Category: actualiteit

Zeeuwse meisjes

Mijn geachte clientele geeft veel geld uit. Heel veel geld. Een drugsverslaving van 10 euro per dag kost omgerekend 300 euro per maand en 10 euro is meestal aan de lage kant gerekend. Een beetje cocaïneverslaving stopt eigenlijk nooit en kan duizenden euro’s per maand kosten. Maar laten we het voor het gemak houden op 20 euro per dag; 600 euro per maand. Met een uitkering van rond de 975 euro is een drugsverslaving zeker niet te betalen. Een alcoholverslaving is iets betaalbaarder en ook makkelijker, omdat je bier en wijn overal kunt kopen en een halve liter bier heb je in het goedkopere segment al voor 49 eurocent. Toch, als je rond de 12 halve liters bier per dag drinkt zit je ook op 6 euro per dag en 175 euro per maand. Maar dat is nog te doen van een uitkering. In principe.

Mijn klanten zijn net Zeeuwse meisjes als het om de dagelijkse boodschappen gaat. Geen cent teveel hoor! En dat is toch lastig want de huishoudelijke hulp moet iets hebben om mee schoon te maken, de huisdieren moeten eten en een schone kattenbak of rattenkooi of frettenbak of whatever, er moet nog wel eens gegeten worden en de persoonlijke verzorging kost ook geld. Een kapper hebben de meesten van mijn cliënten al heel lang niet gezien. Voor het gebit is er het tandheelkundig project in het UMCG, maar zelden heeft iemand nog een eigen tandarts. Of een aanvullende tandartsverzekering. ‘Kost allemaal maar geld, die afzetters van de zorgverzekering!’

Met regelmaat heb ik discussie over te halen boodschappen. ‘Je moet even wc papier kopen’ zeg ik dan. Moeilijk gezicht tegenover mij. Want 12 rollen wc papier kosten bij de Lidl al € 3,19 en dat is toch geld. Enigszins gegeneerd vraag ik waar dan nu de toiletgang mee gefaciliteerd wordt. Ah! Met papieren handdoekjes uit de toiletten op de dagbesteding, dat kan ook prima! Met in stukken gescheurde oude kranten gaat het ook. Dat een toilet daar flink verstopt van kan raken met alle toestanden van dien is een nog niet gepasseerd station. Dat zien we dan wel weer.
Huisdieren zijn bij mijn klanten zeer geliefd. Maar kosten veel geld. Vieze kattenbakken, oude brokjes die dagen in een bak zitten, de goedkoopste blikken voer van het huismerk, met de pot mee eten maar als er nauwelijks een pot is wordt dat ook een broodje of een plakje kaas. Intussen wordt de budgetbeheerder wekelijks minimaal één keer gebeld voor vlooiendruppen of voer voor de kat/hond/fret/rat.

Eten in huis halen is meestal ondergeschikt aan het middelengebruik. Warm eten kun je vaak op de dagbesteding en anders maar niet. Of via de huisarts Nutridrink aanvragen, dat is gratis omdat de zorgverzekeraar dat wil betalen en met 3 flesjes per dag zit je bommetje vol. Wachtkamers van instanties zijn geliefd, want daar kun je suiker en melk in sticks vinden. Dat is ook handig voor thuis. Als je geluk hebt is er zelfs gratis fruit te verkrijgen, ik heb een klant die er speciaal een plastic zakje voor mee neemt en dan stiekem alles in staat te laden terwijl hij de receptioniste aan de praat houdt.

Wat voeding betreft wordt er veel gevraagd naar de Voedselbank. Negen van de tien keer reken ik het budget uit en blijkt dat men ver boven het minimale budget per maand van de Voedselbank zit; voor een alleenstaande is dat € 225 aan leefgeld. Dat is € 7,50 per dag. En dat is heel weinig. Zeker. Maar de meeste van mijn clienten hebben toch meer te besteden per maand. Alleen besteden ze dat niet aan eten. Dat is hun eigen (on)vrijwillige keuze; verslaafd ben je niet voor de lol. Tegelijk is de groep oudere gebruikers, tussen de 55 en 70 jaar, niet meer van plan om nog iets te veranderen. Dat is hun dan toch wel een beetje in de schoenen te schuiven als we weer ruzie moeten maken over wat er gekocht moet worden.

