Category: bemoeizorg

Professioneel contact

# professioneel: 1. van beroep 2. aan het beroep eigen 3. (als) van een vakman; een professionele aanpak (Van Dale online)

# contact: 1. aanraking, verbinding, voeling, in contact komen (met) 2. onderlinge aanraking van elektrische geleidingen (Van Dale online)

#professioneel contact: geen zoekresultaten gevonden (Van Dale online)

#onprofessioneel: geen zoekresultaten gevonden (Van Dale online) en na enig zoekwerk op Dutch Woordenboek online gevonden; onbetamelijk van een professioneel; vandaar ongepast op de werkvloer (onprofessioneel gedrag).  Dus: werken op een niet vakkundige manier, om het even plat uit te drukken.

Kijk dat is gek hé? Onze zorgwereld loopt over van de term professioneel contact. In elk werkplan, jaarplan, visie, whatever, kun je deze term vinden. Maar in de online van Dale, toch een professional op woordenboekgebied, bestaat deze combinatie van termen niet. Als ik het woord professional intyp, krijg ik als antwoord; ‘iemand die een tak van sport als beroep beoefent.’

Merkwaardig. Ik krijg over het algemeen vrij snel het predicaat onprofessioneel opgelegd door mensen die het beter weten dan ik. Ik begrijp dat wel. Ik heb sinds jaar en dag de gewoonte om eerst eens contact te maken met een cliënt, bezoeker, deelnemer of hoe we iemand maar noemen. Het bevalt me heel goed eigenlijk. Ik lees op voorhand geen dossier. Ik ga eerst eens een praatje maken, stel me voor, kijk de ander eens goed aan, leg uit dat ik ook zo mijn beperkingen heb in wat ik wel en niet kan regelen, dat ik het prettig vind als iemand het zegt als ik het niet goed doe en dat ik het ook niet erg vind als we een keertje ruzie hebben. Zolang we daar maar op terug kunnen komen. Het is tenslotte niet niks waar mijn cliënten, bezoekers of deelnemers voor staan in hun leven en als ik dan nog met de klompen in het spul kom kan het best even botsen. Moet je even aan elkaar wennen.

Ik had een tijd geleden een cliënt, bezoeker, deelnemer, die voor mij onbegrijpelijke taal uitsloeg. Als ik een half uur met hem gesproken had, waren we allebei boos. Ik omdat ik nog geen 5 minuten van die tijd begrepen had waar het over ging en hij zo breedsprakig was en steeds dingen herhaalde die ik niet begreep en waar ik gezien de tijd niet op doorvroeg, hij omdat hij vond dat hij niet uit mocht praten en hij zich daardoor niet serieus genomen voelde. Ik begrensde hem namelijk steeds in al die breedsprakigheid zonder dat ik wist wat hij nou precies wilde zeggen en daar kreeg hij dan de smoor over in.

Maar op een bepaald moment werden we dikke mik. Ik begreep namelijk, toen ik even professioneel ging zitten nadenken, dat ik hem tijd moest geven.  Tijd die ik gewoon voor hem kon nemen. Tijd om aan mij te wennen, tijd om zijn onopgeruimde huis te durven laten zien, tijd om contact te durven maken, tijd om samen dingen te beleven waarin hij hopelijk het idee had dat hij wat had aan mijn aanwezigheid. Tijd om een grapje te maken, hem een oeverloos verhaal te laten vertellen, tijd voor mij om te begrijpen hoe lastig en stressvol het eigenlijk voor hem is om zijn dagelijkse taken tot een goed einde te brengen. Zonder daar de nadruk op te leggen. Hem eens voor te zijn en hem zonder dat hij erom hoeft te vragen (wat hij niet doet want dat is totaal niet cool) naar zijn nieuwe dagbesteding te brengen, die ver van zijn huis is. Net zo lang totdat de reis er naar toe ingesleten is en hij het weer zelf kan. Service van de zaak. De ene keer dat het mij niet lukte met het vervoer en hij zelf een poging waagde, eindigde hij vloekend en tierend op mijn voicemail op een heel andere plek als waar hij moest zijn. Het was nog te vroeg en te snel. Hij wil het graag zelf kunnen. Hulp accepteren is moeilijk maar als het ook nog wel eens gezellig is, is het te doen.

