van die mooie plannen… gelukkig hebben we Goudgoed.… komt dat bed, die bank, die computer er toch nog wel. Maar die Caran d’Ache kleurpotloden… dat blijft een hoopvol voornemen…

 

 

Quotes uit de bemoeizorg #4

Erg Cocks? Dat moest ik opzoeken. Ik heb het wel eerder gehoord en in verband met christelijk zijn, maar wat is dat eigenlijk voor uitdrukking? Het blijkt over Hendrik de Cock te gaan. Smerige Koksen, zoals wel gezegd werd. Hij brak met de Hervormde Kerk en vond de Gereformeerden uit, streng in de leer. Koksen.

En verder? Gaat de tippelzone op 31 maart 2019 na 21 jaar sluiten en moeten alle vrouwen ‘uitstappen’. Iedere vrouw heeft een eigen casemanager en een ‘aanjager’ om alles te laten samenwerken. Laten we hopen dat het werkt. As for dit tegeltje kwam het opnameplan even uit de lucht vallen en was dit de eerste spontane reactie van  mijn cliënte, waar ik al een tijd  mee samenwerk en die zich nooit geneert alles wat ze denkt er maar uit te gooien. Dat is mooi aan haar.

Dat zij zich zou prostitueren herkent ze nauwelijks. Eigenlijk alleen als ze, overigens zonder het verplichte pasje, af en toe aanwezig is op de Bornholmstraat. Wat thuis gebeurt ziet zij heel anders. Uitstappen is voor haar geen doel, onderdak wel. Voor de casemanager, de aanjager en de burgemeester telt alleen het uitstappen. Hoe gaat dat als zij, uitgestapt en wel, met een nieuw onderdak opnieuw veel ‘goede vrienden’ over de vloer heeft waar zij wel eens een dienst aan wil verlenen en zij haar daarna een tientje geven om coke te kopen? Is ze dan nog steeds uitgestapt want niet meer op de tippelzone, of is dat dan een vorm van thuisprostitutie die zich aan de openbare orde onttrekt?

Hoe zou ik het haar gunnen als het lukte, die opname en het beloofde onderdak wat dan aansluitend geregeld zal worden; ‘Ik hoef daar maar 5 of 6 weken te blijven, dat is te doen!’ zegt zij blij. En hoe zou ik haar een volgende mislukking niet gunnen. Voorbereiding is het halve werk. Ook op dat je zelf best iets moet doen in een opname. En dat het geen kwestie is van ‘dan zit ik wel even een paar weken met de handjes bij elkaar te bidden als ik dan onderdak heb daarna’.

Want ze zijn ‘daar’ wel degelijk Cocks. En dat stoppen met roken zal er dan ook van moeten komen. Ik ga voor haar duimen tot ik erbij neerval.

Naschrift: ik werd op de dag van opname gebeld uit het westen van het land. Mevrouw was meteen weer vertrokken en het had nog de nodige moeite gekost om haar van het hoofdkantoor naar de afdeling te laten komen om minimaal een rondleiding te krijgen.

De reden? Men was vergeten te vertellen dat het om een gesloten afdeling ging. Dat deed haar teveel denken aan al die andere gedwongen opnames. Had dat even van te voren gezegd… dan had zij vooraf een afweging kunnen maken en kunnen kiezen al dan niet akkoord te gaan… eigen kracht weet u nog… dat houdt ook zelf mogen beslissen op grond van de juiste informatie in…. jammer. 

Holy Moly Privacy

De zorg is een werksoort, waarin privacy van zeer groot belang is. Je wilt bijvoorbeeld niet dat je in een sollicitatiegesprek geconfronteerd wordt met medische informatie die je zelf liever niet had willen vertellen en die je ook niet op Facebook, Twitter of Instagram had gezet. Of dat je baas gewoon kan bellen naar de huisarts of een ziekenhuis om even te informeren wat er nou precies aan de hand was toen je je die week laatst ziek gemeld had, om daar vervolgens consequenties aan te kunnen verbinden.