Dan nog de categorie huishoudelijke apparaten. Ga met een client naar de MediaMarkt en alles wordt op de cent nauwkeurig nagekeken. Het goedkoopste tosti ijzer, ook al kan die niet goed bediend worden door een client met een handicap. Een ventilator die hard nodig is; als het 5 euro goedkoper kan dan moet dat. Een stofzuiger die er echt moet komen, nee nee ik krijg er eentje van een vriend. Deze categorie is wel het meest hopeloos onder mijn Zeeuwse Meisjes.

Och Meisjes. Wat zou ik graag zien dat jullie jezelf iets meer comfort en vooral ook plezier gunden. Want een keer iets leuks doen zit er al helemaal niet in. Recent gehoord van iemand die op stap geweest was in de stad: ‘Een pilsje kost 4 euro!! Dat doe ik nooit weer die afzetterij!’ Had hij het leuk gehad? Een beetje, maar omdat hij ieder pilsje om zat te rekenen naar bolletjes heroïne was het toch iets tegen gevallen. Dat had ik hem anders gegund. Maar verhelpen kan ik het niet.

Uitgetippeld?

Gister sloot de tippelzone aan de Bornholmstraat in Groningen; officieel vandaag, 31 maart, maar aangezien het vandaag zondag is en de zone dan de laatste tijd al dicht is, dus gister. Na bijna 21 jaar. Ik schreef er eerder al een stukje over.

Ik ben al sinds het besluit om de tippelzone te sluiten bezorgd. Omdat er van alles bedacht wordt, waarvan ik zou willen dat het gaat werken. Maar ik blijf zitten met het gevoel dat er een heel mooi verhaal opgetuigd wordt, waar veel van deze vrouwen zich domweg niet in herkennen. Eén van mijn bekenden vindt bijvoorbeeld niet dat ze prostitueert als ze in haar woning iemand een seksuele dienst bewijst, waar hij haar voor wil betalen met 10 euro. De keren dat ze op de tippelzone was, dat was inderdaad prostitutie, erkent ze. ‘Maar ik kom daar al tijden niet meer’. Als je geen besef hebt dat je je prostitueert, hoe moet je dan snappen dat je een traject in moet om ‘uit te stappen?’ En nee, niemand zal dromen van een toekomst als (verslaafde) straatprostituee. Maar zou je, als er naar gevraagd wordt door een relatieve vreemde, durven zeggen dat je geen hoop hebt op een ander leven? Zou je dan niet liever sociaal wenselijk zeggen dat je het graag anders zou willen en toezeggen dat je meewerkt aan een traject? Om dat vervolgens niet of halfslachtig te doen. Waardoor het niet lukt, maar ja dan hebben de hulpverleners het in elk geval geprobeerd.

Een andere mij bekende vrouw krijgt af en toe een klant via een kennis die in de stad mannen werft die hij dan doorstuurt naar de vrouwen die hij kent en waarvan hij weet dat ze wel een centje bij willen verdienen. Zij erkent wel dat dit onder prostitutie valt, maar ze zou zich zwaar beledigd voelen als ze als prostituee behandeld zou worden.

Hoewel het verhaal is dat er nu nog maar 6 vrouwen op de tippelzone werken en dat dit het resultaat is van alle inspanningen om hen aan een ander leven te helpen, moet ik dit toch betwijfelen. De bedoelingen zijn heel erg goed. Maar ja… ik ken eigenlijk weinig verslaafden die met iets stoppen omdat het moeilijker gemaakt wordt. Toen er in de gebruiksruimte geen methadon meer gespoten mocht worden, ooit toegestaan omdat we er dan zicht op hadden en het op een schone manier kon gebeuren, werd er geen methadon meer gespoten. In die ruimte. Thuis natuurlijk wel. Zijn we minder gaan roken toen het niet meer in het café mocht? Uiteindelijk wel, maar eerst stonden we nog jaren buiten op straat.

Dus nu er op de tippelzone niet meer getippeld mag worden, zal dat ook vast niet meer gebeuren. Is iedereen dan uitgetippeld? Wel op de Bornholmstraat. Elders in de stad waarschijnlijk niet.

En als je naar de wc moet, of even zou willen douchen, dan kan dat niet meer. Iets eten, condooms die makkelijk te verkrijgen zijn, nee ook dat niet meer. We gaan terug naar 1991. Het jaar waarin ik mijn eerste stappen op de Preadiniussingel zette. Dat vind ik pas schrijnend en onmenselijk.

