Category: jaren nul

Een nacht in het Hoekhuis (anno 2000)

Het Hoekhuis. Ooit de nachtopvang in, inderdaad, de Hoekstraat in Groningen. Er werd in onderstaand filmpje vooruit gekeken naar de nieuwe locatie aan de Eendrachtskade met grotere kamers, meer ruimte, meer faciliteiten. De nachtopvang aan de Eendrachtskade, het A-huis, was een mooie plek, met zelfs een tijd lang een ziekenboeg voor hen die niet op straat konden blijven met pijn, griep, ongemak en ziekte.

En in 2018 is dat ook weer historie en zit de nachtopvang in de Schoolstraat en is een beetje terug bij af. De ziekenboeg is niet meer en met de winterregeling is het dringen geblazen. Die winterregeling bestond nog niet toen deze korte docu werd opgenomen.

Een documentje (8 minuten) over hoe het ooit was, in Groningen in 2000. De gebruiksruimte was net opgezet vanwege de drugsoverlast in Stad, het 12e Huis ging haar 3e succesvolle jaar in, de Riepe eveneens. Het was ons kent ons en ik heb regelmatig om 8.00 in het wachtkamertje voor de balie in het Hoekhuis zitten wachten op een client omdat we naar een vroege afspraak moesten. Kletsend met de dienstdoende medewerkers en de clienten die al wakker waren op dat uur. Ook toen al bedacht ik mij, dat het een unieke sfeer was in dat oude pand, waar bevlogen mensen met clienten werkten die over het algemeen blij waren dat die mensen er voor hen waren. Trouwens, wij zaten met onze voorzieningen meestal in afgeragde panden. Niemand die het erg vond. Je wenste misschien wat meer ruimte, comfort en faciliteiten, maar je deed het met wat er was. Achteraf gezien vind ik het een unieke tijd.

Voor de liefhebber is hier de link. Met veel dank aan RTV Noord die de film voor mij uit het archief gehaald heeft en op Youtube zette! En… er zijn een paar mensen te zien in deze in inmiddels 18 jaar oude film… die inmiddels overleden zijn. Moge dit blog hen weer even aan de vergetelheid onttrekken… #inherinnering

Girl Power

Een tijd geleden ontmoette ik Pietie. Ze kwam destijds zowel in de gebruiksruimte als op het Straatprostitutieproject. Haar faam was haar al vooruitgesneld, want ik hoorde in de jaren ervoor haar eveneens verslaafde broer vaak over haar praten. Ze verbleef altijd in het westen van het land, totdat ze besloot terug te komen naar het noorden. Pietie was aangenaam verrast dat ik haar broer bleek te kennen en was meteen enorm hartelijk tegen me. We vonden elkaar aardig.

bron: www.nsmbl.nl

Maar wat deed die meid vaak moeilijk… was er weer wat gejat, dan gingen onze blikken als vanzelf naar haar. Ze had een Modus Operandi zullen we maar zeggen. Dan was er een halve poster weg, want zo deed ze dat. Zo sneu om meteen de hele poster mee te nemen, was misschien haar redenering? Of er zat iets muurvast op een bar of tafel geplakt, dan wisten we genoeg. Er was er maar één die altijd met een flesje lijm voor van die plaknagels rondliep. Ze heeft mij ook wel eens zo’n nagel opgeplakt, die ik er met geen mogelijkheid meer afkreeg, heel lastig met typen, maar ja het was lief bedoeld. Ze dacht dat het mij wel leuk zou staan en met eentje kon ik het een beetje uitproberen. Ik heb er een week mee rondgesjouwd voor hij eindelijk losliet.

Pietie was ook de vrouw van de overdosis. Meestal een combinatie van benzodiazepines (slaappillen) met een lekker shotje heroïne en nog wat cocaïne basen om het af te maken. Ze ging dan bij voorkeur niet comfortabel aan een tafel zitten, maar spreidde de inhoud van haar tassen op een bank of in de rokersruimte om zich heen en ging aan de slag. Vaak heb ik bij haar gezeten om haar wakker te houden, en als dat lukte, had zij meestal een diefstal te melden, want dan was haar coke weg. Of haar dope. Ze wist dan niet meer dat ze het allang op had.