Op het moment dat ik begreep dat alleen kalmte, geduld, belangstelling en doorvragen mij kon redden, zodat ik mij niet meer ergerde, was het klaar. Hij had niet meer het gevoel dat hij niet uit mocht praten, werd niet meer boos omdat ik hem onderbrak, we gingen samen werken. Vanaf dat moment hadden we contact, verbinding. Als hij mij in zijn agenda liet zien wanneer hij zich duizelig voelde in de stad en daar in mijn vertaling zeer angstig van werd, vond ik zijn opmerking in die agenda,  ‘duizelingen van geest’  prachtig. Dat voelde hij aan mij en dat mijn opmerking erover oprecht was. Dat is ook contact. Daardoor durfde hij meer te vertellen over zijn angsten, gepieker in de nacht, de angst om ‘s ochtends niet op tijd te zijn voor zijn afspraken, of na een wijziging bij de verkeerde methadonpost te staan. Door contact was hij iedere keer weer blij als ik hem ‘s ochtends herinnerde aan een afspraak. Of we gingen lekker samen. Zodat hij met zijn vergeetachtige hoofd wat minder zorgen had of hij het nou wel goed had en of hij op de juiste datum op de juiste plek was. Als ik hem ‘s ochtends op ging zoeken om half 10 was onze afspraak dat ik hem om 9.00 vast even wakker belde. Vaak gebeurde het dat hij vroeg waar we die dag heen moesten. Ook als we nergens heen moesten. Stel je dat maar eens voor. Dat elke dag weer nieuwe verrassingen brengt, en niet altijd aangename, omdat je hoofd niet meewerkt.

Mijn contact met deze cliënt, bezoeker, deelnemer, was en is niet persoonlijk. Ik zie hem niet in mijn vrije tijd en daar heb ik ook totaal geen behoefte aan. Dat zou ik dan weer onprofessioneel vinden. Een beetje afstand houden in je werk in de zorg, daar kun je niet zonder. Zonder dat wordt je ingezogen in de problemen of de systemen en kun je niet meer oordelen wat goed is. Zonder die afstand word je vroeg of laat overspannen.

Maakt dat mijn contact met deze cliënt, bezoeker, deelnemer, dan professioneel? Volgens het woordenboek bestaat dat niet. Volgens mij bestaat het wel.  Mijn niet zaligmakende definitie van een professioneel contact is de volgende:

‘Een professioneel contact bestaat uit een samenwerking tussen begeleider en klant. Beiden hebben na verloop van tijd overeenstemming over dat het contact wenselijk en zinvol is. In het contact is ruimte voor persoonlijke uitwisseling; een grapje, een meningsverschil wat bijgelegd gaat worden, verdriet, onzekerheid, elke emotie die zich voordoet mag er zijn. De begeleider zorgt ervoor dat er grenzen zijn in hoe persoonlijk een contact mag zijn en bewaakt hiermee de veiligheid voor zowel cliënt als begeleider. Een professioneel contact gaat uit van contact en verbinden, veilig zijn, de basis waarin mensen elkaar wederzijds durven te vertrouwen’.

Als onprofessioneel werken betekent dat ik niet vakkundig zou zijn dan klopt dat niet. Wel doe ik iets wat geheel tegen de tijdsgeest indruist. Ik werk niet met geprotocolleerde intakes waar door de computer besloten wordt wat de beste behandeling is (en liefst de goedkoopste) en ik doe niet aan beslisbomen of gestandaardiseerde vragenlijsten.

Ik maak contact. En echt niet altijd omdat ik dat zo leuk vind. Maar wel omdat het broodnodig is. ‘Hee hoi. Ik zie je hier net lopen, je trilt bijna van het Eemskanaal af. Kan ik iets voor je doen?’ Die vraag is spontaan en gemeend. En is niet voorafgegaan door een beslisboom waaruit blijkt dat we niets voor deze persoon kunnen doen. Het is in mijn ogen een professionele vraag met mededogen. Maar mededogen zit niet in een beslisboom of de computer dus dan ben je al snel….

 

In Memoriam Jan Reinders

imageJan Reinders. Hij overleed vandaag 1 jaar geleden. 365 dagen zijn voorbij. In overleg met zijn zus Wienie en zijn zwager Gerrie heb ik een In Memoriam geschreven; ik vind dat passen op deze plek. Jan was een bijzondere man. Ik was dol op hem.