 

 

 

Eindelijk weer normaal doen

Er is weer een nieuw jaar begonnen. 2019 is het 4e jaar waarin www.Noorderzucht.nl bestaat en al het 6e jaar van de blog Noorderzucht die we begonnen op Blogspot.com. Wegens de feestdagen was ook ik even van mijn padje gedwaald en kwam ik er nu achter dat ik al maanden geen blog gepost heb. Wat ook niet meehielp was een grote update van WordPress, de software waar deze site op draait en waar de onvolprezen Irene van Putten van onder haar bureau schuilde zo eng vond ze het… als zij al… dan ik al helemaal… maar goed het is weer achter de rug.

Eindelijk weer normaal doen.

Dat is in de decembermaand wel een thema voor veel cliënten, deelnemers, bezoekers, klanten; hoe kom je in vredesnaam die maand door? Want  hoe verder de maand vordert, hoe minder normaal het allemaal wordt. Tussen Kerst tot en met dik na de jaarwisseling is Nederland tegenwoordig dicht. Uitkeringsinstanties zijn beperkt bereikbaar, gemeentelijke diensten zijn dicht en begeleiders zijn vrij, soms wel 2 weken achter elkaar als De Dagen gunstig vallen.

Dan heb ik het nog niet over de dagbesteding. Personeel is vrij, het is lastig om steeds een dag open te zijn en dan weer dicht zoals met Kerst 2018; maandag de 24e open, 25 en 26 december dicht. 31 december open, 1 januari dicht. Het kan maar zo gebeuren dat je dagbesteding 5 dagen achter elkaar gesloten is, vaak kan dat ook niet anders maar voor een deelnemer die een weekend van 2 dagen al een zwart gat vindt is dat heel erg lang. Er zijn met Kerst wel kerstdiners her en der. De Open Hof in Groningen heeft elk jaar een kerstdiner voor iedereen die wil komen, het Open Huis van de Kerken in Assen eveneens en vaak zijn er in de stad meer initiatieven waar iemand naar toe kan bij een eenzame kerst. Hoewel te verslaafde clienten bij de algemene voorzieningen er vaak moeilijk tussen passen en zich zo ongemakkelijk voelen dat ze op voorhand al liever afzeggen.

En de winkels in december… ik heb meerdere klanten die zich vanaf eind november niet meer in een supermarkt wagen, tenzij het heel vroeg op de dag is of heel laat, als er bijna geen andere klanten zijn. Hoewel dat ook weer een probleem kan worden omdat het personeel dan niets te doen heeft en als je er een beetje anders uitziet men extra op je gaat letten waardoor je dan weer extra zenuwachtig wordt. De supermarkten liggen vol met feestelijke producten, je ziet continue reclames voorbij komen die zich in je hoofd vast zetten zoals één van mijn klanten terecht opmerkte. Over familie, samen eten, gezelligheid, een mopperige opa die toch opgaat in het feest, u kent het wel. Als je dan op zit te kijken tegen 5 lege dagen, want geen dagbesteding, waarin er niemand zal komen om samen met je te eten of er even uit te gaan, waarin niemand je uitgenodigd heeft voor zo’n kerstdiner… dan is het heel confronterend om in een supermarkt te lopen met een uiterlijk wat vaak getekend is door het leven, door gebruik of door verdriet. Je hoort er niet bij. En alles schreeuwt tegen je dat je ergens bij moet horen.

Gelukkig komt overal een einde aan, ook aan decembermaand. ‘Eindelijk weer normaal doen’, is dan ook de meest gehoorde opmerking die ik van mijn klanten hoor na de feestdagen als ik weer aan het werk ga.

Noorderzucht wenst iedereen een goed en gezond 2019!

How to: overlijden in een DBC slash de WMO

Het gebeurt helaas met enige regelmaat; de mensen die we begeleiden komen te overlijden. Na een soms niet al te lang leven; vaak wel na een geleefd leven. Het overlijden komt soms plotseling, bijvoorbeeld omdat iemand een bloeding krijgt of een hartaanval. Het is treurig genoeg. We komen elkaar niet meer tegen… jammer. Maar het hoort toch ook bij ons werk.