Als ik boos op haar was, hadden we echt ruzie. Zoals die keer dat op de eerste dag dat de net nieuw verbouwde gebruiksruimte open was ze meteen een ornament op de nieuwe tafel geplakt had. Ze wilde zich ook gewoon die ruimte wat eigen maken, dat snapte ik wel, maar toch was ik boos. Pietie  moest van mij ogenblikkelijk dat ding van de tafel halen. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. Het was weer die nagellijm. Het lukte uiteindelijk met een mes van een andere aanwezige client. De volgende dag kwam ze binnen, weer nuchter, zag mij en ik vreesde al dat de ruzie zich voort zou zetten. Want ze was die vorige dag echt kwaad, hoewel ze dan nooit ging schelden, dat moet ook gezegd.

Maar nee, bijna met open armen liep ze naar me toe met oprechte excuses. Zo oprecht, dat het ook allang weer klaar was voor mij. En ik moest even stil staan bij mijn boze reactie. Want van wie was die tafel nu eigenlijk? Van de gebruikers ervan. Niet van mij. Pietie en ik leerden van elkaar als het zo uit kwam. Dat spraken we nooit uit maar het was wel zo. Tussen de slokken koffie vertelde ze over haar tijd op de baan in een andere stad, waar veel travestieten rondliepen. Zij kreeg ook wel eens de vraag of zij er soms eentje was, want ze is groot en heeft (volgens haarzelf) worstenvingers. Heel vrolijk vertelde ze, dat ze die man gevraagd had wat hij nou zelf dacht. Of hij nou echt dacht, dat omdat zij een beetje groot was, ze een man was? Nee, de man had het uiteindelijk niet gedacht en er waren ook zaken gedaan. Ik vond het zo’n kwetsing voor haar. Zij zelf denderde gewoon vrolijk door na zo’n verhaal.

Op een bepaald moment was ze aangereden, het ging net wat beter allemaal, ze gebruikte wat minder en had een kamertje. Ineens aangereden door een auto, samen met nog een fietser, een moeder met een kind. Pietie had het drukker gehad met de andere slachtoffers dan met zichzelf, maar had ook een dikke enkel. We besloten dat ze naar het ziekenhuis zou gaan met een collega, die net op het goede moment binnenkwam en tijd had. Geen auto, wel een fiets maar die had Pietie niet meer dus ze gingen lopen. Pietie was blij dat ze niet alleen hoefde en fluisterde me toe, dat het maar goed was ook. Want anders zou ze toch niet gegaan zijn. Ze bedacht dat ze dan meteen wel even de pen uit haar andere been kon laten halen, die had er al vijf jaar geleden uit gemoeten. Dat begon nu ook wel pijn te doen en ze kon de pen voelen prikken als ze aan haar been voelde. “Krijg ik dan ook de zomeractie? Twee voor de prijs van één?” Ik adviseerde haar om in elk geval haar bonuskaart maar mee te nemen voor je weet maar nooit. In het ziekenhuis bleek de enkel zwaar gekneusd, ze mocht er een week niet op lopen. Dat zal zeer gedaan hebben bij het hele eind lopen van de binnenstad naar het UMCG, maar van Pietie geen kik.

Pietie heeft geen makkelijk leven achter de rug. Maar Pietie heeft Girl Power. En Powergirls redden zich altijd wel, tenminste dat is de algemene opinie. Ook van ons hulpverleners. Totdat Pietie op een bepaald moment een overdosis teveel neemt… dan zijn we haar kwijt. En zal ze gemist worden door velen. Ondanks alle misbaar, toestanden, crisis, gekkigheid. Want we hadden ook zo vaak plezier.

Naschrift: op 25 januari 2019 overleed Pietie heel plotseling. Ze was ‘s ochtends nog gezien bij het ontbijt in het Ommelanderhuis en werd enige uren daarna op haar kamer gevonden. Missing in Action… ze was haar haar aan het verven en ineens was ze weg. 

‘Licht als een stralende zon en duister als een inktzwarte nacht. Aan jouw zware leven is een einde gekomen. Op de dag dat je 50 zou worden, vierde een aula vol mensen jouw leven, jouw liefde. Rust zacht, sterke, kwetsbare vrouw.’  (woorden uitgesproken op de begrafenis)

Kerstborrels in verslavingsland

Als je een cliënt bent in de verslavingszorg, of in de (O)GGZ, dan wordt je niet zo vaak uitgenodigd op een kerstborrel. Nou nooit eigenlijk.  Of op een nieuwjaarsborrel trouwens ook niet. Heel Nederland borrelt zich rot in deze dagen maar als cliënt wordt je niet geacht… waarom niet eigenlijk?

