Buitenbeentjes

Bron: Google http://evaontwerp.nl/portfolio/buitenbeentje/

Onlangs hadden mijn collega’s en ik het over hoe de wereld tegenwoordig in elkaar zit. De maakbare wereld. De wereld waarin je alles wat je status als gelukkig, cool, fit of druk druk druk persoon kan bevestigen op Facebook, Twitter of Instagram zet. En vooral ook over hoe gezond je eet, als foodie. De wereld waarin je op je eigen netwerk terug moet vallen, of tenminste op je eigen kracht. Dat is modern en hip. De wereld waarin je niets meer begint zonder een smartphone, een mailadres en toegang tot het internet. Steeds vaker zijn zaken alleen nog maar digitaal te regelen, ik zag onlangs nog dat bijzondere bijstand bij de gemeente Groningen alleen nog valt aan te vragen via een digitaal formulier met bijlagen die je moet uploaden. Om het formulier in te kunnen vullen moet je inloggen met je DigiD.

Hoe anders is de wereld van onze klanten. Niet altijd maar wel heel vaak. Als je tegenwoordig anders bent, eigenlijk een buitenbeentje, dan kan dat niet zomaar. Het is sowieso niet cool en hip en buitenbeentjes zetten meestal niet veel op Facebook. Want niet gelukkig en mooi genoeg.

We hebben in Nederland een lange ontwikkeling gehad over dit onderwerp. Was een buitenbeentje in de jaren 90 een (zorgwekkende) zorgmijder, dan kwam er outreachende hulp in de vorm van hulpverleners die op straat contact legden of ongevraagd aan je deur stonden. Men vond het belangrijk dat deze buitenbeentjes niet uitgesloten waren van hulp. Het werd ze desnoods een beetje opgedrongen; de zogenaamde bemoeizorg stamt uit eind negentiger jaren en hield het lang vol, wel zeker 15 jaar. Toen de jaren 2000 aanbraken ontstond er een nieuwe zakelijkheid, die deels ook ingegeven werd omdat de kosten wat uit de hand leken te lopen voor deze vorm van zorg. Maar de bemoeizorg leefde nog volop en zorgde ervoor dat buitenbeentjes toch nog een beetje mee konden doen in de maatschappij of in elk geval in de gaten gehouden werden door de hulpverlening. Een soort betaalde buurman zeg maar.

Het werd 2010 en later. De zorgverzekeraar werd almachtig in de geestelijke gezondheidszorg. Bemoeizorg die over het algemeen geen direct meetbare resultaten opleverde werd steeds verder op afstand gezet. In de GGZ werden nieuwe werkwijzes geïntroduceerd. Oplossingsgericht werken, herstelgericht werken, eigen kracht, terugvallen op je netwerk. Heel goed voor hen die dat aan kunnen. Maar helaas ook met enige regelmaat een excuus om de buitenbeentjes buiten spel te zetten. Want zij hebben vaak geen hulpvraag, geen motivatie, soms problematiek die niet binnen 1 organisatie op te lossen is. Dan hebben we al heel gauw een probleem want een klant kan niet overal een geopend DBC hebben. Een netwerk? Na een leven vol problemen, verslaving en detenties hebben de meeste netwerken het al jaren geleden opgegeven. Vrijwilligers inschakelen via een WIJ team? Die willen liever niet komen bij vieze huizen en vieze mensen die soms nogal tekeer kunnen gaan over van alles en nog wat. Bemoeizorg is tegenwoordig niet meer hip. Als ik zeg dat ik nog steeds zo werk verbeeld ik mij dat ik wat meewarig wordt bekeken. Och heden. Dat beste mens is van de oude stempel. Zóóó 2009!