Maar we zijn een beetje doorgeslagen met zijn allen met die privacy. Zo kon het gebeuren, dat ik bij een cliënt in het ziekenhuis was die een ernstig ongeluk gehad had. Hij was zelf niet in staat om zijn zaken te behartigen of informatie te geven want hij lag in coma. De politie had na veel speurwerk een paar familieleden gevonden waar hij geen contact meer mee had. Het ene familielid zei dat hij wel 1e contactpersoon wilde zijn maar niet in het ziekenhuis wilde komen, het andere familielid zei dat hij wel 2e contactpersoon wilde zijn maar verder geen belang had bij informatie over hoe het ging. Ze werden genoteerd. De vriendin van mijn cliënt en ik stonden dagelijks aan zijn bed. Vragen over zijn toestand werden niet beantwoord. Wij mochten namelijk niet weten hoe het nu precies met hem ging, want wij waren geen contactpersonen. Wij moesten de 1e of de 2e contactpersoon maar bellen om te horen hoe het ging. Maar aangezien niemand van elkaars bestaan wist, of nummers van elkaar had, of een mailadres, ging dat niet werken. De verslavingszorg kreeg de informatie wel als ze langs kwamen, want BIG geregistreerd (denk ik) maar zij mochten mij en de vriendin van de cliënt de informatie ook weer niet doorgeven vanwege de privacy. Het kwam er op neer dat de verpleegkundige van de VNN beter op de hoogte was van de stand van zaken dan de partner. Heel naar.  Ik zag ook wel dat de verpleging het ingewikkeld vond maar het protocol was het protocol. Toen ik uiteindelijk nogal boos vroeg wie er nu precies iedere dag aan het bed stonden, die familie of wij, heeft men het aangedurfd om andere keuzes te maken. We werden 1e en 2e contactpersoon. Daarmee mochten we meepraten over het verder te voeren beleid. Dat was pas na een dag of 5 en de cliënt was toen in levensgevaar. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurd was als er niemand aanwezig geweest was op de bespreking met als onderwerp of verdere behandeling nog medisch en ethisch verantwoord was of niet. Of als dat overgelaten had moeten worden aan een verpleegkundige van de verslavingszorg die heel betrokken was, maar de cliënt en zijn partner niet persoonlijk kende. Horror. Maar ja holy privacy.

Bel op een willekeurige dag de sociale dienst om te vragen hoe het gesteld is met de aanvraag voor bijzondere bijstand, in dit geval voor rechtsbijstand. Ik had de aanvraag zelf ingediend, met een toelichting. Ik kreeg geen antwoord op de vraag hoe lang het nog duurde voor er antwoord zou komen. Want meer hoefde ik niet te weten. In dit soort gevallen moet ik in verband met de privacy samen met de cliënt bellen zodat hij kan zeggen dat ik mag weten hoe lang het nog duurt. Want zelf heeft hij weinig idee van de vraag die hij moet stellen en overigens ook niet genoeg beltegoed om te wachten tot hij aan de beurt is in de wachtrij.

Deurwaarders gaan heel verschillend om met de privacy policy. De meesten geven antwoord als ik om een overzicht van de schulden vraag. Want dat is in hun belang. Misschien is er immers een regeling te treffen. Maar ik heb ook wel gehad dat men niet eerder antwoord wilde geven dan dat er een geschreven en door de cliënt ondertekende machtiging gemaild was. Hebben wij niet allemaal hetzelfde belang? Zorgen dat de rekening betaald wordt en de cliënt uit de zorgen raakt? Waarom zou je mij niet vertrouwen als ik namens Werkpro bel? Maar dat is niet het issue. De klant moet zeggen dat het ok is. Kan hij dat niet, bijvoorbeeld omdat hij in coma ligt of in de gevangenis zit, dan is het jammer. Geen informatie.

Ik snap het gewoon niet. We zitten in een tijdperk waarin de smartphone het nieuwe roken is, en waar iedereen constant informatie op bekijkt die het leven vaak makkelijker maakt. Als ik even iets opgezocht heb over een vakantie, een telefoonhoesje of kleding, krijg ik weken daarna nog reclames over precies die onderwerpen. Gepersonaliseerde reclames. Iemand zit mee te algoritme-en over mijn interesses. Vast een computer, maar die wordt uiteindelijk toch ook weer slimmer gemaakt door een mens. Ergens kijkt een persoon mee. Vermoed ik. Hoezo privacy dus. En de meesten van ons vinden dat normaal.

Werk je echter in de zorg, en dan vooral zonder BIG registratie of behandelstatus, dan kun je eigenlijk alleen nog maar informeren naar de stand van zaken met de cliënt erbij. Dat snap ik op zich ook wel maar vrijwel al mijn cliënten, de ik al lange jaren ken, zeggen dan aan de telefoon dat ik toch alles al van ze weet en dat ze graag willen dat ik het woord voer namens hen. Onlangs moest ik 2 keer een half uur rijden, Groningen – Appingedam, omdat het CBR van mijn cliënt in 20 seconden wil horen dat ik de zaken mag regelen. Duur uurtje voor de cliënt want ze had een PGB. Ik heb anderhalf uur op moeten schrijven voor nog geen halve minuut werk. Had ik het vanaf mijn kantoor zonder haar kunnen regelen, dan had ik nog geen half uur gedeklardeerd zoals een andere cliënt het noemt.