In onze gebruiksruimte (2000 – 2010) was het van het begin af aan de gewoonte om met kerst en oud en nieuw een borrel voor de bezoekers te organiseren. We schonken daar toen we nog een zelfstandige stichting waren gewoon een biertje en een wijntje bij, juist ook voor de bezoekers. En we hadden hapjes en bitterballen en salades en toastjes. De reden; heel Nederland mag met kerst een borrel drinken, maar bezoekers van de gebruiksruimte niet omdat ze nu één keer cliënten van de verslavingszorg waren. Zouden ze niet beter zelf kunnen kiezen? Waarom moesten wij voor hen bepalen wat ze wel en niet mochten? Bovendien, we hadden het hier over een gebruiksruimte. Het was bepaald niet zo dat bezoekers aan het afkicken waren en je hen dus, door drank aan te bieden, zwaar in de verleiding zou brengen om de mist in te gaan. Dus na enig overleg in het team besloten we in ons eerste jaar van ons bestaan, 2000, het erop te wagen en te zien hoe het zou lopen.

Dat eerste jaar geloofde men de ogen niet toen wij na sluitingstijd op kerstavond inderdaad met 1 kratje bier en 2 flessen wijn aan kwamen zeulen, naast de gebruikelijke flessen fris, toastjes met sellerysalade, blokjes kaas en chips met dipsaus. Niemand durfde om een biertje te vragen, want het was vast en zeker een grap van het personeel. Degene die het eerste om een biertje zou vragen, zou vast ongenadig uitgelachen worden! Haha, dachten jullie nou echt…

Maar er gebeurde niets, toen één dappere vrouw uiteindelijk zei; ‘nou, doe mij er dan maar eentje…’ Er gebeurde nog steeds niets toen zij een eerste voorzichtige slok nam. Er kwamen meer schapen over de dam. Er ontstonden gaandeweg gesprekken, ook over hoe een ieder met alcohol omging. Er waren best veel bezoekers die geen alcohol dronken omdat ze al genoeg andere middelen gebruikten. Maar het was geheel nieuw voor hen, dat ze een keuze hadden. We hebben dat kratje bier niet opgekregen die middag. Het was wel gezellig. Net een gewone borrel eigenlijk, alleen zonder dronken mensen. Bezoekers gingen met blokjes kaas rond, we hadden het over de kerst, relaties die een ieder gehad had en hoe moeilijk het is om met kerst te voelen, hoe eenzaam het gebruikersbestaan eigenlijk maakt. Want na de borrel ging iedereen wel weer de straat op, tot de nachtopvang open zou gaan om 21.00.

Deze borrels zijn altijd erg populair gebleven bij de doelgroep. In oktober vroegen sommige bezoekers al, of het er weer van ging komen. Toen de gebruiksruimte niet meer de vrijheid had om alcohol te schenken, want dat was op een bepaald moment verboden als er cliënten in een pand van de verslavingszorg aanwezig waren en ja hoor, die waren er bij de gebruiksruimte eigenlijk altijd wel… bleven bezoekers met weemoed denken aan die eerste jaren dat het allemaal wel mocht. Ze hadden zich op die momenten even een gewoon burger gevoeld. Iemand met een keuze. Wel of niet drinken? Iemand met een mening. Nee, ik hoef geen alcohol met al mijn andere middelen. Maar toch bedankt voor het aanbod. In de jaren dat we het aanboden, is het never ever uit de hand gelopen. Op geen enkele manier; ik was mega trots op mijn team en mijn bezoekers. Samen het feestje maken. Dat konden wij met zijn allen!

Nu is het bijna 2018 en zitten we helemaal in eigen kracht, eigen regie, eigen verantwoordelijkheid en eigen keuzes maken. Maar bij mijn weten zijn er ook nu nog heel weinig plekken waar een bezoeker, een cliënt, een deelnemer, gewoon lekker uitgenodigd wordt voor een echte borrel met hapjes en toestanden met kerst of oud en nieuw. En waar dat persoonlijk is. Omdat we het jaar weer samen gehad hebben en vieren dat we er nog zijn. Ja, ik weet een paar plekjes waar dat nog kan en die verraad ik niet. Want voor je het weet moet men daar ook weer inbinden omdat het blijkbaar niet kan. Gewoon even met elkaar zijn, biertje, wijntje, nootje erbij. Eigen keuze en een beetje begeleiding dat het allemaal gezellig blijft, de hele avond. 

