Category: bureaucratie

How to: overlijden in een DBC slash de WMO

Het gebeurt helaas met enige regelmaat; de mensen die we begeleiden komen te overlijden. Na een soms niet al te lang leven; vaak wel na een geleefd leven. Het overlijden komt soms plotseling, bijvoorbeeld omdat iemand een bloeding krijgt of een hartaanval. Het is treurig genoeg. We komen elkaar niet meer tegen… jammer. Maar het hoort toch ook bij ons werk.

Tegenwoordig is zo’n overlijden technisch ook een ding. Dat vind ik bizar, maar het is wel zo. Want als iemand komt te overlijden, dan betekent dat in dit millennium dat alle bemoeienis onmiddellijk moet stoppen. Het maakt daarbij niet uit of iemand zorg ontvangt vanuit een DBC via de zorgverzekeraar, een WMO indicatie via de gemeente of begeleiding krijgt vanuit een ander potje. De redenering zal wel zijn dat als iemand overleden is, het niet meer nodig of mogelijk is om hem of haar nog te begeleiden. Dat klopt wel, maar je wilt als begeleider of als hulpverlener natuurlijk wel dat de uitvaart en de zaken die nu éénmaal geregeld moeten worden na een overlijden, zo goed als mogelijk geregeld worden. En lang niet altijd is er een netwerk of familie die de zaken kan regelen. Best vaak is er ook geen uitvaartverzekering en moet iemand ‘van de gemeente’ begraven worden.

In het verleden was het heel gewoon dat ik als hulpverlener betrokken was bij de regelzaken rondom de uitvaart en daar ook de tijd voor kreeg. We hadden toen natuurlijk nog niet het soort systeem waar in minuten geregistreerd moet worden; iets wat we nu wel hebben. Sterker nog, ik denk dat het toen in niemand opkwam dat wanneer je als betaalde hulpverlener tijd spendeerde aan een sterfgeval, dit het bedrijf geld zou kosten. We dachten domweg niet in die termen; de woorden die we nu gebruiken, bestonden nog niet. In de tijd voor de invoering van het DBC (2005) registreerde je om feiten te verzamelen over de klant, niet om iedere minuut van je tijd te verantwoorden.

De tijden zijn anno 2018 totaal veranderd.  Op het moment van overlijden, is het voor de hulpverlener niet meer mogelijk om de tijd die je wilt besteden aan zo’n ingrijpend moment te registreren. Want de klant is dood. Voor dode klanten wordt niet meer betaald, zo simpel is het. Dus alles wat je aan tijd neemt om het verder goed af te handelen is in principe vrijwilligerswerk. Ik moet de eerste baas nog tegen komen die moeilijk doet over zoiets, maar daar gaat het nu even niet om.

Overlijden zit niet in een DBC of in de WMO. Klaar.

We worden geacht onze bemoeienis en begeleiding onmiddellijk te staken en het over te laten aan mensen die de klant vaak nooit gekend hebben. De sleutel van de woning in te leveren bij een WIJ team of bij de politie, het gemeentelijke loket te bellen wat zich bezig houdt met mensen die overleden zijn zonder fatsoenlijke verzekering en dan is dat dat. Wat ik nog wel het meest bijzonder vind, is dat het lijkt alsof niemand er raar van staat te kijken dat het nu is zoals het is.

Daarnaast is cremeren in Duitsland tegenwoordig blijkbaar goedkoper en moet je dus die kant op als je ‘van de gemeente’ begraven wordt. In Groningen kun je alleen nog gecremeerd worden. Er is geen keuze meer tussen het later nog kunnen bezoeken van een graf of een crematie, had je het bij leven maar beter moeten regelen….

Het is eigenlijk een beetje onmenselijk naar mijn idee. Voor de overledene doet het er misschien niet meer toe, maar voor kennissen, vrienden en familie is het fijn als er een begeleider aanwezig is die het verhaal kan invullen. Voor mij als begeleider is het prettig als ik mijn werk goed af kan ronden, en in mijn idee behelst dat ook het afhandelen van de woning en wat er meer nodig is, als er echt niemand anders is die het kan regelen.