De laatste week van Jan. Wienie, zoals altijd alert, belde mij donderdagmorgen al vroeg, het was 5 november 2015. Ze maakte zich grote zorgen om haar broertje en ik belde de huisarts om te overleggen. Die kwam snel en was er ook snel uit. Jan was ernstig ziek en hij moest naar het ziekenhuis. Toen ik Jan zei dat ik met hem naar het ziekenhuis zou gaan, en aan hem vroeg hoe hij dat wilde, met de ambulance of met mijn auto, zei Jan, met jouw auto. Gerrie viel zowat van zijn stoel. Want Jan ging niet in de strijd over dat ziekenhuis, hij ging.  Dat was bijzonder en een teken dat het niet goed ging.

Ik vertrok met Jan naar de spoedpoli. De situatie bleek zorgelijk. Longontsteking, te laag zuurstofgehalte, te laag zoutgehalte in het bloed. Jan werd opgenomen. Hij was erg benauwd. Hij kreeg zuurstof en antibiotica. Al snel bleek dat hij iedereen wist te verbazen. Vanwege zijn vriendelijke oprechtheid en vanwege zijn karakter. Never give up. Op vrijdag werden Wienie en Gerrie gebeld omdat het zo slecht ging dat men dacht dat het einde verhaal was. Maar Jan was Jan. Hij wilde helemaal niet dood, nog niet. Hij knapte weer op en kon met ons praten. Wienie bleef wel bij Jan in het UMCG slapen die nacht. Het was kritiek. Ik zat die avond even bij hem.  Jan werd wakker en riep blij: ‘Hee Froukje! Hoi!’ Hij was er weer bij. Maar hij streed. Hij was erg kortademig en hij had niet zoveel meer bij te zetten. Dinsdagavond, toen ik weer een tijdje bij hem zat en hij erg onrustig was, was hij aan het tieren. Zonder adem, maar toch. Hij wilde met rust gelaten worden, hij vond het niks zo. Ik keek naar zijn ogen en zag dat hij het wist. Ik ook. Hij was stervend en hij had er vrede mee. Jan Reinders in een verpleeghuis met zuurstof en een scootmobiel? Dat nooit.

Woensdag 11 november, de 11e van de 11e, rond 11 uur ‘s ochtends, heeft hij in het bijzijn van zijn geliefde zusje besloten dat het klaar was. Hij overleed.

14 november 2015, wintertijd, 18.00, het was al donker. Het regende keihard, bladeren vlogen mij om de oren en ik bespeurde zelfs hagelstenen. Er stonden mensen te schuilen en wij Nederlanders doen dat niet zo vaak want we zijn veel gewend. Ik dacht aan Jan. Riders on the storm. Zijn lied. Afscheid van Jan, iedereen was uitgenodigd om nog één keer gedag te zeggen. Zijn hondjes waren erbij. Ze hebben heel indrukwekkend afscheid genomen van de baas. Dieren weten wel degelijk dat dood, dood is. We waren blij dat we ze meegenomen hadden.

Jan Reinders, hij betekende veel voor mij. Ik kende hem al zolang,  vooral vanuit zijn bemoeienis met de gebruiksruimte waar ik toen werkte. We hadden eerst vaak strijd. Jan was in zijn goede dagen een geduchte bezoeker die een mening had. Daar was ik best blij mee maar hij had de neiging door te schieten en niet te snappen wat zijn persoon voor impact had op nieuwe net afgestudeerde medewerkers. Tegelijk kon ik het daar altijd met hem over hebben, hij had veel begrip als ik de tijd nam om het met hem te bespreken en uit te leggen. ‘Jan, als jij Elco uitscheld voor teringmiet terwijl hij alleen iets zegt over een tosti dan komt dat niet goed.’  ’Ja meisje, sorry’.

Pas de laatste jaren regelde ik in overleg met Wienie wel eens wat dingen. We hadden een goede samenwerking. Dokters, ziekenhuis, dierenarts vervoer, overleg Lefier deed ik. Wienie de rest. De rest was veel.

Jan Reinders. Meestal thuis, destijds in de HL Wicherstraat. Ik mocht altijd binnenkomen. Ha meisje kom binnen. Of dag dame, kom binnen. Zelfs in de periode dat ik niet meer in Groningen werkte, keek ik af en toe even bij hem. Dat vonden we leuk. Perro en Pinkie, de hondjes en de geboorte van de nieuwe hondjes. De foto die ik voor hem in een lijstje gezet had van hem met de puppy’s stond nog lang in de kamer. Het boek van Sietse van der Zee over Willem van E. die zus Annelies gedood had. Ik had het boek lang geleden al gelezen, voor Jan. Omdat ik wist dat hij het zelf niet kon. Maar een paar jaar geleden gaf hij aan het boek te willen lezen en ik kocht het voor hem. Het stond ook tijden in de kamer. Of hij het gelezen heeft? Ik denk het niet. Het was te pijnlijk denk ik, dat was het al voor mij en ik was niet het broertje van Annelies. Ik kende haar alleen maar.