Wij hadden het altijd superleuk op onze borrels waar nooit iemand dronken werd. En ja deze foto plaats ik gewoon. Omdat dat mag vanwege juist die geschiedenis. Het was een toptijd; we hebben van elkaar genoten. Happy 2018!

Kerstborrel Herebinnensingel 2004 (eigen foto)

Buitenbeentjes

Bron: Google http://evaontwerp.nl/portfolio/buitenbeentje/

Onlangs hadden mijn collega’s en ik het over hoe de wereld tegenwoordig in elkaar zit. De maakbare wereld. De wereld waarin je alles wat je status als gelukkig, cool, fit of druk druk druk persoon kan bevestigen op Facebook, Twitter of Instagram zet. En vooral ook over hoe gezond je eet, als foodie. De wereld waarin je op je eigen netwerk terug moet vallen, of tenminste op je eigen kracht. Dat is modern en hip. De wereld waarin je niets meer begint zonder een smartphone, een mailadres en toegang tot het internet. Steeds vaker zijn zaken alleen nog maar digitaal te regelen, ik zag onlangs nog dat bijzondere bijstand bij de gemeente Groningen alleen nog valt aan te vragen via een digitaal formulier met bijlagen die je moet uploaden. Om het formulier in te kunnen vullen moet je inloggen met je DigiD.

Hoe anders is de wereld van onze klanten. Niet altijd maar wel heel vaak. Als je tegenwoordig anders bent, eigenlijk een buitenbeentje, dan kan dat niet zomaar. Het is sowieso niet cool en hip en buitenbeentjes zetten meestal niet veel op Facebook. Want niet gelukkig en mooi genoeg.

We hebben in Nederland een lange ontwikkeling gehad over dit onderwerp. Was een buitenbeentje in de jaren 90 een (zorgwekkende) zorgmijder, dan kwam er outreachende hulp in de vorm van hulpverleners die op straat contact legden of ongevraagd aan je deur stonden. Men vond het belangrijk dat deze buitenbeentjes niet uitgesloten waren van hulp. Het werd ze desnoods een beetje opgedrongen; de zogenaamde bemoeizorg stamt uit eind negentiger jaren en hield het lang vol, wel zeker 15 jaar. Toen de jaren 2000 aanbraken ontstond er een nieuwe zakelijkheid, die deels ook ingegeven werd omdat de kosten wat uit de hand leken te lopen voor deze vorm van zorg. Maar de bemoeizorg leefde nog volop en zorgde ervoor dat buitenbeentjes toch nog een beetje mee konden doen in de maatschappij of in elk geval in de gaten gehouden werden door de hulpverlening. Een soort betaalde buurman zeg maar.

Het werd 2010 en later. De zorgverzekeraar werd almachtig in de geestelijke gezondheidszorg. Bemoeizorg die over het algemeen geen direct meetbare resultaten opleverde werd steeds verder op afstand gezet. In de GGZ werden nieuwe werkwijzes geïntroduceerd. Oplossingsgericht werken, herstelgericht werken, eigen kracht, terugvallen op je netwerk. Heel goed voor hen die dat aan kunnen. Maar helaas ook met enige regelmaat een excuus om de buitenbeentjes buiten spel te zetten. Want zij hebben vaak geen hulpvraag, geen motivatie, soms problematiek die niet binnen 1 organisatie op te lossen is. Dan hebben we al heel gauw een probleem want een klant kan niet overal een geopend DBC hebben. Een netwerk? Na een leven vol problemen, verslaving en detenties hebben de meeste netwerken het al jaren geleden opgegeven. Vrijwilligers inschakelen via een WIJ team? Die willen liever niet komen bij vieze huizen en vieze mensen die soms nogal tekeer kunnen gaan over van alles en nog wat. Bemoeizorg is tegenwoordig niet meer hip. Als ik zeg dat ik nog steeds zo werk verbeeld ik mij dat ik wat meewarig wordt bekeken. Och heden. Dat beste mens is van de oude stempel. Zóóó 2009!