Mensen! Gezond verstand! Maak een afspraak over een standaard machtiging die de cliënt kan tekenen en die ik door kan scannen zodat we er voor altijd vanaf zijn. Die machtiging wil ik graag kunnen downloaden van een site van de overheid en overal kunnen uploaden zodat ik niet weer hoef te bellen dat ik het document ga mailen om vervolgens weer het volgende te horen:

Is de cliënt bij u? -Nee, ik wil alleen een toestemmingsformulier doormailen maar ik weet niet naar wie.

Maar dan kan de cliënt geen toestemming geven dat u dit mag vragen. -Nee.

Sorry dan kan ik u niet verder helpen. Wilt u terugbellen met de cliënt samen? -Tuut tuut

Ik trek het nu een beetje in het belachelijke maar op zich zou dit heel goed kunnen voor vallen. Privacy is belangrijk. Maar in noodsituaties, zoals mijn cliënt die in coma lag, moet het gezond verstand toch echt even voorrang hebben. Als het aan de oorspronkelijke 1e en 2e contactpersoon gelegen had, was hij nu waarschijnlijk dood geweest. Want zij kenden hem niet meer en wilden niet overleggen met de artsen. Die artsen wilden het opgeven wegens zinloos medisch handelen.

Ware het niet dat hij net die dag zijn hand bewoog en even zijn ogen opende. Om daarna weer in de coma terug te vallen. Ware het niet dat zijn vriendin en ik net de dag ervoor gepromoveerd waren tot 1e en 2e contactpersoon en we namens hem aan konden geven wat hij zou willen. Pff close call.

Professioneel contact

# professioneel: 1. van beroep 2. aan het beroep eigen 3. (als) van een vakman; een professionele aanpak (Van Dale online)

# contact: 1. aanraking, verbinding, voeling, in contact komen (met) 2. onderlinge aanraking van elektrische geleidingen (Van Dale online)

#professioneel contact: geen zoekresultaten gevonden (Van Dale online)

#onprofessioneel: geen zoekresultaten gevonden (Van Dale online) en na enig zoekwerk op Dutch Woordenboek online gevonden; onbetamelijk van een professioneel; vandaar ongepast op de werkvloer (onprofessioneel gedrag).  Dus: werken op een niet vakkundige manier, om het even plat uit te drukken.

Kijk dat is gek hé? Onze zorgwereld loopt over van de term professioneel contact. In elk werkplan, jaarplan, visie, whatever, kun je deze term vinden. Maar in de online van Dale, toch een professional op woordenboekgebied, bestaat deze combinatie van termen niet. Als ik het woord professional intyp, krijg ik als antwoord; ‘iemand die een tak van sport als beroep beoefent.’

Merkwaardig. Ik krijg over het algemeen vrij snel het predicaat onprofessioneel opgelegd door mensen die het beter weten dan ik. Ik begrijp dat wel. Ik heb sinds jaar en dag de gewoonte om eerst eens contact te maken met een cliënt, bezoeker, deelnemer of hoe we iemand maar noemen. Het bevalt me heel goed eigenlijk. Ik lees op voorhand geen dossier. Ik ga eerst eens een praatje maken, stel me voor, kijk de ander eens goed aan, leg uit dat ik ook zo mijn beperkingen heb in wat ik wel en niet kan regelen, dat ik het prettig vind als iemand het zegt als ik het niet goed doe en dat ik het ook niet erg vind als we een keertje ruzie hebben. Zolang we daar maar op terug kunnen komen. Het is tenslotte niet niks waar mijn cliënten, bezoekers of deelnemers voor staan in hun leven en als ik dan nog met de klompen in het spul kom kan het best even botsen. Moet je even aan elkaar wennen.

Ik had een tijd geleden een cliënt, bezoeker, deelnemer, die voor mij onbegrijpelijke taal uitsloeg. Als ik een half uur met hem gesproken had, waren we allebei boos. Ik omdat ik nog geen 5 minuten van die tijd begrepen had waar het over ging en hij zo breedsprakig was en steeds dingen herhaalde die ik niet begreep en waar ik gezien de tijd niet op doorvroeg, hij omdat hij vond dat hij niet uit mocht praten en hij zich daardoor niet serieus genomen voelde. Ik begrensde hem namelijk steeds in al die breedsprakigheid zonder dat ik wist wat hij nou precies wilde zeggen en daar kreeg hij dan de smoor over in.