Jan Reinders en zijn Bank, met een hoofdletter. Hoeveel mensen mochten op zijn bank slapen als ze nergens meer terecht konden? Ik schat tientallen. Hij belde af en toe voor iemand. Dan moest ik komen want hij vond dat er een goede hulpverlener op moest. Ik kwam altijd als Jan belde.

De laatste paar jaar hadden we veel zorgen over Jan. Hij was erg afgevallen en een paar keer gevallen waardoor hij zijn heup brak. Hij zat alleen nog maar thuis op de bank met de hondjes en hij vond dat niet leuk. Het verschil tussen de Jan die in een interview aan Oog tv een oproep doet aan de mensen die iets weten over de verdwijning van Marjan Kusters, in 2009 en de laatste jaren, deed mij versteld staan toen ik het opzocht. Toen had hij zijn puntlaarzen nog aan, zonnebril op en een krachtige stem. Daar was het laatste jaar geen sprake meer van.

Jan is er niet meer en ik gun mezelf en Wienie en Gerrie dat niet, maar hem wel. Want hoe was het afgelopen als hij dit verhaal overleefd had? Dan was Jan, Jan niet meer geweest.

Ik heb in de dagen voor het overlijden van Jan veel opgetrokken met Wienie en Gerrie. Wienie wat heb je je geweerd in het leven van je broertje. 2 handen op 1 buik. Onvoorwaardelijk. Dat vond ik altijd prachtig om te zien en ik heb vaak genoten van het contrast tussen jullie. Jij kwam met kopjes koffie en een koekje uit de keuken als ik je trof bij Jan en Jan stak de keuken half in de fik met de frituurpan wat hij vervolgens geen probleem vond. Wat een prachtige liefde hadden jullie tussen jullie en wat is het jammer dat Jan er nu niet meer is. Gerrie ook veel bewondering voor jouw inzet. Je was altijd bij Jan en de hondjes en ondanks dat je moest huilen toen je Jan snel zag verslechteren, bleef je er wel bij. Je inzet tot op heden voor Perro is geweldig,  je hebt er veel werk van maar het gaat goed. Jullie zijn toppers!image

Vorig jaar, op 14 november 2015 namen we afscheid van Jan. Afscheid. Ik kon me toen niet voorstellen dat ik Jan niet meer opzocht. Even kijken hoe het is, of er iemand op de bank zat, even in de wereld van Jan waarvan ik regelmatig, één keer weer buiten op straat in het licht dacht, oh ja. Ik zat even in een andere wereld. Het was een hartelijke prettige wereld waarin iedereen mocht komen. Wat een mooi ding in de harde wereld van de verslaving. Zo zal ik mij Jan Reinders altijd herinneren. Een groot warm hart in een wereld die hem vaak veroordeelde, maar uiteindelijk nooit bestand bleek tegen zijn hartelijk welkom.

Dag meisje kom binnen.

Dag Jan.

 

(on) Dankbaar werk

Het is in de wereld van de verslavingszorg en de bemoeizorg niet altijd een feestje. En wonderlijkerwijs lijkt het soms alsof alle sores zich op 1 dag tegelijk moet openbaren.

Nemen we deze week, niet eens vrijdag de 13e, maar wel vrijdag na een lange week en na een lange zomer waarin veel collega’s tegelijk op vakantie waren. Mijn bestendigheid tegen de voortdurende kwetsbaarheid, boosheid en machteloosheid van mijn geachte clientèle is wat minder op peil dan normaal.

Na een prima verlopen huisbezoekje en het uitzoeken van een wasmachine met een andere cliënt, nog niets aan de hand. Totdat ik mijn werktelefoon miste. Die bleek ik uit mijn jaszak verloren te hebben en de telefoon was in Hoogkerk op straat gevonden. Toen ik mijn cliënt daar belde en hij de straat op liep, bleek de telefoon daar te zijn maar wilde de dame die hem gevonden had, die niet aan mijn cliënt geven. Bozig zei ik tegen mijn collega; ‘Ja hoor! Ze willen er natuurlijk geld voor hebben!’ en met een te lege tank maar weer naar Hoogkerk afgereisd. Ik ben een wantrouwende vervelende vrouw. Want het bleek dat de mensen die de telefoon gevonden hadden, mijn cliënt ook langer kenden dan vandaag en het veiliger vonden als zij de telefoon even in bewaring hielden…. wat mooi dat ze daar om gedacht hadden… beetje over nadenken @mrsAlgera….

