Briefjes uit de bemoeizorg (3)

briefjes 3

La Place, V&D, 2013

Een briefje is een understatement. We hebben het hier eigenlijk wel over een Brief. Ik zat met mijn klant koffie te drinken bij V&D. Toen dat nog kon. Hij vroeg mij om een papiertje en een pen en begon ijverig het blaadje wat ik uit een opschrijfboekje gescheurd had vol te schrijven. Vragen was te moeilijk; schrijven lukte blijkbaar wel.

Maar wat staat hier eigenlijk? Mijn klant schrijft dat hij morgen een afspraak met die eigenaar heeft, waarmee hij een deal heeft voor 800 euro en dan trekt hij het in. Zijnde een aangifte wegens ernstige mishandeling. Het. Dat is jammer, want mijn klant was met een honkbalknuppel in elkaar geslagen omdat hij in een louche Gronings biljartlokaal geweest was waar hij blijkbaar niet gewenst was. Of eigenlijk zijn maat die bij hem was niet, als ik het goed onthouden heb. Mijn klant is met een gebroken arm afgetaaid naar een bankje in de binnenstad en heeft daar de hele nacht gezeten. Geen huis. Geen vrienden. Geen telefoon om alarm te slaan. Het regende ook nog. Het was hartstikke treurig. Maar hij trekt het in voor 800 euro. 800 euro is veel geld als je flink aan de coke bent.

Verder. Dinsdag zal hij mij 100 euro geven, waarschijnlijk is de uitkering dan binnen en wil hij mij eerdere voorschotten terug betalen. Hij heeft al 80 euro gehad, hij houdt zijn boekhouding keurig bij. Maar hij wil dan graag nu wel even 7,50 lenen zodat hij niet zwart hoeft te rijden met de trein naar Assen. Dus als ik die 7,50 niet voorschiet en hij krijgt de zoveelste boete voor zwartrijden is dat eigenlijk aan mij te danken als ik dat goed interpreteer. Want ik krijg immers dinsdag mijn geld alweer terug en zelfs meer dan de 87,50 die hij dan bij mij in de min staat.

Als ik hem die 7,50 leen dan is dat de laatste keer dat hij het vraagt, schrijft hij er nog veelbelovend achteraan. En bij voorbaat bedankt.

Ik vermoed dat ik hem het geld geleend heb, maar ik weet het niet meer zeker. Wat ik wel weet is dat ik al mijn uitstaande leningen uiteindelijk van hem terug gekregen heb. Zo is hij dan ook wel weer.

 

 

Het KAK

CAK

Mensen die zorg van de gemeente ontvangen, of eerder van het rijk, krijgen daarvoor een indicatie. Die indicatie wordt vastgesteld door de gemeente en je moet voor de zorg die je ontvangt een eigen bijdrage betalen. De hoogte van die eigen bijdrage verschilt; zit je in een verzorgingstehuis dan kan de eigen bijdrage oplopen tot honderden en zelfs duizenden euro’s per maand. Individuele begeleiding, het soort zorg wat de meeste ambulante cliënten in de psychische en verslavingszorg ontvangen, is goedkoper. Dat kost bijna altijd € 17,50 per maand. Als je via een collectieve regeling van de gemeente Groningen bij Menzis verzekerd bent, betaalt Menzis de eigen bijdrage en kost het de cliënt dus feitelijk niets.

De organisatie die moet zorgen dat iedereen de eigen bijdrage betaald, is het CAK ofwel het Centraal Administratie Kantoor. Mijn klanten noemen het Cee AA Ka soms het KAK omdat ze echt denken dat dat de naam is. ‘Nou heb ik alweer een deurwaarder! Van het KAK!’

Ja zal wel. Want er gaat iets helemaal niet goed bij het KAK. Menzis betaalt braaf de eigen bijdrages van de cliënten die collectief verzekerd zijn. Wij halen de post op bij de cliënten, scannen de KAK rekeningen in en sturen die door naar Menzis; Menzis betaalt en stuurt ons inmiddels lijsten met betalingen die zij gedaan hebben. Want het gaat dus niet goed. Het KAK kan namelijk negen van de tien keer die betalingen niet terugvinden in hun administratie. Dat is best apart als je een administratiekantoor bent maar dat terzijde.

What’s next? Klant krijgt herinneringen, aanmaningen, de deurwaarder. Ik weet dat de rekening betaald is en dat kan ik aantonen met de lijsten die Menzis ons stuurt. Ik bel het KAK en probeer dit te bespreken. Maar ja het KAK heeft waarschijnlijk een callcenter waar mensen met een schermpje en een beslisboom voor zich zitten en dus geen inhoudelijk antwoord kunnen geven. Dus we komen in het volgende soort gesprekje terecht.