En het werd 2015. Het jaar waarin de gemeentes de geïndiceerde WMO zorg over namen van het rijk en nu zelf moest indiceren of er zorg nodig was of niet. Dat ging eerst even helemaal verkeerd (iedereen die zorg had bleek ineens veel minder uren nodig te hebben dan tot 2015), daarna werd dat hersteld en nu in 2017 zitten we opnieuw in een periode waarin wij als begeleiders moeten uitleggen aan de consulenten hoe die niet maakbare wereld van onze klanten in elkaar zit om het juiste aantal uren te krijgen. We moeten zinnen gebruiken als ‘cliënt neemt moeilijk informatie op ten gevolge van zijn psychische toestand en heeft veel tijd nodig om zaken te begrijpen. Zo nodig legt begeleider keer op keer uit wat er bedoeld wordt door derden.’ Of: ‘cliënt krijgt ondersteuning van de individueel begeleider in contacten met officiële instanties, omdat hij door niet te begrijpen zijn geduld verliest en/of het gevoel heeft niet serieus genomen te worden. Gevolg is dat cliënt onverrichter zake huiswaarts keert of erger, zijn geduld verliest en (verbaal) agressief wordt.’

Wat staat hier eigenlijk? Cliënt past niet in het protocol, de vragenlijst, de zelfredzaamheidsmatrix, de maatschappij. Cliënt heeft een beetje hulp nodig. Als hij die krijgt van iemand die durft te erkennen dat hij sommige dingen echt niet kan, wat overigens niet hip is want tegenwoordig moet iedereen alles kunnen; en daarbij gaat helpen in plaats van de eigen kracht maar weer eens aan te spreken die er niet is want depressief, ellendig, verslaafd en wat al niet meer, dan kan cliënt best een beetje meekomen in de wereld. Als buitenbeentje weliswaar maar toch.

Ik hou van buitenbeentjes. Ze zijn verfrissend. Ze hebben hun eigen manier en hun eigen kijk op de wereld en met een beetje geluk willen ze die met mij delen. Ik vind het fijn dat ze niet bezig zijn met gelukkig, healthy, fit en beautyful te zijn. Ze hebben wel wat anders aan de kop, namelijk overleven. Daar zijn ze vaak heel goed in en daar leer ik van. Doe ik mijn voordeel mee. Dat is misschien ook eigen kracht, maar niet zoals het protocol het voorschrijft denk ik.

Ik heb onlangs een mobiel telefoon abonnement afgesloten voor een van mijn klanten. Eindelijk eens onbeperkt bellen met die ene vriend die hem nog komt opzoeken. En als er iets is, hij woont alleen, kan hij om hulp bellen. Zelf had hij ook nog Ziggo Alles in 1 afgesloten aan de deur. Op zich een prima actie want hij wilde meer tv zenders, ‘vooral die misdaadzenders’. Ik heb wel even gebeld met Ziggo om het abonnement iets terug te zetten; hij had zoveel GB internet zonder een werkende computer en een mailadres, dat dat zonde van het geld was. Een gratis monteur was inbegrepen dus daar gaan we mooi gebruik van maken.

Ik was een paar weken op vakantie en mijn collega zou het mobiele telefoonabonnement voor hem activeren. Dan moest ze wel even naar binnen. Mijn buitenbeentje houdt niet van vreemde mensen. Ze kwam er niet in, 3 weken lang niet. Hij was na mijn vakantie helemaal flauw. Al weken lang deed de telefoon het niet terwijl hij toch opgeladen was. Hij kan niet onthouden dat er een simkaart verwisseld moest worden en het zelf doen lukt al helemaal niet. Toen ik de boel geactiveerd had en hij gewoon kon bellen keek hij me aan alsof ik superwoman was. Het concept van een abonnement moeten we nog wel een keer of 10 door gaan nemen. Gewoon kunnen bellen. Hij heeft een keer 20 euro beltegoed verloren, waarschijnlijk aan een broekzak gesprek, en denkt sindsdien dat hij gehackt wordt. Daarnaast denkt hij met de Ziggo Alles in 1 ook te kunnen bellen dus waarom nou weer een mobiel abonnement. Dat is toch dubbel op. Maar vast bellen is iets anders dan mobiel bellen. Uitleggen helpt. Steeds weer.

Met Ziggo heb ik een afspraak gemaakt voor de installatie van Alles in 1. Terwijl ik de afspraak maakte, zat mijn klant te schreeuwen dat hij echt niet op ging ruimen en al helemaal geen dingen aan de kant ging zetten, dat moest die monteur zelf maar doen. Ik heb de middag van de installatie maar vrij gepland in mijn agenda en de callcenter medewerker dacht ook dat het Een Heel Goed Idee was als ik even een half uurtje van te voren gebeld word als de monteur onderweg was. Met een beetje geluk kunnen we de bierblikken die mogelijk in de weg staan nog even opruimen voor hij er is.

