Category: heroine

Girl Power

Een tijd geleden ontmoette ik Pietie. Ze kwam destijds zowel in de gebruiksruimte als op het Straatprostitutieproject. Haar faam was haar al vooruitgesneld, want ik hoorde in de jaren ervoor haar eveneens verslaafde broer vaak over haar praten. Ze verbleef altijd in het westen van het land, totdat ze besloot terug te komen naar het noorden. Pietie was aangenaam verrast dat ik haar broer bleek te kennen en was meteen enorm hartelijk tegen me. We vonden elkaar aardig.

bron: www.nsmbl.nl

Maar wat deed die meid vaak moeilijk… was er weer wat gejat, dan gingen onze blikken als vanzelf naar haar. Ze had een Modus Operandi zullen we maar zeggen. Dan was er een halve poster weg bijvoorbeeld, want zo deed ze dat dan. Zo sneu om meteen de hele poster mee te nemen, was misschien haar redenering? Of er zat weer iets muurvast op een bar of tafel geplakt, dan wisten we genoeg. Er was er maar één die altijd met een flesje lijm voor van die plaknagels rondliep. Ze heeft mij ook wel eens zo’n nagel opgeplakt, die ik er met geen mogelijkheid meer afkreeg, heel lastig met typen, maar ja het was lief bedoeld. Ze dacht dat het mij wel leuk zou staan en met eentje kon ik het een beetje uitproberen. Ik heb er een week mee rondgesjouwd voor hij eindelijk losliet.

Pietie was ook de vrouw van de overdosis. Meestal een combinatie van benzodiazepines (slaappillen) met een lekker shotje heroïne en nog wat cocaïne basen om het af te maken. Ze ging dan bij voorkeur niet comfortabel aan een tafel zitten, maar spreidde de inhoud van haar tassen op een bank of in de rokersruimte om zich heen en ging aan de slag. Vaak heb ik bij haar gezeten om haar wakker te houden, en als dat lukte, had zij meestal een diefstal te melden, want dan was haar coke weg. Of haar dope. Ze wist dan niet meer dat ze het allang op had.

Als ik boos op haar was, hadden we echt ruzie. Zoals die keer dat op de eerste dag dat de net nieuw verbouwde gebruiksruimte open was ze meteen een ornament op de nieuwe tafel geplakt had. Ze wilde zich ook gewoon die ruimte wat eigen maken, dat snapte ik wel, maar toch was ik boos. Pietie  moest van mij ogenblikkelijk dat ding van de tafel halen. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Het was weer die nagellijm. Het lukte uiteindelijk met een mes van een andere aanwezige client. De volgende dag kwam ze binnen, weer nuchter, zag mij en ik vreesde al dat de ruzie zich voort zou zetten. Want ze was die vorige dag echt kwaad, hoewel ze dan nooit ging schelden, dat moet ook gezegd.

Maar nee, bijna met open armen liep ze naar me toe met oprechte excuses. Zo oprecht, dat het ook allang weer klaar was voor mij. En ik moest even stil staan bij mijn boze reactie. Want van wie was die tafel nu eigenlijk? Van de gebruikers ervan. Niet van mij. Pietie en ik leerden van elkaar als het zo uit kwam. Dat spraken we nooit uit maar het was wel zo. Tussen de slokken koffie vertelde ze over haar tijd op de baan in een andere stad, waar veel travestieten rondliepen. Zij kreeg ook wel eens de vraag of zij er soms eentje was, want ze is groot en heeft (volgens haarzelf) worstenvingers. Heel vrolijk vertelde ze, dat ze die man gevraagd had wat hij nou zelf dacht. Of hij nou echt dacht, dat omdat zij een beetje groot was, ze een man was? Nee, de man had het uiteindelijk niet gedacht en er waren ook zaken gedaan. Ik vond het zo’n kwetsing voor haar. Zij zelf denderde gewoon vrolijk door na zo’n verhaal.