Dat de telefoon er weer was, was ergens geen pré. Want mijn volgende cliënte appte; de televisie die wij van de week nog zo vrolijk via Marktplaats opgehaald hadden voor haar nieuwe huis waar zij dit weekend voor het eerst ging verblijven, deed het niet… eerder had ze al opgemerkt dat het ‘vet kloten is dat ik geen plat beeldscherm heb’ (de tv was gratis). Dus of wij even stante pede naar het pandjeshuis konden want zonder televisie geen leven. Zo gezegd zo gedaan, een aardige flatscreen gescoord voor niet al te veel geld maar zonder afstandsbediening. Dus ook nog langs de Blokker voor een universele, batterijtjes vergeten maar gelukkig dat op tijd bedacht terwijl mijn mevrouw nog even 4 halve liters scoorde in de plaatselijke Appie, je bent het weekend vrij of niet tenslotte… Ik moest nog door dus de afstandbediening doen we volgende week wel want er is toch nog geen tv signaal, Tele 2 is nog maar net besteld. Dat gaf wel even stress. Geen tv? Heel veel van onze cliënten kunnen niet zonder geluid om zich heen en eigenlijk willen ze ook altijd beelden hebben om op de achtergrond aan te laten staan. Zonder dat is het huis te stil en zijn de gedachten te luid. Eerlijk is eerlijk, die tv was balen maar verder stond ze te stralen. Een heel weekend in een eigen bij elkaar geklust huis. Dat laatste hadden we samen gedaan de laatste weken en het is mooi geworden. En haar huis.

Volgend bezoek, deze cliënt was eerder deze week al boos op mij. Hij heeft zijn budgetbeheer opgezegd en heeft nu een eigen leefgeld rekening. Die was helaas binnen 5 dagen leeg en nu zit hij de komende 2 weken zonder geld. Kattenvoer was er nog in voorraad en dat kwam ik brengen. Maar boodschappen doen, wat ik normaal gesproken altijd met hem doe op vrijdag want het geld krijg ik dan terug van de budgetbeheerder, dat zat er niet in vandaag. Shag had ik ook al niet bij me dus alles was verkeerd en fout en mijn schuld. Ik had hem tegen zichzelf moeten beschermen en ik had hem genaaid en wat al niet meer. Volgende week moeten we naar het ziekenhuis voor een onderzoek naar mogelijke dementie bij deze cliënt. Het is vet sneu. Als je steeds stukken van de film kwijt bent is het niet gek dat je steeds denkt dat je bedonderd wordt. Hij stond er onlangs naast toen ik de eerder door hem aan mij overhandigde 200 euro op zijn gloednieuwe rekening stortte maar dat weet hij niet meer. Hij herinnert zich dat hij mij op kantoor, staande in de deur, 200 euro gegeven heeft. In werkelijkheid had hij al zijn geld opgenomen, 550 euro, waarvan ik na lang lullen 250 euro heb kunnen redden en ik moest beloven niet meer dan 50 euro voor de boodschappen bij me te houden. Die boodschappen heeft hij vorige week gehad maar hij was in het idee dat de 200 euro nog ergens in mijn tas zaten. Ik kon wel gaan. Helemaal toen bleek dat ik deze keer niet met de hand over mijn hart streek en toch een tasje boodschappen ging halen. Hij liep me nog apart achterna om te kijken of ik het wel begrepen had. ‘Je loopt nu naar buiten en je komt er nooit weer in! Heb je me gehoord?!’  Ja, ik had het gehoord en ik vond niet niet leuk, het raakte me. Toen ik in de auto stapte zag ik hem demonstratief wegfietsen. Ongetwijfeld op weg naar het winkelcentrum om eten te jatten. Hij had mij al medegedeeld dat er een plek voor de kat gezocht moest worden omdat hij wel vast zou komen te zitten ergens de komende weken.