Zo heb ik de moeder van een klant waar ik tot nog vaak aan moet denken, want hij wilde zo graag leven maar hij kon het niet,  best veel persoonlijke aandenkens kunnen bezorgen waardoor zij aangenaam verrast werd. Ze wist niet van de kant die wij wel kenden van hem. Het is waardevol dat ze dit nu wel weet. En dat ik het huis, waar hij in zijn goede dagen altijd in kluste en sopte, het was belangrijk voor hem, met respect kon opruimen en de spullen een goede bestemming kon geven. Dan maar vrijwilligerswerk.

Is het respectvol om iemand vanwege de kosten te laten cremeren in Duitsland? Is het correct zoals we nu met een overlijden om moeten gaan? Ik mag hopen dat als ik onverwacht dood neerval het niet zo hoeft te gaan. Dan zou ik toch graag willen dat de begeleider die ik bij leven waardeerde en waar ik soms afhankelijk van was (niet mijn sterkste kant en meestal ook niet van mijn klanten) mij ook zou begeleiden bij mijn uitvaart en het opruimen van mijn huis en mijn geheimen. Met respect, soms iets vinden wat heel grappig is als je de persoon gekend hebt, en de nare geheimen wegwerkend zodat niemand dat hoeft te weten. Juist als je elkaar kende, kan dat. Alles bij de vuilnis laten gooien door een schoonmaakbedrijf of de technische dienst van de woningcorporatie kan ook. Maar of dat correct is, of dat respect is voor een geleefd leven… ik heb er moeite mee.

Mag er in een DBC of in een WMO indicatie nog wat tijd beschikbaar komen om een overlijden respectvol en goed af te kunnen maken? Of vraag ik dan teveel?

Holy Moly Privacy

De zorg is een werksoort, waarin privacy van zeer groot belang is. Je wilt bijvoorbeeld niet dat je in een sollicitatiegesprek geconfronteerd wordt met medische informatie die je zelf liever niet had willen vertellen en die je ook niet op Facebook, Twitter of Instagram had gezet. Of dat je baas gewoon kan bellen naar de huisarts of een ziekenhuis om even te informeren wat er nou precies aan de hand was toen je je die week laatst ziek gemeld had, om daar vervolgens consequenties aan te kunnen verbinden.

Maar we zijn een beetje doorgeslagen met zijn allen met die privacy. Zo kon het gebeuren, dat ik bij een cliënt in het ziekenhuis was die een ernstig ongeluk gehad had. Hij was zelf niet in staat om zijn zaken te behartigen of informatie te geven want hij lag in coma. De politie had na veel speurwerk een paar familieleden gevonden waar hij geen contact meer mee had. Het ene familielid zei dat hij wel 1e contactpersoon wilde zijn maar niet in het ziekenhuis wilde komen, het andere familielid zei dat hij wel 2e contactpersoon wilde zijn maar verder geen belang had bij informatie over hoe het ging. Ze werden genoteerd. De vriendin van mijn cliënt en ik stonden dagelijks aan zijn bed. Vragen over zijn toestand werden niet beantwoord. Wij mochten namelijk niet weten hoe het nu precies met hem ging, want wij waren geen contactpersonen. Wij moesten de 1e of de 2e contactpersoon maar bellen om te horen hoe het ging. Maar aangezien niemand van elkaars bestaan wist, of nummers van elkaar had, of een mailadres, ging dat niet werken. De verslavingszorg kreeg de informatie wel als ze langs kwamen, want BIG geregistreerd (denk ik) maar zij mochten mij en de vriendin van de cliënt de informatie ook weer niet doorgeven vanwege de privacy. Het kwam er op neer dat de verpleegkundige van de VNN beter op de hoogte was van de stand van zaken dan de partner. Heel naar.  Ik zag ook wel dat de verpleging het ingewikkeld vond maar het protocol was het protocol. Toen ik uiteindelijk nogal boos vroeg wie er nu precies iedere dag aan het bed stonden, die familie of wij, heeft men het aangedurfd om andere keuzes te maken. We werden 1e en 2e contactpersoon. Daarmee mochten we meepraten over het verder te voeren beleid. Dat was pas na een dag of 5 en de cliënt was toen in levensgevaar. Ik moet er niet aan denken wat er gebeurd was als er niemand aanwezig geweest was op de bespreking met als onderwerp of verdere behandeling nog medisch en ethisch verantwoord was of niet. Of als dat overgelaten had moeten worden aan een verpleegkundige van de verslavingszorg die heel betrokken was, maar de cliënt en zijn partner niet persoonlijk kende. Horror. Maar ja holy privacy.