En het werd 2015. Het jaar waarin de gemeentes de geïndiceerde WMO zorg over namen van het rijk en nu zelf moest indiceren of er zorg nodig was of niet. Dat ging eerst even helemaal verkeerd (iedereen die zorg had bleek ineens veel minder uren nodig te hebben dan tot 2015), daarna werd dat hersteld en nu in 2017 zitten we opnieuw in een periode waarin wij als begeleiders moeten uitleggen aan de consulenten hoe die niet maakbare wereld van onze klanten in elkaar zit om het juiste aantal uren te krijgen. We moeten zinnen gebruiken als ‘cliënt neemt moeilijk informatie op ten gevolge van zijn psychische toestand en heeft veel tijd nodig om zaken te begrijpen. Zo nodig legt begeleider keer op keer uit wat er bedoeld wordt door derden.’ Of: ‘cliënt krijgt ondersteuning van de individueel begeleider in contacten met officiële instanties, omdat hij door niet te begrijpen zijn geduld verliest en/of het gevoel heeft niet serieus genomen te worden. Gevolg is dat cliënt onverrichter zake huiswaarts keert of erger, zijn geduld verliest en (verbaal) agressief wordt.’

Wat staat hier eigenlijk? Cliënt past niet in het protocol, de vragenlijst, de zelfredzaamheidsmatrix, de maatschappij. Cliënt heeft een beetje hulp nodig. Als hij die krijgt van iemand die durft te erkennen dat hij sommige dingen echt niet kan, wat overigens niet hip is want tegenwoordig moet iedereen alles kunnen; en daarbij gaat helpen in plaats van de eigen kracht maar weer eens aan te spreken die er niet is want depressief, ellendig, verslaafd en wat al niet meer, dan kan cliënt best een beetje meekomen in de wereld. Als buitenbeentje weliswaar maar toch.

Ik hou van buitenbeentjes. Ze zijn verfrissend. Ze hebben hun eigen manier en hun eigen kijk op de wereld en met een beetje geluk willen ze die met mij delen. Ik vind het fijn dat ze niet bezig zijn met gelukkig, healthy, fit en beautyful te zijn. Ze hebben wel wat anders aan de kop, namelijk overleven. Daar zijn ze vaak heel goed in en daar leer ik van. Doe ik mijn voordeel mee. Dat is misschien ook eigen kracht, maar niet zoals het protocol het voorschrijft denk ik.

Ik heb onlangs een mobiel telefoon abonnement afgesloten voor een van mijn klanten. Eindelijk eens onbeperkt bellen met die ene vriend die hem nog komt opzoeken. En als er iets is, hij woont alleen, kan hij om hulp bellen. Zelf had hij ook nog Ziggo Alles in 1 afgesloten aan de deur. Op zich een prima actie want hij wilde meer tv zenders, ‘vooral die misdaadzenders’. Ik heb wel even gebeld met Ziggo om het abonnement iets terug te zetten; hij had zoveel GB internet zonder een werkende computer en een mailadres, dat dat zonde van het geld was. Een gratis monteur was inbegrepen dus daar gaan we mooi gebruik van maken.

Ik was een paar weken op vakantie en mijn collega zou het mobiele telefoonabonnement voor hem activeren. Dan moest ze wel even naar binnen. Mijn buitenbeentje houdt niet van vreemde mensen. Ze kwam er niet in, 3 weken lang niet. Hij was na mijn vakantie helemaal flauw. Al weken lang deed de telefoon het niet terwijl hij toch opgeladen was. Hij kan niet onthouden dat er een simkaart verwisseld moest worden en het zelf doen lukt al helemaal niet. Toen ik de boel geactiveerd had en hij gewoon kon bellen keek hij me aan alsof ik superwoman was. Het concept van een abonnement moeten we nog wel een keer of 10 door gaan nemen. Gewoon kunnen bellen. Hij heeft een keer 20 euro beltegoed verloren, waarschijnlijk aan een broekzak gesprek, en denkt sindsdien dat hij gehackt wordt. Daarnaast denkt hij met de Ziggo Alles in 1 ook te kunnen bellen dus waarom nou weer een mobiel abonnement. Dat is toch dubbel op. Maar vast bellen is iets anders dan mobiel bellen. Uitleggen helpt. Steeds weer.