(na de gebruikelijke plichtplegingen, waarmee kan men mij van dienst zijn etc.)

‘Ik bel namens een cliënt van mij. Hij krijgt aanmaningen over een factuur die allang betaald is door Menzis’.

‘Momentje dan kijk ik met u mee. Ja ik zie het al, dat factuurnummer met periode 10 is niet betaald’.

‘Nou het is wel betaald, door Menzis, dat kan ik ook aantonen want ik heb een betalingsoverzicht van Menzis gekregen. Ik heb dat via het contactformulier aan jullie doorgestuurd’.

‘Ja, dat zie ik, dank u wel. Maar daarmee kunnen wij niet zien dat het betaald is’.

‘Waarom niet dan?’

‘Ja wij hebben geen rekeningnummer van waar de betaling gedaan is, geen kenmerk, en ook geen rekeningnummer waar het naar toe gegaan is’.

‘Maar jullie hebben een overzicht waarop het bedrag, de naam, de datum van betaling, het factuurnummer en het EB nummer staan’.

‘Het spijt me maar dat is niet genoeg. De rekening is niet betaald’.

‘Ik zeg dus van wel. Wat nu?’

‘Ik zal een uitstel van betaling op deze rekening zetten van 14 dagen zodat u aan kunt tonen dat de rekening betaald is’.

‘Maar dat heb ik net gedaan en dus hoef je geen uitstel van betaling te geven.’

’Dat moet u zelf weten mevrouw, dan doe ik het niet en dan krijgt uw cliënt een deurwaarder want dat stadium hebben we nu wel bereikt’.

‘Maar jullie zijn de betaling kwijt toch?’

’Het is de verantwoordelijkheid van de cliënt om aan te tonen dat hij wel betaald heeft. Ik heb een rekeningnummer nodig van waar de betaling gedaan is, en naar welk rekeningnummer, en een betalingskenmerk’.

‘Nou ik zal mijn best doen. Goedemiddag’.

!@#$%^&*&^%$!! Vervolgens mail ik, en mijn collega’s ook, naar Menzis met het verzoek de gevraagde gegevens aan te leveren. Menzis doet dat dan. Ik mail het weer door naar het KAK via het contactformulier want mensen kun je daar niet echt meer inhoudelijk spreken. Uiteindelijk krijg ik dan via de mail een @berichtvanhetCAK dat  men de betaling gevonden heeft. En dat er dus geen deurwaarder ingeschakeld gaat worden.

Dat heeft mij of mijn collega’s dan minimaal 2 begeleidingsuren gekost die week. Die begeleidingsuren declareert mijn werkgever bij de gemeente en daarvoor betaalt de cliënt een eigen bijdrage. Het KAK int die eigen bijdrage. Die men dus in negen van de tien gevallen pas na 2 begeleidingsuren terug kan vinden.

En @mrsAlgera? Belt het KAK inmiddels als ze zin heeft om een beetje ruzie te zoeken. Het is de ideale uitlaatklep in een werkweek. Maar het is ook jammer dat de bureaucratie zoveel werk geeft dat een doorsnee klant dat helemaal niet trekt. Daarvoor heeft hij ook die individuele begeleiding.

Uit Vissen (hulpverlenen in alle eenvoud)

(gastblog door Marian de Jong, oud medewerker FACT team verslavingszorg)

Met Klaas had ik afgesproken bij de dagopvang, omdat hij op dat moment dakloos was en de dagopvang  was één van  de vaste plekken om elkaar te ontmoeten. Ik had mijn auto geparkeerd bij de gracht, zo’n 50 meter van de dagopvang af en liep in die richting toen ik een woeste Klaas de deur uit zag stappen en op me af zag komen. Behangen met tassen en als gewoonlijk met pet op, het lange haar er in slierten onderuit, kwam hij vloekend en tierend aangelopen.

‘Wat is er aan de hand?’,  riep ik hem toe, waarop het verhaal begon…

‘Kutstreek! Se kenne me daar nou al jaren en nu wille se me der niet in late omdat ik mijn toegangspas kwijt  ben. Ik heb  ‘m vast ergens, maar je weet, ik ben wel es vaker wat kwijt en met al die tassen is het klote soeken. En dan late se me niet binnen en dan wordt het soeken nog veel klotiger.’