Bel op een willekeurige dag de sociale dienst om te vragen hoe het gesteld is met de aanvraag voor bijzondere bijstand, in dit geval voor rechtsbijstand. Ik had de aanvraag zelf ingediend, met een toelichting. Ik kreeg geen antwoord op de vraag hoe lang het nog duurde voor er antwoord zou komen. Want meer hoefde ik niet te weten. In dit soort gevallen moet ik in verband met de privacy samen met de cliënt bellen zodat hij kan zeggen dat ik mag weten hoe lang het nog duurt. Want zelf heeft hij weinig idee van de vraag die hij moet stellen en overigens ook niet genoeg beltegoed om te wachten tot hij aan de beurt is in de wachtrij.

Deurwaarders gaan heel verschillend om met de privacy policy. De meesten geven antwoord als ik om een overzicht van de schulden vraag. Want dat is in hun belang. Misschien is er immers een regeling te treffen. Maar ik heb ook wel gehad dat men niet eerder antwoord wilde geven dan dat er een geschreven en door de cliënt ondertekende machtiging gemaild was. Hebben wij niet allemaal hetzelfde belang? Zorgen dat de rekening betaald wordt en de cliënt uit de zorgen raakt? Waarom zou je mij niet vertrouwen als ik namens Werkpro bel? Maar dat is niet het issue. De klant moet zeggen dat het ok is. Kan hij dat niet, bijvoorbeeld omdat hij in coma ligt of in de gevangenis zit, dan is het jammer. Geen informatie.

Ik snap het gewoon niet. We zitten in een tijdperk waarin de smartphone het nieuwe roken is, en waar iedereen constant informatie op bekijkt die het leven vaak makkelijker maakt. Als ik even iets opgezocht heb over een vakantie, een telefoonhoesje of kleding, krijg ik weken daarna nog reclames over precies die onderwerpen. Gepersonaliseerde reclames. Iemand zit mee te algoritme-en over mijn interesses. Vast een computer, maar die wordt uiteindelijk toch ook weer slimmer gemaakt door een mens. Ergens kijkt een persoon mee. Vermoed ik. Hoezo privacy dus. En de meesten van ons vinden dat normaal.

Werk je echter in de zorg, en dan vooral zonder BIG registratie of behandelstatus, dan kun je eigenlijk alleen nog maar informeren naar de stand van zaken met de cliënt erbij. Dat snap ik op zich ook wel maar vrijwel al mijn cliënten, de ik al lange jaren ken, zeggen dan aan de telefoon dat ik toch alles al van ze weet en dat ze graag willen dat ik het woord voer namens hen. Onlangs moest ik 2 keer een half uur rijden, Groningen – Appingedam, omdat het CBR van mijn cliënt in 20 seconden wil horen dat ik de zaken mag regelen. Duur uurtje voor de cliënt want ze had een PGB. Ik heb anderhalf uur op moeten schrijven voor nog geen halve minuut werk. Had ik het vanaf mijn kantoor zonder haar kunnen regelen, dan had ik nog geen half uur gedeklardeerd zoals een andere cliënt het noemt.