Misschien is zelfs de wereld van een buitenbeentje maakbaar. Maar daarvoor is een beetje hulp nodig. Als die hulp er is en iemand daardoor binnen alle beperkingen er toch bij hoort, gemist wordt als hij er even niet is, dan is er veel gewonnen en bereikt. Dat red ik alleen door contact te maken en te hebben. Heel ouderwets eigenlijk. Ik ga er gewoon mee door. Leg ik weer uit wat een Digi D is.

Denk Barry Stevens. Die met dat accent. Vooral Doorgaan.

 

Moment, ik ben in vergadering!

“Moment, ik ben in vergadering!” riep hij in zijn mobiele telefoon terwijl hij gehaast opstond en naar de gang liep. Ongeveer eens in de zes weken werd er aan het eind van de middag een bezoekersvergadering gehouden in de gebruiksruimte aan de Herebinnensingel 35; ik werkte daar van 2000 tot 2010. We vergaderden met onze bezoekers vanaf  de start van deze voorziening; de bedoeling was dat wij als team bij de les bleven door de bezoekers actief te vragen naar hun mening en ideeën. Daarnaast was het ook een goede gelegenheid voor ons om de bezoekers op de hoogte te houden van ontwikkelingen, zowel binnenshuis als buitenshuis en hen te spreken over zaken die goed of minder goed gingen.

Om het een beetje prettig te houden bestelden we altijd een lading Chinees eten; het was informeel en bovendien kreeg iedereen dan ook weer eens iets warms binnen. Voor ons was het een hele kunst om de te bespreken punten er door heen te jagen, zelf een bordje mee te eten, te notuleren, en liefst wat antwoorden te geven en besluiten te nemen. De spanningsboog was maar kort. Een half uurtje, dan was het wel weer gedaan en werd de vraag, of er na de officiële sluitingstijd van de Herebinnensingel nog even gebruikt mocht worden, weer actueel.

Tijdens zo’n vergadering, waar de gemoederen normaal gesproken wel eens hoog op liepen was iedereen wat stilletjes. De normale punten werden besproken; de sfeer in huis, wordt het pand nu wel of niet verbouwd en waar moeten wij dan heen; dealen in huis is niet toegestaan, en hou eens op met van elkaar te jatten en te schooien. Ik zat druk in mijn schriftje te schrijven want notulen zijn handig voor de volgende keer. Het was namelijk wel zo, dat je gaandeweg iedereen een beetje weg zag zakken. En nog een beetje meer. We hebben wel vergaderingen gehad waar iedereen, echt iedereen, na het eten even in een slaapje viel.  Je begon echt te twijfelen aan je vermogen om mensen blijvend te boeien. De volgende keer vroegen een aantal mensen zich dan verontwaardigd af, wanneer een bepaald besluit genomen was.

‘In de laatste bezoekersvergadering’ ‘Niet! Daar was ik en ik weet van niks!’ ‘Nee maar je sliep.’ ‘Oh. Maar ik wil dat punt wel weer op de agenda want ik ben het niet eens met het besluit.’

bron: persoonlijk archief. Werktelefoon klant.

Vandaar die notulen. Bewijsstukken waren het eigenlijk. Die  keer waren een aantal mensen er nog wel aardig bij; ze deden hun best om punten in te brengen. Maar ze waren niet fanatiek. De andere helft deed even de ogen dicht. Tot er een mobiele telefoon afging. De eigenaar, eigenlijk ook wat soezelig, schoot omhoog, en nam naar mijn idee zeer adequaat op met de woorden: “Moment, ik zit in vergadering!”  Waarna hij gehaast naar de gang liep om zijn gesprek daar voort te zetten.Hij had wel manager kunnen zijn. Ware het niet dat het waarschijnlijk de dealer was die belde.

Het was dezelfde man die mij via een briefje uit de bemoeizorg liet weten dat hij er even niet bij was en excuus voor de overlast.