Maar op een bepaald moment werden we dikke mik. Ik begreep namelijk, toen ik even professioneel ging zitten nadenken, dat ik hem tijd moest geven.  Tijd die ik gewoon voor hem kon nemen. Tijd om aan mij te wennen, tijd om zijn onopgeruimde huis te durven laten zien, tijd om contact te durven maken, tijd om samen dingen te beleven waarin hij hopelijk het idee had dat hij wat had aan mijn aanwezigheid. Tijd om een grapje te maken, hem een oeverloos verhaal te laten vertellen, tijd voor mij om te begrijpen hoe lastig en stressvol het eigenlijk voor hem is om zijn dagelijkse taken tot een goed einde te brengen. Zonder daar de nadruk op te leggen. Hem eens voor te zijn en hem zonder dat hij erom hoeft te vragen (wat hij niet doet want dat is totaal niet cool) naar zijn nieuwe dagbesteding te brengen, die ver van zijn huis is. Net zo lang totdat de reis er naar toe ingesleten is en hij het weer zelf kan. Service van de zaak. De ene keer dat het mij niet lukte met het vervoer en hij zelf een poging waagde, eindigde hij vloekend en tierend op mijn voicemail op een heel andere plek als waar hij moest zijn. Het was nog te vroeg en te snel. Hij wil het graag zelf kunnen. Hulp accepteren is moeilijk maar als het ook nog wel eens gezellig is, is het te doen.

Op het moment dat ik begreep dat alleen kalmte, geduld, belangstelling en doorvragen mij kon redden, zodat ik mij niet meer ergerde, was het klaar. Hij had niet meer het gevoel dat hij niet uit mocht praten, werd niet meer boos omdat ik hem onderbrak, we gingen samen werken. Vanaf dat moment hadden we contact, verbinding. Als hij mij in zijn agenda liet zien wanneer hij zich duizelig voelde in de stad en daar in mijn vertaling zeer angstig van werd, vond ik zijn opmerking in die agenda,  ‘duizelingen van geest’  prachtig. Dat voelde hij aan mij en dat mijn opmerking erover oprecht was. Dat is ook contact. Daardoor durfde hij meer te vertellen over zijn angsten, gepieker in de nacht, de angst om ‘s ochtends niet op tijd te zijn voor zijn afspraken, of na een wijziging bij de verkeerde methadonpost te staan. Door contact was hij iedere keer weer blij als ik hem ‘s ochtends herinnerde aan een afspraak. Of we gingen lekker samen. Zodat hij met zijn vergeetachtige hoofd wat minder zorgen had of hij het nou wel goed had en of hij op de juiste datum op de juiste plek was. Als ik hem ‘s ochtends op ging zoeken om half 10 was onze afspraak dat ik hem om 9.00 vast even wakker belde. Vaak gebeurde het dat hij vroeg waar we die dag heen moesten. Ook als we nergens heen moesten. Stel je dat maar eens voor. Dat elke dag weer nieuwe verrassingen brengt, en niet altijd aangename, omdat je hoofd niet meewerkt.

Mijn contact met deze cliënt, bezoeker, deelnemer, was en is niet persoonlijk. Ik zie hem niet in mijn vrije tijd en daar heb ik ook totaal geen behoefte aan. Dat zou ik dan weer onprofessioneel vinden. Een beetje afstand houden in je werk in de zorg, daar kun je niet zonder. Zonder dat wordt je ingezogen in de problemen of de systemen en kun je niet meer oordelen wat goed is. Zonder die afstand word je vroeg of laat overspannen.

Maakt dat mijn contact met deze cliënt, bezoeker, deelnemer, dan professioneel? Volgens het woordenboek bestaat dat niet. Volgens mij bestaat het wel.  Mijn niet zaligmakende definitie van een professioneel contact is de volgende:

‘Een professioneel contact bestaat uit een samenwerking tussen begeleider en klant. Beiden hebben na verloop van tijd overeenstemming over dat het contact wenselijk en zinvol is. In het contact is ruimte voor persoonlijke uitwisseling; een grapje, een meningsverschil wat bijgelegd gaat worden, verdriet, onzekerheid, elke emotie die zich voordoet mag er zijn. De begeleider zorgt ervoor dat er grenzen zijn in hoe persoonlijk een contact mag zijn en bewaakt hiermee de veiligheid voor zowel cliënt als begeleider. Een professioneel contact gaat uit van contact en verbinden, veilig zijn, de basis waarin mensen elkaar wederzijds durven te vertrouwen’.

Als onprofessioneel werken betekent dat ik niet vakkundig zou zijn dan klopt dat niet. Wel doe ik iets wat geheel tegen de tijdsgeest indruist. Ik werk niet met geprotocolleerde intakes waar door de computer besloten wordt wat de beste behandeling is (en liefst de goedkoopste) en ik doe niet aan beslisbomen of gestandaardiseerde vragenlijsten.

Ik maak contact. En echt niet altijd omdat ik dat zo leuk vind. Maar wel omdat het broodnodig is. ‘Hee hoi. Ik zie je hier net lopen, je trilt bijna van het Eemskanaal af. Kan ik iets voor je doen?’ Die vraag is spontaan en gemeend. En is niet voorafgegaan door een beslisboom waaruit blijkt dat we niets voor deze persoon kunnen doen. Het is in mijn ogen een professionele vraag met mededogen. Maar mededogen zit niet in een beslisboom of de computer dus dan ben je al snel….