Met Ziggo heb ik een afspraak gemaakt voor de installatie van Alles in 1. Terwijl ik de afspraak maakte, zat mijn klant te schreeuwen dat hij echt niet op ging ruimen en al helemaal geen dingen aan de kant ging zetten, dat moest die monteur zelf maar doen. Ik heb de middag van de installatie maar vrij gepland in mijn agenda en de callcenter medewerker dacht ook dat het Een Heel Goed Idee was als ik even een half uurtje van te voren gebeld word als de monteur onderweg was. Met een beetje geluk kunnen we de bierblikken die mogelijk in de weg staan nog even opruimen voor hij er is.

Misschien is zelfs de wereld van een buitenbeentje maakbaar. Maar daarvoor is een beetje hulp nodig. Als die hulp er is en iemand daardoor binnen alle beperkingen er toch bij hoort, gemist wordt als hij er even niet is, dan is er veel gewonnen en bereikt. Dat red ik alleen door contact te maken en te hebben. Heel ouderwets eigenlijk. Ik ga er gewoon mee door. Leg ik weer uit wat een Digi D is.

Denk Barry Stevens. Die met dat accent. Vooral Doorgaan.

 

Moment, ik ben in vergadering!

“Moment, ik ben in vergadering!” riep hij in zijn mobiele telefoon terwijl hij gehaast opstond en naar de gang liep. Ongeveer eens in de zes weken werd er aan het eind van de middag een bezoekersvergadering gehouden in de gebruiksruimte aan de Herebinnensingel 35; ik werkte daar van 2000 tot 2010. We vergaderden met onze bezoekers vanaf  de start van deze voorziening; de bedoeling was dat wij als team bij de les bleven door de bezoekers actief te vragen naar hun mening en ideeën. Daarnaast was het ook een goede gelegenheid voor ons om de bezoekers op de hoogte te houden van ontwikkelingen, zowel binnenshuis als buitenshuis en hen te spreken over zaken die goed of minder goed gingen.

Om het een beetje prettig te houden bestelden we altijd een lading Chinees eten; het was informeel en bovendien kreeg iedereen dan ook weer eens iets warms binnen. Voor ons was het een hele kunst om de te bespreken punten er door heen te jagen, zelf een bordje mee te eten, te notuleren, en liefst wat antwoorden te geven en besluiten te nemen. De spanningsboog was maar kort. Een half uurtje, dan was het wel weer gedaan en werd de vraag, of er na de officiële sluitingstijd van de Herebinnensingel nog even gebruikt mocht worden, weer actueel.

Tijdens zo’n vergadering, waar de gemoederen normaal gesproken wel eens hoog op liepen was iedereen wat stilletjes. De normale punten werden besproken; de sfeer in huis, wordt het pand nu wel of niet verbouwd en waar moeten wij dan heen; dealen in huis is niet toegestaan, en hou eens op met van elkaar te jatten en te schooien. Ik zat druk in mijn schriftje te schrijven want notulen zijn handig voor de volgende keer. Het was namelijk wel zo, dat je gaandeweg iedereen een beetje weg zag zakken. En nog een beetje meer. We hebben wel vergaderingen gehad waar iedereen, echt iedereen, na het eten even in een slaapje viel.  Je begon echt te twijfelen aan je vermogen om mensen blijvend te boeien. De volgende keer vroegen een aantal mensen zich dan verontwaardigd af, wanneer een bepaald besluit genomen was.

‘In de laatste bezoekersvergadering’ ‘Niet! Daar was ik en ik weet van niks!’ ‘Nee maar je sliep.’ ‘Oh. Maar ik wil dat punt wel weer op de agenda want ik ben het niet eens met het besluit.’

bron: persoonlijk archief. Werktelefoon klant.

Vandaar die notulen. Bewijsstukken waren het eigenlijk. Die  keer waren een aantal mensen er nog wel aardig bij; ze deden hun best om punten in te brengen. Maar ze waren niet fanatiek. De andere helft deed even de ogen dicht. Tot er een mobiele telefoon afging. De eigenaar, eigenlijk ook wat soezelig, schoot omhoog, en nam naar mijn idee zeer adequaat op met de woorden: “Moment, ik zit in vergadering!”  Waarna hij gehaast naar de gang liep om zijn gesprek daar voort te zetten.Hij had wel manager kunnen zijn. Ware het niet dat het waarschijnlijk de dealer was die belde.

Het was dezelfde man die mij via een briefje uit de bemoeizorg liet weten dat hij er even niet bij was en excuus voor de overlast.