Tegenwoordig is zo’n overlijden technisch ook een ding. Dat vind ik bizar, maar het is wel zo. Want als iemand komt te overlijden, dan betekent dat in dit millennium dat alle bemoeienis onmiddellijk moet stoppen. Het maakt daarbij niet uit of iemand zorg ontvangt vanuit een DBC via de zorgverzekeraar, een WMO indicatie via de gemeente of begeleiding krijgt vanuit een ander potje. De redenering zal wel zijn dat als iemand overleden is, het niet meer nodig of mogelijk is om hem of haar nog te begeleiden. Dat klopt wel, maar je wilt als begeleider of als hulpverlener natuurlijk wel dat de uitvaart en de zaken die nu éénmaal geregeld moeten worden na een overlijden, zo goed als mogelijk geregeld worden. En lang niet altijd is er een netwerk of familie die de zaken kan regelen. Best vaak is er ook geen uitvaartverzekering en moet iemand ‘van de gemeente’ begraven worden.

In het verleden was het heel gewoon dat ik als hulpverlener betrokken was bij de regelzaken rondom de uitvaart en daar ook de tijd voor kreeg. We hadden toen natuurlijk nog niet het soort systeem waar in minuten geregistreerd moet worden; iets wat we nu wel hebben. Sterker nog, ik denk dat het toen in niemand opkwam dat wanneer je als betaalde hulpverlener tijd spendeerde aan een sterfgeval, dit het bedrijf geld zou kosten. We dachten domweg niet in die termen; de woorden die we nu gebruiken, bestonden nog niet. In de tijd voor de invoering van het DBC (2005) registreerde je om feiten te verzamelen over de klant, niet om iedere minuut van je tijd te verantwoorden.

De tijden zijn anno 2018 totaal veranderd.  Op het moment van overlijden, is het voor de hulpverlener niet meer mogelijk om de tijd die je wilt besteden aan zo’n ingrijpend moment te registreren. Want de klant is dood. Voor dode klanten wordt niet meer betaald, zo simpel is het. Dus alles wat je aan tijd neemt om het verder goed af te handelen is in principe vrijwilligerswerk. Ik moet de eerste baas nog tegen komen die moeilijk doet over zoiets, maar daar gaat het nu even niet om.

Overlijden zit niet in een DBC of in de WMO. Klaar.

We worden geacht onze bemoeienis en begeleiding onmiddellijk te staken en het over te laten aan mensen die de klant vaak nooit gekend hebben. De sleutel van de woning in te leveren bij een WIJ team of bij de politie, het gemeentelijke loket te bellen wat zich bezig houdt met mensen die overleden zijn zonder fatsoenlijke verzekering en dan is dat dat. Wat ik nog wel het meest bijzonder vind, is dat het lijkt alsof niemand er raar van staat te kijken dat het nu is zoals het is.

Daarnaast is cremeren in Duitsland tegenwoordig blijkbaar goedkoper en moet je dus die kant op als je ‘van de gemeente’ begraven wordt. In Groningen kun je alleen nog gecremeerd worden. Er is geen keuze meer tussen het later nog kunnen bezoeken van een graf of een crematie, had je het bij leven maar beter moeten regelen….

Het is eigenlijk een beetje onmenselijk naar mijn idee. Voor de overledene doet het er misschien niet meer toe, maar voor kennissen, vrienden en familie is het fijn als er een begeleider aanwezig is die het verhaal kan invullen. Voor mij als begeleider is het prettig als ik mijn werk goed af kan ronden, en in mijn idee behelst dat ook het afhandelen van de woning en wat er meer nodig is, als er echt niemand anders is die het kan regelen.

Zo heb ik de moeder van een klant waar ik tot nog vaak aan moet denken, want hij wilde zo graag leven maar hij kon het niet,  best veel persoonlijke aandenkens kunnen bezorgen waardoor zij aangenaam verrast werd. Ze wist niet van de kant die wij wel kenden van hem. Het is waardevol dat ze dit nu wel weet. En dat ik het huis, waar hij in zijn goede dagen altijd in kluste en sopte, het was belangrijk voor hem, met respect kon opruimen en de spullen een goede bestemming kon geven. Dan maar vrijwilligerswerk.

Is het respectvol om iemand vanwege de kosten te laten cremeren in Duitsland? Is het correct zoals we nu met een overlijden om moeten gaan? Ik mag hopen dat als ik onverwacht dood neerval het niet zo hoeft te gaan. Dan zou ik toch graag willen dat de begeleider die ik bij leven waardeerde en waar ik soms afhankelijk van was (niet mijn sterkste kant en meestal ook niet van mijn klanten) mij ook zou begeleiden bij mijn uitvaart en het opruimen van mijn huis en mijn geheimen. Met respect, soms iets vinden wat heel grappig is als je de persoon gekend hebt, en de nare geheimen wegwerkend zodat niemand dat hoeft te weten. Juist als je elkaar kende, kan dat. Alles bij de vuilnis laten gooien door een schoonmaakbedrijf of de technische dienst van de woningcorporatie kan ook. Maar of dat correct is, of dat respect is voor een geleefd leven… ik heb er moeite mee.