 

Professioneel contact

# professioneel: 1. van beroep 2. aan het beroep eigen 3. (als) van een vakman; een professionele aanpak (Van Dale online)

# contact: 1. aanraking, verbinding, voeling, in contact komen (met) 2. onderlinge aanraking van elektrische geleidingen (Van Dale online)

#professioneel contact: geen zoekresultaten gevonden (Van Dale online)

#onprofessioneel: geen zoekresultaten gevonden (Van Dale online) en na enig zoekwerk op Dutch Woordenboek online gevonden; onbetamelijk van een professioneel; vandaar ongepast op de werkvloer (onprofessioneel gedrag).  Dus: werken op een niet vakkundige manier, om het even plat uit te drukken.

Kijk dat is gek hé? Onze zorgwereld loopt over van de term professioneel contact. In elk werkplan, jaarplan, visie, whatever, kun je deze term vinden. Maar in de online van Dale, toch een professional op woordenboekgebied, bestaat deze combinatie van termen niet. Als ik het woord professional intyp, krijg ik als antwoord; ‘iemand die een tak van sport als beroep beoefent.’

Merkwaardig. Ik krijg over het algemeen vrij snel het predicaat onprofessioneel opgelegd door mensen die het beter weten dan ik. Ik begrijp dat wel. Ik heb sinds jaar en dag de gewoonte om eerst eens contact te maken met een cliënt, bezoeker, deelnemer of hoe we iemand maar noemen. Het bevalt me heel goed eigenlijk. Ik lees op voorhand geen dossier. Ik ga eerst eens een praatje maken, stel me voor, kijk de ander eens goed aan, leg uit dat ik ook zo mijn beperkingen heb in wat ik wel en niet kan regelen, dat ik het prettig vind als iemand het zegt als ik het niet goed doe en dat ik het ook niet erg vind als we een keertje ruzie hebben. Zolang we daar maar op terug kunnen komen. Het is tenslotte niet niks waar mijn cliënten, bezoekers of deelnemers voor staan in hun leven en als ik dan nog met de klompen in het spul kom kan het best even botsen. Moet je even aan elkaar wennen.

Ik had een tijd geleden een cliënt, bezoeker, deelnemer, die voor mij onbegrijpelijke taal uitsloeg. Als ik een half uur met hem gesproken had, waren we allebei boos. Ik omdat ik nog geen 5 minuten van die tijd begrepen had waar het over ging en hij zo breedsprakig was en steeds dingen herhaalde die ik niet begreep en waar ik gezien de tijd niet op doorvroeg, hij omdat hij vond dat hij niet uit mocht praten en hij zich daardoor niet serieus genomen voelde. Ik begrensde hem namelijk steeds in al die breedsprakigheid zonder dat ik wist wat hij nou precies wilde zeggen en daar kreeg hij dan de smoor over in.

Maar op een bepaald moment werden we dikke mik. Ik begreep namelijk, toen ik even professioneel ging zitten nadenken, dat ik hem tijd moest geven.  Tijd die ik gewoon voor hem kon nemen. Tijd om aan mij te wennen, tijd om zijn onopgeruimde huis te durven laten zien, tijd om contact te durven maken, tijd om samen dingen te beleven waarin hij hopelijk het idee had dat hij wat had aan mijn aanwezigheid. Tijd om een grapje te maken, hem een oeverloos verhaal te laten vertellen, tijd voor mij om te begrijpen hoe lastig en stressvol het eigenlijk voor hem is om zijn dagelijkse taken tot een goed einde te brengen. Zonder daar de nadruk op te leggen. Hem eens voor te zijn en hem zonder dat hij erom hoeft te vragen (wat hij niet doet want dat is totaal niet cool) naar zijn nieuwe dagbesteding te brengen, die ver van zijn huis is. Net zo lang totdat de reis er naar toe ingesleten is en hij het weer zelf kan. Service van de zaak. De ene keer dat het mij niet lukte met het vervoer en hij zelf een poging waagde, eindigde hij vloekend en tierend op mijn voicemail op een heel andere plek als waar hij moest zijn. Het was nog te vroeg en te snel. Hij wil het graag zelf kunnen. Hulp accepteren is moeilijk maar als het ook nog wel eens gezellig is, is het te doen.