Dus ik zeg tegen Klaas dat we er éven rustig de tijd voor moeten nemen. De spullen éven achter in mijn auto laden en dan stuk voor stuk de tassen éven rustig moeten doorzoeken.

Helaas had Klaas daar in alle hectiek en toestanden geen tijd voor en dus opende hij naast mijn auto alvast de eerste tas en schudde de daaruit vrijgekomen slaapzak helemaal uit. Nu waaide het nogal en zoals gezegd stond mijn auto vlak naast de gracht. Allebei tegelijk zagen we de toegangspas met de wind mee vliegen en met een sierlijk boogje in de gracht landen. Gelukkig bleef het ding drijven. Eerst beduusd en vervolgens weer woest tierend  zocht Klaas naar een hulpstuk om de pas uit het water te redden. Op een onbemand schip vond hij een pikhaak en die kon misschien wel van nut zijn. Plat op zijn buik gelegen tussen mijn auto en de gracht in, zich ondertussen doodschamend over het feit dat hij er zo bij lag, probeerde hij met de pikhaak de pas onder controle te krijgen. Het lukte hem jammer genoeg net niet lang genoeg het geduld te bewaren.

Van lieverlee ben ik ook maar plat op mijn buik gaan liggen en heb ik de pikhaak van Klaas overgenomen. Mijn geduld bleek iets bestendiger. Met beleid en onder luide toejuiching en adviezen van Klaas (‘Je hebt hem bijna! Nu nog éééven rustig aan doen…. kijk uit!! Oeiiiiiiii op het nippertje! Goed gedaan man!!’) lukte het uiteindelijk de pas weer op vaste wal te krijgen. Dat was een opluchting! En het scheelde bovendien 5 harde euro’s om weer een nieuwe pas aan te moeten vragen. Gezamenlijk zijn we, trots op onszelf en de verrichtPikhaake inspanning, de dagopvang ingegaan om het aldaar geplande gesprek te voeren. Toen we klaar waren vervolgden we ieder onze eigen weg.

Bij het afscheid voegde Klaas me tussen neus en lippen toe: ‘En nog bedankt voor ‘t vissen hè!’

 

 

Meet you here and on the other side

2015-12-30 17.10.08Ik heb een cliënt die ernstig ziek is. Hij is erfelijk belast en zijn hele leven wordt hij al bepaald door zijn strijd tegen deze ziekte. Het heeft hem alles gekost. Zijn geliefden, zijn werk, zijn geluk.

Als het weer zover is koopt hij, vrijwel vanuit het niets, 4 tot 6 flessen Beerenburg, de laatste tijd ook vaak Schippersbitter. Daarnaast 6 tot 8 flessen biologische witte wijn, en voor de dorst nog wat blikjes bier. Niet de goedkoopste soort trouwens. Hij gaat op zijn witte leren bank liggen, zet een emmer naast zich, zijn grote kristallen asbak op tafel met 4 pakjes shag en nog wat pakjes sigaretten voor als het draaien niet meer gaat, en hij begint te drinken. Er zit als hij meteen aan de Beerenburg begint eigenlijk geen enkele rem op. Drinken zal hij, tot alles op is. Eten lukt hem niet meer. Zijn drinken is levensbedreigend. Binnen een dag of 3 ligt hij in zijn ondergoed op de bank en is de emmer tot de rand toe gevuld met braaksel, urine, restjes drank en peuken. De peuken gooit hij in de emmer omdat hij dan zeker weet dat hij het huis niet in brand zet. Voor wat hij nog aankan op zo’n moment een verantwoordelijke actie.

De rest van het huis ziet er als altijd spic en span uit. Mijn cliënt is in nuchtere staat heel wat schoner in huis dan ik. Hij wast zijn vitrages elke maand en er staat dan nooit een vies kopje op het aanrecht. In nuchtere staat vecht hij zich rot om iedere keer weer terug te komen tot een redelijke kwaliteit van leven. Maar het lukt niet blijvend. De flarden die hij af en toe te pakken krijgt worden weer teniet gedaan door de verliezen die hij heeft geleden in zijn leven. Zijn geliefden, zijn werk, zijn geluk. En zijn zelfrespect maar daar hebben we het nooit over. Dat is te dichtbij.