Mensen! Gezond verstand! Maak een afspraak over een standaard machtiging die de cliënt kan tekenen en die ik door kan scannen zodat we er voor altijd vanaf zijn. Die machtiging wil ik graag kunnen downloaden van een site van de overheid en overal kunnen uploaden zodat ik niet weer hoef te bellen dat ik het document ga mailen om vervolgens weer het volgende te horen:

Is de cliënt bij u? -Nee, ik wil alleen een toestemmingsformulier doormailen maar ik weet niet naar wie.

Maar dan kan de cliënt geen toestemming geven dat u dit mag vragen. -Nee.

Sorry dan kan ik u niet verder helpen. Wilt u terugbellen met de cliënt samen? -Tuut tuut

Ik trek het nu een beetje in het belachelijke maar op zich zou dit heel goed kunnen voor vallen. Privacy is belangrijk. Maar in noodsituaties, zoals mijn cliënt die in coma lag, moet het gezond verstand toch echt even voorrang hebben. Als het aan de oorspronkelijke 1e en 2e contactpersoon gelegen had, was hij nu waarschijnlijk dood geweest. Want zij kenden hem niet meer en wilden niet overleggen met de artsen. Die artsen wilden het opgeven wegens zinloos medisch handelen.

Ware het niet dat hij net die dag zijn hand bewoog en even zijn ogen opende. Om daarna weer in de coma terug te vallen. Ware het niet dat zijn vriendin en ik net de dag ervoor gepromoveerd waren tot 1e en 2e contactpersoon en we namens hem aan konden geven wat hij zou willen. Pff close call.

Het KAK

CAK

Mensen die zorg van de gemeente ontvangen, of eerder van het rijk, krijgen daarvoor een indicatie. Die indicatie wordt vastgesteld door de gemeente en je moet voor de zorg die je ontvangt een eigen bijdrage betalen. De hoogte van die eigen bijdrage verschilt; zit je in een verzorgingstehuis dan kan de eigen bijdrage oplopen tot honderden en zelfs duizenden euro’s per maand. Individuele begeleiding, het soort zorg wat de meeste ambulante cliënten in de psychische en verslavingszorg ontvangen, is goedkoper. Dat kost bijna altijd € 17,50 per maand. Als je via een collectieve regeling van de gemeente Groningen bij Menzis verzekerd bent, betaalt Menzis de eigen bijdrage en kost het de cliënt dus feitelijk niets.

De organisatie die moet zorgen dat iedereen de eigen bijdrage betaald, is het CAK ofwel het Centraal Administratie Kantoor. Mijn klanten noemen het Cee AA Ka soms het KAK omdat ze echt denken dat dat de naam is. ‘Nou heb ik alweer een deurwaarder! Van het KAK!’

Ja zal wel. Want er gaat iets helemaal niet goed bij het KAK. Menzis betaalt braaf de eigen bijdrages van de cliënten die collectief verzekerd zijn. Wij halen de post op bij de cliënten, scannen de KAK rekeningen in en sturen die door naar Menzis; Menzis betaalt en stuurt ons inmiddels lijsten met betalingen die zij gedaan hebben. Want het gaat dus niet goed. Het KAK kan namelijk negen van de tien keer die betalingen niet terugvinden in hun administratie. Dat is best apart als je een administratiekantoor bent maar dat terzijde.

What’s next? Klant krijgt herinneringen, aanmaningen, de deurwaarder. Ik weet dat de rekening betaald is en dat kan ik aantonen met de lijsten die Menzis ons stuurt. Ik bel het KAK en probeer dit te bespreken. Maar ja het KAK heeft waarschijnlijk een callcenter waar mensen met een schermpje en een beslisboom voor zich zitten en dus geen inhoudelijk antwoord kunnen geven. Dus we komen in het volgende soort gesprekje terecht.