Op het moment dat ik begreep dat alleen kalmte, geduld, belangstelling en doorvragen mij kon redden, zodat ik mij niet meer ergerde, was het klaar. Hij had niet meer het gevoel dat hij niet uit mocht praten, werd niet meer boos omdat ik hem onderbrak, we gingen samen werken. Vanaf dat moment hadden we contact, verbinding. Als hij mij in zijn agenda liet zien wanneer hij zich duizelig voelde in de stad en daar in mijn vertaling zeer angstig van werd, vond ik zijn opmerking in die agenda,  ‘duizelingen van geest’  prachtig. Dat voelde hij aan mij en dat mijn opmerking erover oprecht was. Dat is ook contact. Daardoor durfde hij meer te vertellen over zijn angsten, gepieker in de nacht, de angst om ‘s ochtends niet op tijd te zijn voor zijn afspraken, of na een wijziging bij de verkeerde methadonpost te staan. Door contact was hij iedere keer weer blij als ik hem ‘s ochtends herinnerde aan een afspraak. Of we gingen lekker samen. Zodat hij met zijn vergeetachtige hoofd wat minder zorgen had of hij het nou wel goed had en of hij op de juiste datum op de juiste plek was. Als ik hem ‘s ochtends op ging zoeken om half 10 was onze afspraak dat ik hem om 9.00 vast even wakker belde. Vaak gebeurde het dat hij vroeg waar we die dag heen moesten. Ook als we nergens heen moesten. Stel je dat maar eens voor. Dat elke dag weer nieuwe verrassingen brengt, en niet altijd aangename, omdat je hoofd niet meewerkt.

Mijn contact met deze cliënt, bezoeker, deelnemer, was en is niet persoonlijk. Ik zie hem niet in mijn vrije tijd en daar heb ik ook totaal geen behoefte aan. Dat zou ik dan weer onprofessioneel vinden. Een beetje afstand houden in je werk in de zorg, daar kun je niet zonder. Zonder dat wordt je ingezogen in de problemen of de systemen en kun je niet meer oordelen wat goed is. Zonder die afstand word je vroeg of laat overspannen.

Maakt dat mijn contact met deze cliënt, bezoeker, deelnemer, dan professioneel? Volgens het woordenboek bestaat dat niet. Volgens mij bestaat het wel.  Mijn niet zaligmakende definitie van een professioneel contact is de volgende:

‘Een professioneel contact bestaat uit een samenwerking tussen begeleider en klant. Beiden hebben na verloop van tijd overeenstemming over dat het contact wenselijk en zinvol is. In het contact is ruimte voor persoonlijke uitwisseling; een grapje, een meningsverschil wat bijgelegd gaat worden, verdriet, onzekerheid, elke emotie die zich voordoet mag er zijn. De begeleider zorgt ervoor dat er grenzen zijn in hoe persoonlijk een contact mag zijn en bewaakt hiermee de veiligheid voor zowel cliënt als begeleider. Een professioneel contact gaat uit van contact en verbinden, veilig zijn, de basis waarin mensen elkaar wederzijds durven te vertrouwen’.

Als onprofessioneel werken betekent dat ik niet vakkundig zou zijn dan klopt dat niet. Wel doe ik iets wat geheel tegen de tijdsgeest indruist. Ik werk niet met geprotocolleerde intakes waar door de computer besloten wordt wat de beste behandeling is (en liefst de goedkoopste) en ik doe niet aan beslisbomen of gestandaardiseerde vragenlijsten.

Ik maak contact. En echt niet altijd omdat ik dat zo leuk vind. Maar wel omdat het broodnodig is. ‘Hee hoi. Ik zie je hier net lopen, je trilt bijna van het Eemskanaal af. Kan ik iets voor je doen?’ Die vraag is spontaan en gemeend. En is niet voorafgegaan door een beslisboom waaruit blijkt dat we niets voor deze persoon kunnen doen. Het is in mijn ogen een professionele vraag met mededogen. Maar mededogen zit niet in een beslisboom of de computer dus dan ben je al snel….