Op een bepaald moment was ze aangereden, het ging net wat beter allemaal, ze gebruikte wat minder en had een kamertje. Ineens aangereden door een auto, samen met nog een fietser, een moeder met een kind. Pietie had het drukker gehad met de andere slachtoffers dan met zichzelf, maar had ook een dikke enkel. We besloten dat ze naar het ziekenhuis zou gaan met een collega, die net op het goede moment binnenkwam en tijd had. Geen auto, wel een fiets maar die had Pietie niet meer dus ze gingen lopen. Pietie was blij dat ze niet alleen hoefde en fluisterde me toe, dat het maar goed was ook. Want anders zou ze toch niet gegaan zijn. Ze bedacht dat ze dan meteen wel even de pen uit haar andere been kon laten halen, die had er al vijf jaar geleden uit gemoeten. Dat begon nu ook wel pijn te doen en ze kon de pen voelen prikken als ze aan haar been voelde. “Krijg ik dan ook de zomeractie? Twee voor de prijs van één?” Ik adviseerde haar om in elk geval haar bonuskaart maar mee te nemen voor je weet maar nooit. In het ziekenhuis bleek de enkel zwaar gekneusd, ze mocht er een week niet op lopen. Dat zal zeer gedaan hebben bij het hele eind lopen van de binnenstad naar het UMCG, maar van Pietie geen kik.

Pietie heeft geen makkelijk leven achter de rug, en ook niet voor de boeg denk ik. Maar Pietie heeft Girl Power. En Powergirls redden zich ook altijd wel, tenminste dat is de algemene opinie. Ook van ons hulpverleners. Totdat Pietie op een bepaald moment een overdosis teveel neemt. Dan hoop ik dat ze haar entreeticket voor boven op zak heeft. Maar zo niet, dan vindt ze er wel wat op.

Minsen binn’n gain moezen; een pil tegen verslavings?

IMG_4395

Bron: Joop van Gilsdonk, 2005

Joop van Gilsdonk, inmiddels gepensioneerd verslavingsarts bij de AVG en bij VNN, wist het al jaren; de omgeving speelt een hele grote rol in het onderhouden van een verslaving. Om dat duidelijk uit te leggen, had hij het Muizenverhaal. Op zijn afscheid van de verslavingszorg heeft hij het alle aanwezigen cadeau gedaan.

De strekking van het verhaal: zet twee muizen in een laboratorium en maak ze verslaafd. Verhuis dan één muis naar een ander lab en geef hem  de dosis heroïne waar hij inmiddels aan gewend is. Die muis denkt kennelijk, dat hij hele goede kwaliteit dope binnen krijgt en reageert veel heftiger op zijn dosis dan voorheen, terwijl de muis die nog in de oude omgeving zit niks bijzonders merkt aan de dagelijkse hoeveelheid.

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar hoe dat kan; dezelfde hoeveelheid drugs die in een andere dan de normale omgeving als veel heftiger beleefd wordt. Daar zijn zelfs mensen aan dood gegaan. Het is een evidence based verhaal, inmiddels.

Een Groninger die jaren clean is en weg uit de stad, kan weer ontwenningsverschijnselen krijgen, letterlijk, bij het weerzien van de Martinitoren in Stad. Of bij het adres Herebinnensingel 35, waar ooit de gebruiksruimte floreerde als warme plek voor dak- en thuisloze overlast gevende harddrugsverslaafden; en waar harddrugs gebruiken eigenlijk een voorwaarde was. Of bij een hartelijk weerzien met mij, hun oude begeleidster, maar ook degene die in de gebruiksruimte de spuiten of de folie aangaf en soms wel eens wat geld leende voor een pakje shag c.q. een pakje van de dealer.

Het is zoals het is. Joop zegt er in zijn boekje over: ‘afkickziek zijn heeft alles te maken met de omgeving waarin men verslaafd is geraakt. En ook de tolerantie – onlosmakelijk verbonden met de afkickziekte – kan niet los gezien worden van de omgeving.’ Dat betekent dus ook, dat motivatie om clean te worden wellicht minder belangrijk is, dan bijvoorbeeld omgevingsfactoren. Dat is een belangrijk verschil als je mensen effectief wilt behandelen voor hun verslaving. Het verhaal van Joop komt uit de tachtiger en negentiger jaren. De jaren van de heroïne epidemie en de nasleep ervan. In de nasleep zijn veel verslaafden minder heroïne gaan gebruiken, ze kregen methadon, maar meer coke en/of alcohol. Verslaving blijft verslaving. Terug in je oude stad, in je oude wijk, bij alles wat ooit associeerde met verslaving; het blijft triggeren en trekken.