Mag er in een DBC of in een WMO indicatie nog wat tijd beschikbaar komen om een overlijden respectvol en goed af te kunnen maken? Of vraag ik dan teveel?

Brommen

Ik schrik als ik voor zijn deur sta. Er zitten altijd wel een paar dikke bromvliegen op het glas maar nu lijken het er meer dan normaal. Hij doet scheldend de deur open, gewapend met een handdoek om de vliegen dood te slaan.

Buiten is het 28 graden, al weken. In de woning ruikt het niet zo fris. Eigenlijk stinkt het er. Naar menselijke zure luchten van nooit willen, kunnen of durven douchen, naar vuilnis wat niet opgeruimd wordt want de container, die hij moet delen met de buren, is altijd vol, van overal in huis vuilnisbakjes maken, met etensresten. En kattenvoer wat niet op komt omdat de kat niets te kort mag komen en dus altijd een dikke bak vlees heeft staan. Waar vliegen op af komen, eerst de kleine, die worden groot, leggen eitjes en dan heb je ze dus in huis.

Ik leg hem al weken uit dat die vliegen op de etensresten afkomen, dat hij moet opruimen, meteen, met deze hittegolf. Meerdere malen zet hij mij bijna het huis uit. Want waar zie jij etensresten!!! Nou daar, en daar, en dat kattenvoer, en die half opgegeten maaltijd, en die plastic verpakkingen die op het aanrecht staan om weg te gooien. Huilend schreeuwt hij; waarom zitten die vliegen altijd op de voordeur!! Omdat ze naar het licht vliegen… dat kan hij niet geloven. Die beesten zouden daar helemaal niet moeten zijn. Volgens hem.

De dag dat ik schrik van de voordeur is ook de dag dat ik de gordijnen in de kamer open trek, die altijd potdicht zitten. Hij wordt woest. GODVERDOMME!!! NOU LAAT JE AL DIE VLIEGEN IN MIJN HUIS!!!

Ik schrik nog weer meer, want achter het gordijn in de woonkamer zit een kolonie. Met zoemende vliegen, die met zo’n groen glimmend achterlijf. Zo idioot veel dat ik er kippenvel van krijg. Wat mij niet vaak overkomt.

Afijn we moeten door. Ik zoek in de kamer naar iets om de vliegen dood te slaan. Dat is niet goed voor mijn karma en tegen mijn principes maar het is niet te doen om deze hoeveelheid vliegen levend het pand uit te krijgen, het sleuteltje van het raam aan de voorkant wat open kan, is al jaren kwijt. Het wordt een slap krantje. Als een gek ga ik tekeer. Ze moeten weg, die vliegen, het zijn er wel 200.

Mijn klant gaat op de bank liggen. In eerste instantie houdt hij de moed erin en doet hij net alsof hij 112 belt omdat hij een seriemoordenaar in huis heeft. Haha. In tweede instantie zegt hij dat hij gek wordt van dat getik van mij en dat dat moet stoppen. In derde instantie brult hij tegen mij dat het toch niet helpt en dat die vliegen er morgen weer zitten. In vierde instantie geeft hij toe dat het inderdaad wel verbeterd is en dat er eigenlijk niet zoveel vliegen meer over zijn. Ik verlaat het pand. De vliegen heb ik opgeveegd met een veger en blik en in het gras voor de deur geflikkerd, wie het overleeft heeft geluk…

In vijfde instantie kom ik de dag erna terug, met een vliegenspray om het karwei af te maken en daarna heb ik hem de deur gewezen met het verzoek over 3 uur terug te komen zodat ik even op kon ruimen. Ik trof een half opgegeten bakkie eten van de gemeentelijke cateraar op de salontafel aan met een in potentie nieuwe kolonie vliegen. Die zijn geruimd.

Ik gun deze man zijn huisje en zijn privé met zijn lieve kat. Maar of het nog lang zo door kan gaan?

Bron: internet koenschyvens.wordpress.com