(na de gebruikelijke plichtplegingen, waarmee kan men mij van dienst zijn etc.)

‘Ik bel namens een cliënt van mij. Hij krijgt aanmaningen over een factuur die allang betaald is door Menzis’.

‘Momentje dan kijk ik met u mee. Ja ik zie het al, dat factuurnummer met periode 10 is niet betaald’.

‘Nou het is wel betaald, door Menzis, dat kan ik ook aantonen want ik heb een betalingsoverzicht van Menzis gekregen. Ik heb dat via het contactformulier aan jullie doorgestuurd’.

‘Ja, dat zie ik, dank u wel. Maar daarmee kunnen wij niet zien dat het betaald is’.

‘Waarom niet dan?’

‘Ja wij hebben geen rekeningnummer van waar de betaling gedaan is, geen kenmerk, en ook geen rekeningnummer waar het naar toe gegaan is’.

‘Maar jullie hebben een overzicht waarop het bedrag, de naam, de datum van betaling, het factuurnummer en het EB nummer staan’.

‘Het spijt me maar dat is niet genoeg. De rekening is niet betaald’.

‘Ik zeg dus van wel. Wat nu?’

‘Ik zal een uitstel van betaling op deze rekening zetten van 14 dagen zodat u aan kunt tonen dat de rekening betaald is’.

‘Maar dat heb ik net gedaan en dus hoef je geen uitstel van betaling te geven.’

’Dat moet u zelf weten mevrouw, dan doe ik het niet en dan krijgt uw cliënt een deurwaarder want dat stadium hebben we nu wel bereikt’.

‘Maar jullie zijn de betaling kwijt toch?’

’Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt om aan te tonen dat hij wel betaald heeft. Ik heb een rekeningnummer nodig van waar de betaling gedaan is, en naar welk rekeningnummer, en een betalingskenmerk’.

‘Nou ik zal mijn best doen. Goedemiddag’.

!@#$%^&*&^%$!! Vervolgens mail ik, en mijn collega’s ook, naar Menzis met het verzoek de gevraagde gegevens aan te leveren. Menzis doet dat dan. Ik mail het weer door naar het KAK via het contactformulier want mensen kun je daar niet echt meer inhoudelijk spreken. Uiteindelijk krijg ik dan via de mail een @berichtvanhetCAK dat  men de betaling gevonden heeft. En dat er dus geen deurwaarder ingeschakeld gaat worden.

Dat heeft mij of mijn collega’s dan minimaal 2 begeleidingsuren gekost die week. Die begeleidingsuren declareert mijn werkgever bij de gemeente en daarvoor betaalt de cliënt een eigen bijdrage. Het KAK int die eigen bijdrage. Die men dus in negen van de tien gevallen pas na 2 begeleidingsuren terug kan vinden.

En @mrsAlgera? Belt het KAK inmiddels als ze zin heeft om een beetje ruzie te zoeken. Het is de ideale uitlaatklep in een werkweek. Maar het is ook jammer dat de bureaucratie zoveel werk geeft dat een doorsnee klant dat helemaal niet trekt. Daarvoor heeft hij ook die individuele begeleiding.

Leuker kunnen we het niet maken, makkelijker ook niet

December 2013.
Ik krijg een seintje van de sociale dienst dat er iets mis is met het postadres van mijn cliënt X. Hij lijkt bij de gemeente Groningen per 30 september 2013 te zijn uitgeschreven. Geen adres, geen recht op uitkering. Ik ga op zoek en bel eerst maar de maatschappelijke opvang, waar het postadres zich bevind. X staat gewoon ingeschreven. Ik bel de gemeente Groningen, afdeling burgerzaken. Inderdaad, X is bij de gemeente wèl uitgeschreven omdat hij niet gereageerd heeft op brieven van de gemeente, over dat postadres. Een deurwaarder deed onderzoek naar zijn adres omdat X een schuld had. Toen er geen reactie kwam, concludeerde de gemeente dat X dan wel geëmigreerd zou zijn en schreef hem uit. Omdat ambtelijke molens langzaam malen, werd die uitschrijving pas eind december 2013 zichtbaar in de systemen. Voordat we duidelijkheid hadden over wat er gaande was, was het half januari 2014.