Als hij drinkt, trekt hij zich terug op zijn drankbank tot hij niet meer kan. Het komt er natuurlijk toe dat hij niet meer zelfstandig op zijn benen kan staan en dus ook niet meer naar het toilet kan. Hij voelt ook niet meer dat hij naar het toilet moet trouwens. Mijn collega’s en ik treffen hem wachtend op een plek op de crisisafdeling van een verslavingskliniek, wat meestal ongeveer een week duurt, dan aan in zijn eigen urine en diarree. Hij schaamt zich dood. We zetten hem ondanks zijn gegeneerd zijn toch maar wel onder de douche en trekken hem schone kleding aan. Hij heeft ons een sleutel gegeven zodat we in elk geval bij hem binnen kunnen komen en hij niet dagen dood op zijn bank hoeft te liggen. Want die kans is levensgroot aanwezig als je alleen maar drinkt en niets meer eet en daarbij ook nog overgeeft. Hij is blij met de veiligheid van onze dagelijkse bezoeken. Als we hem laten blazen, kan het zo zijn dat hij een promillage van meer dan 3.5 heeft. Zulke promillages krijg je als je een krat bier achter elkaar naar binnen werkt. Je bent met dit promillage ongevoelig voor pijnprikkels en pijn in het algemeen, je bent totaal verdoofd. Dat is ook de bedoeling van mijn cliënt.

Het eindigt er meestal mee dat we 112 moeten bellen en dat hij naar het ziekenhuis gebracht wordt. Hij wordt dan weer opgekalefaterd en vindt dan al snel dat hij best weer naar huis kan. Om door te gaan naar de volgende ronde. Hij heeft de laatste maanden een omlooptijd van ongeveer 6 tot 9 weken.

Met de huisarts heb ik oeverloze discussies over een palliatief traject. De huisarts vindt eigenlijk dat we mijn cliënt maar dood moeten laten gaan. Hij doet het toch zelf, hij wil het toch zelf met dat gezuip? Ik zeg tegen de huisarts dat als hij met een palliatief traject bedoeld dat ik de Beerenburg moet komen brengen zodat mijn cliënt zich dood kan drinken, we zo’n traject niet hebben en ook niet willen.

Als hij in het ziekenhuis ligt, ga ik eigenlijk altijd de day after terug naar zijn huis. Ik ruim de ergste ellende op. De flessen naar de glasbak, de bevuilde kleding in de wasmachine, aan het eind van de dag rijd ik nog eens langs en hang ik het op de waslijn. De emmer naar buiten, want het is moeilijk om dat weg te gooien zonder daar heel erg misselijk van te worden. De vieze kussens en dekbedden ook in de wasmachine, de vloer en het toilet een beetje schoon. De vissen schoon water, een vriend bellen dat hij die vissen even op komt halen omdat ik niet dagelijks langs wil komen om ze te voeren.

Zodat de confrontatie iets minder heftig is als hij weer thuis komt. Veel mensen vinden dat best een rare actie van mij en noemen het zelfs onprofessioneel, dat opruimen en zorgen. Want die man die doet dat toch zelf, die rotzooi maken en dat drinken. Onveranderlijk stel ik een vraag terug.

Zou je dit ook tegen mij zeggen als het ging om een patiënt met kanker die door de chemo zo misselijk en beroerd is dat deze troep er het gevolg van was?

Als alcoholisme een chronische, genetisch bepaalde en erfelijk belaste ziekte is, zie ik het verschil namelijk niet zo.

Naschrift: mijn cliënt is kort na nieuwjaarsdag, toen ik hem nog medicatie bracht om de ontwenning op te vangen na zijn zevende heftige terugval in 18 maanden, overleden aan de gevolgen van zijn alcoholmisbruik. Het was 4 januari 2016. Wegens code rood (ijzel) is hij pas op 8 januari in zin huis gevonden. Ik had er verdriet over.

Dit lied is op zijn crematie gedraaid. 

Briefjes uit de bemoeizorg (2)

briefjes 2

bron: voordeur in Selwerd

U moet maar van mij aannemen, dat al mijn blogs op de een of andere manier iets met verslaving te maken hebben, ook al haal je het er niet meteen uit. Aan de briefjes die ik regelmatig op deuren en ramen aantref, kun je het niet aflezen.

Dit briefje is best een bijzonder exemplaar. Degene die het schreef, liet weten dat hij er zo aankwam maar nu even iets verder op liep. Hoewel dat niet kan als je een briefje op je deur hangt dat je in de toekomst ieder moment kan arriveren. Ik moest er echt even over nadenken.

Een soort back to the future. Maar toch! Een vooruitziende blik en laten weten dat je er even niet bent, dat maak ik meestal anders mee en dan heet het een no show.

Ik vind dit een topbriefje.