Maar er is hoop. Er is een pil ontdekt die eigenlijk bedoeld is om hoge bloeddruk tegen te gaan. Maar hij heeft als wonderlijke en fijne bijwerking, dat de herinnering aan verslaving, gewist lijkt te worden. Vooral bij alcohol- en cocaïne verslaving lijkt de pil werkzaam.

Dat is handig. Want niet herinneren, is niet langer getriggerd worden door al die ouwe memories. En zoals Joop dat ooit al zei, zijn die memories, in je systeem en in je lichaam, het grootste risico op terugval. Dus iemand die wil stoppen, kan voor een korte opname naar de kliniek; vervolgens deze pil, Isradipine, er in en klaar ben je.

Wishfull thinking of werkelijkheid? Wie durft?

 

Boek in oprichting: de heroïne epidemie

Heroine

Bron: www.drugsforum.nl

Via een interessant artikel in het NRC van 23 juni 2015, over heroïne overlevers in Amsterdam, stuitte ik op het in mijn ogen nog interessantere onderzoek wat momenteel gedaan wordt door Gemma Blok, een onderzoekster met hart en ziel als ik haar artikelen doorneem.

Gemma wil een boek schrijven op grond van de verhalen van de heroïne verslaafden uit de jaren 70 en 80 die dat overleefd hebben. Dan mag je wel opschieten, constateert ze zelf ook in het artikel ‘Waarom spoot Jan en alleman zich kapot?’ uit het Parool van 26 januari 2015. Want de gebruikers uit die jaren, laten we zeggen dat ze toen tussen de 18 en 40 jaar waren, zijn nu 45 jaar ouder.

Hierbij de link naar de site over de heroïne epidemie uit de jaren 70 en 80 die in Nederland destijds rondwaarde. Zeer de moeite waard om in rond te bladeren. En wie kent heroïneverslaafden uit die jaren die zich willen laten interviewen?

Push berichten van uw dealer

Het blijkt te bestaan. Dealers die hun cliëntenkring dagelijks even berichten over de handel van de dag. Ik vond het een mooie nieuwe wetenswaardigheid, ik had er nog nooit eerder van gehoord. En Murad blijkt niet de enige te zijn die actief achter de handel aangaat; wellicht zelfs productie moet leveren want het is toch overal hetzelfde, of je nou in de zorg werkt, bij de politie, bij de bank of als ZZP-er.

Murad is wel de enige die er een gezellig bericht van maakt. Je krijgt eigenlijk meteen zin om hem te bellen.

image

Murad is niet zijn echte naam, zei mijn bron. Die mag je rustig bloggen. #thanx

En zou hij dat met die melk bedoelen als een afleidingsmanoeuvre voor de politie? Als hij per ongeluk gepakt wordt en hij dan kan zeggen, ja nou het gaat toch gewoon over melk en iets donkers? Dat kan toch koffie zijn? Goed spul en snelle service kan ook van alles inhouden. Nee Murad die pak je zo gauw niet op dealen en een pushbericht heeft tegenwoordig ook een hele andere betekenis dan het vroegere pushen (opdringen) van drugs.

1 minpuntje waar Murad aan zou kunnen werken; toen mijn bron hem belde om iets te bestellen, wist hij zo gauw niet wie hij aan te telefoon had en moest zij uitleggen dat hij haar toch de hele tijd berichten stuurde. Dat vond ik voor verbetering vatbaar.

Hoe snel de leverantie plaatsvond heb ik niet afgewacht.

Het brood en het beleg

Kerstmis 1979. Aan de Visserstraat in Groningen, een ‘drugsaanloophuis’, wordt voor het eerst methadon verstrekt. Jan Visser is erbij. Hij is in dienst gekomen van de Groningse GGD om een methadonpost op te zetten, die in het voorjaar van 1980 officieel geopend zal worden in een pand aan het Damsterdiep. Heroïneverslaafden, straathoek- en opbouwwerkers ijveren dan al jaren bij de gemeente voor methadonverstrekking aan  langdurig verslaafden. Een arts en twee verpleegkundigen (waarvan Jan er één is) bemensen de methadonpost.  