Ik nam nogmaals contact op met het postadres. Men vertelde dat er twee mensen met de naam X waren, en dat het wel eens mis ging met het verdelen van de post. Het zou goed kunnen dat de post van de gemeente dus echt niet bij mijn X terecht gekomen was.
We moesten een nieuw postadres regelen.
Dat is geen sinecure; het is een heel rondje afwerken. Naar de sociale dienst voor een formulier met stempel. Met dit formulier naar het postadres voor een stempel. Met de 2 stempels naar burgerzaken en de inschrijving regelen. Met de inschrijving terug naar het postadres om een kopie af te geven en het origineel terug  naar de sociale dienst. Met frisse tegenzin begonnen X en ik aan de klus. Omdat mijn agenda vaak druk is duurde het even voor ik een paar uur tijd had om met X op pad te gaan.
Aangekomen bij de burgerzaken, we hadden een afspraak dus waren we lekker snel aan de beurt, strandden we meteen. Het gestempelde formulier was ouder dan 7 dagen en dat is niet toegestaan. We hadden een formulier van 10 dagen oud dus we werden retour afzender gestuurd. Een week later hebben we na een strak gecoördineerd beleid alsnog met een geldig formulier de inschrijving kunnen doen; wel via de afdeling immigratie want X was immers geëmigreerd. Eind goed, al goed zou je denken.

Maar nee. Omdat X pas per februari 2014 weer ingeschreven was bij de gemeente, kon het recht op uitkering vanaf oktober 2013 tot de datum van (her)inschrijving niet vastgesteld worden door de sociale dienst.  Ik moest een brief aan de gemeente schrijven met een verzoek om correctie van de datum van uitschrijving. Ik schreef een uitgebreide brief. De gemeente belde; de correctie zou doorgevoerd worden. Mooi zo.
Wat minder mooi was, was dat de belastingdienst inmiddels ook vernomen had, want dat geeft de gemeente door, dat X vanaf oktober 2013 niet meer over een adres beschikte. Met als gevolg, dat er geen recht meer was op zorgtoeslag.

Ik belde de belastingtelefoon. We schrijven april 2014.
In het systeem van de belastingdienst was zichtbaar, dat er een nieuwe inschrijving gedaan was bij de gemeente Groningen in februari 2014. Wat men niet kon zien, was de correctie die later doorgevoerd was. Ik moest maar even een paar weken wachten, dan zou het wel verwerkt zijn. Dat deed ik.
Intussen begonnen de brieven van de belasting binnen te komen, dat X onterecht zorgtoeslag had ontvangen en dit nu terug moest betalen.
Ik belde een week of 2 later weer naar de belastingtelefoon, en hoera, de correctie was daar nu ook bekend. Maar toen ik digitaal probeerde de zorgtoeslag weer aan te vragen vanaf oktober 2013, kon dat niet omdat het adres onbekend zou zijn. De belastingdienst vertelde, dat ‘dit logisch was omdat het om een postadres, en niet om een woonadres ging’.
Huh? Bijna al mijn geachte cliënten hebben een postadres en wonen nergens, maar krijgen gewoon hun zorgtoeslag.
Men zou het uitzoeken en ik moest erover teruggebeld worden door een andere afdeling. Dat gebeurde een paar dagen later, om half 9 ’s ochtends. Ik had een drukke dag voor de boeg en zat in de auto. De medewerker van de belastingdienst wist mijn vraag te noemen, de volledige naam van X, en de datum waarop ik de vraag gesteld had. Maar ter controle moest ik de geboortedatum noemen en die wist ik niet uit mijn hoofd. Waarop de medewerker mijn vraag niet kon beantwoorden en wanneer kon ze mij terugbellen? Ik zou de rest van de dag niet in de buurt van mijn kantoor zijn, dus ik vroeg of het de dag erna kon. ’s Middags, ik zat met een cliënt in een apotheek, belde dezelfde mevrouw mij terug. Ik had nog steeds de geboortedatum niet paraat natuurlijk, waarop ik de mededeling kreeg dat dit de laatste dag was waarop mijn call beantwoord kon worden. Ik moest de volgende dag maar terugbellen en de vraag opnieuw ‘uitzetten’.

Dat heb ik dan maar gedaan. Ik zou er weer over teruggebeld worden en deze keer had ik de geboortedatum maar prominent genoteerd, dus kreeg ik antwoord. Het bleek dat ik de zorgtoeslag, omdat het om een postadres ging, niet digitaal aan kon vragen en dus moesten er papieren formulieren aangevraagd en teruggestuurd worden.
Ook dat hebben X en ik gedaan. Er gebeurde een tijdje niets. Er kwam geen post, maar ook geen zorgtoeslag binnen. Totdat X met twee dwangbevelen verscheen. De zorgtoeslag van 2013, 3 maanden, en voor 2014, nog eens 3 maanden moesten meteen worden betaald.
Ik ging weer bellen. 2014 bleek vrij snel opgelost, tenminste, dat leek zo. De medewerker van de belastingtelefoon kon zien dat er in juni een nieuwe aanvraag was binnengekomen en 2014 was weer toegekend, dus ik kon dat dwangbevel vergeten. Over 2013 kon hij geen antwoord vinden; ik meldde dat X gewoon recht had op de zorgtoeslag van die 3 maanden, maar dat dit nog niet toegekend was. Omdat er toch een dwangbevel gekomen was, vroeg ik of dat ingetrokken kon worden. Hierover moest ik worden teruggebeld. Zo gezegd zo gedaan; deze keer had men een boodschap ingesproken. Ik had volgens deze medewerker gevraagd naar een betalingsregeling, maar dat hoefde niet meer, want het openstaande bedrag was al verrekend met een bedrag wat X nog kreeg van de belastingdienst.
Dat was vreemd want X krijgt eigenlijk nooit geld terug van de belastingdienst. Ik belde er achteraan omdat ik wilde weten wat er dan precies verrekend was. Ik kreeg een vriendelijke medewerker aan de lijn die mij ongeveer 5 keer in de wacht moest zetten om te kijken wat er nu precies gebeurd was. Het bleek dat het openstaande bedrag van 2013, waar X wel recht op heeft maar wat  nog niet toegekend is, verrekend was met het bedrag wat hij over 2014 alsnog toegekend gekregen had. De kosten van het dwangbevel, 58,– waren ook verrekend. Toen ik meldde dat dit zo natuurlijk niet kon en dat ik overigens ook geen antwoord had gekregen op mijn vraag of het dwangbevel ingetrokken kon worden, was het antwoord, dat dit laatste niet kon, maar dat ik wel, binnen 6 weken na dagtekening, bezwaar aan kan tekenen tegen de kosten van het dwangbevel.
Dan mag ik nu wel opschieten.

Augustus 2014.
(bijna september en een jaar na de onterechte uitschrijving)
De toekenning van de 3 maanden uit 2013 zal nog even op zich laten wachten, omdat ik mijn aanvraag na 1 april 2014 had ingestuurd en dan is het wachten op de definitieve berekening van het voorgaande jaar, die is over een maandje of 3 te verwachten. Het bezwaar tegen de kosten van het dwangbevel is inmiddels de deur uit.

Het is dat het mijn werk is. Maar de doorsnee burger was allang afgehaakt in deze Kafkaëske toestanden. Al was het maar vanwege de vele uren die ik inmiddels in de wacht heb gestaan bij de belastingtelefoon. Dat kost heel veel belminuten.