Het Damsterdiep in 1980
(Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl)
Jos is er één van de eerste klanten. Hij is nog maar 16, maar al hevig verslaafd aan heroïne. Hij werd doorverwezen door het CAD en ziet de methadonverstrekking als een manier om gemakkelijk aan z’n dagelijkse dosis te komen. “Voor veel verslaafden was methadon het brood; het beleg scoorden we er zelf bij”, zegt Jos. 

Jan leert zijn cliënten goed kennen. “Ik zag mijn klanten dagelijks, er ontstond met de meesten van hen een band. We wilden ook niet boven, maar naast onze cliënten staan. Maar voor confrontaties en zelfs geweld ging ik niet uit de weg. Vooral de mensen met persoonlijkheidsstoornissen waren pittig. Die hebben nergens respect voor, ook niet voor zichzelf”, zegt Jan.  

Met zijn grote baard en brede schouders is Jan voor Jos de rust in de methadonpost. Jos is eigenwijs en heeft moeite met autoriteit. “Maar wat Jos ook deed, ik had respect voor hem. En hij voor mij.” 

Aanvankelijk is Jos niet van plan het rechte pad op te gaan. Geregeld wordt hij opgepakt door de politie voor misdrijven waar hij soms wel, soms niet bij betrokken is. De methadonpost is een vrijplaats; de politie wordt er niet toegelaten. “Terwijl de politie nog druk met haar onderzoek bezig was, wisten wij vaak al tot in detail wat er die afgelopen nacht was gebeurd”, zegt Jan.

Na een periode van detentie komt Jos terug bij de methadonpost. Inmiddels heeft hij een vrouw en (stief)kinderen, maar zijn leven staat nog steeds in het teken van drugs en criminaliteit. Jan vindt dat waar Jos mee bezig is, als huisvader niet kan. En hij zegt dat ook. “Jan vond dat ik mijn verantwoordelijkheid moest nemen. Af en toe zei hij hele rake dingen”.   

Op een dag is Jos ziek en kan hij niet naar de methadonverstrekking komen. Jan gaat hem zijn methadon brengen. “Zo deden we dat. Het was praktisch en zo kregen we ook een idee hoe onze klanten leefden”. Jos ligt in bed met longembolie en is er niet best aan toe. Het komt uiteindelijk goed, maar misschien was het anders afgelopen als Jan niet was langs gekomen en een ambulance had gebeld. Ook zorgt Jan ervoor dat Jos en zijn gezin kunnen verhuizen naar een grotere woning.  



De methadonbus in aanbouw
(Bron: Nieuwsblad v/h Noorden, november 1987)
Jos blijft een trouwe, maar soms lastige klant van de methadonpost. Als hij weer eens over de schreef gaat, mag hij de post niet meer in en moet voor straf een periode zijn methadon komen halen in de methadonbus. Maar dat is nauwelijks een straf te noemen. Volgens Jos is het ‘de mooiste bus van Nederland’. Jan had de bus samen met een bevriende architect in opdracht van de toenmalige wethouder ontworpen. “Onze cliënten kwamen steeds vaker uit de buitenwijken. Voor sommigen was het niet te doen dagelijks naar de binnenstad te komen”. De gemeente wilde de methadonverstrekking spreiden. De bus was daarvoor de oplossing. Hij had een aparte spreekkamer, een telefoon, toiletten en verwarming die het ook deed als de bus stil stond. Het enige nadeel was dat de methadonverstrekkers eerst hun groot rijbewijs moesten halen voordat ze met de bus de weg op konden. 

In 1989 gaat Jos toch serieus nadenken. Zijn gezin, de drugsscene die steeds harder wordt, steeds opgepakt worden door de politie voor vergrijpen waarmee hij niks te maken heeft… “En natuurlijk Jan, die steeds op m’n huid zat. Dat alles bij elkaar maakte dat ik besloot te stoppen met de drugs, en met methadon”. Samen met Jan maakt hij een afbouwschema: met Kerstmis wil hij clean zijn. 

Hij krijgt een baantje in een coffeeshop. Niemand wil werken met Kerst, maar Jos wil die dagen juist graag iets om handen hebben. Eerste Kerstdag is zijn eerste werkdag. “Ik merkte ik dat ik plezier had in het werk, dat mensen me waardeerden. Ik kreeg een ander sociaal leven. Dat gaf zo’n boost, dat ik voelde dat ik de drugs niet meer nodig had. Blijkbaar was de tijd er rijp voor”.