Dan nog maar even naar mijn laatste afspraak van de dag, een mevrouw waar ik normaal gesproken uitstekend mee overweg kan. Zo niet vandaag. Toen ik aanbelde en naar boven liep, kwam zij al totaal verziekt naar beneden lopen. Ze moest nog naar de methadonpost en ging er blind van uit dat dat met mijn auto kon. En had ik ook shag bij me? Verder liep ze te huilen en te schelden maar ze wilde niet vertellen wat er aan de hand was want dat praten dat hielp toch nooit. En passant deelde ze mede dat ze haar hele huis kort en klein geslagen had, dat ze helemaal klaar was met dat huis en met het leven, dat niemand zich ooit iets van haar aantrok en dat ze dat ook helemaal gehad had en of ze even mocht bellen met mijn telefoon. En of ik ook nog even langs de GGD wilde rijden na de de methadonpost. Toen ik mijn telefoon niet meteen overhandigde was dat ook weer een reden om door te schelden op hulpverleners en de nutteloosheid van dat soort mensen. Bij de GGD haalde ze schone spuiten. Waarmee ze waarschijnlijk de net opgehaalde methadon zou gaan spuiten. Toen haar eigen telefoon ging en de vriend die ze wilde bellen haar zelf al belde, riep ze huilend dat ze al wat leuks voor zichzelf geregeld had en of hij de dealer wilde bellen dat ze bijna thuis was en of hij kon komen. Beltegoed was er niet meer; de 2 mannen die haar normaal gesproken van geld en boodschappen voorzien zijn even niet beschikbaar. En een verslaving van € 20,– per dag is door haarzelf niet op te brengen… dus de hele wereld krijgt de schuld dat zij zich beroerd voelt. Ook bij haar hoefde ik niet meer te komen, dat had geen enkele zin. Ze had immers niets aan mij op momenten dat het nodig was, zoals nu. Ik werd er best sneu van.

Loesje

Bron: Loesje via internet

Thuis gekomen heb ik mijn telefoon ogenblikkelijk uitgezet voor het weekend. Ik had het ook eens helemaal gehad met alles en iedereen namelijk. En ik moet zeggen, dat was wel  een verfrissend gevoel. We zien het volgende week wel weer.

 

Briefjes uit de bemoeizorg (3)

briefjes 3

La Place, V&D, 2013

Een briefje is een understatement. We hebben het hier eigenlijk wel over een Brief. Ik zat met mijn klant koffie te drinken bij V&D. Toen dat nog kon. Hij vroeg mij om een papiertje en een pen en begon ijverig het blaadje wat ik uit een opschrijfboekje gescheurd had vol te schrijven. Vragen was te moeilijk; schrijven lukte blijkbaar wel.

Maar wat staat hier eigenlijk? Mijn klant schrijft dat hij morgen een afspraak met die eigenaar heeft, waarmee hij een deal heeft voor 800 euro en dan trekt hij het in. Zijnde een aangifte wegens ernstige mishandeling. Het. Dat is jammer, want mijn klant was met een honkbalknuppel in elkaar geslagen omdat hij in een louche Gronings biljartlokaal geweest was waar hij blijkbaar niet gewenst was. Of eigenlijk zijn maat die bij hem was niet, als ik het goed onthouden heb. Mijn klant is met een gebroken arm afgetaaid naar een bankje in de binnenstad en heeft daar de hele nacht gezeten. Geen huis. Geen vrienden. Geen telefoon om alarm te slaan. Het regende ook nog. Het was hartstikke treurig. Maar hij trekt het in voor 800 euro. 800 euro is veel geld als je flink aan de coke bent.

Verder. Dinsdag zal hij mij 100 euro geven, waarschijnlijk is de uitkering dan binnen en wil hij mij eerdere voorschotten terug betalen. Hij heeft al 80 euro gehad, hij houdt zijn boekhouding keurig bij. Maar hij wil dan graag nu wel even 7,50 lenen zodat hij niet zwart hoeft te rijden met de trein naar Assen. Dus als ik die 7,50 niet voorschiet en hij krijgt de zoveelste boete voor zwartrijden is dat eigenlijk aan mij te danken als ik dat goed interpreteer. Want ik krijg immers dinsdag mijn geld alweer terug en zelfs meer dan de 87,50 die hij dan bij mij in de min staat.

Als ik hem die 7,50 leen dan is dat de laatste keer dat hij het vraagt, schrijft hij er nog veelbelovend achteraan. En bij voorbaat bedankt.

Ik vermoed dat ik hem het geld geleend heb, maar ik weet het niet meer zeker. Wat ik wel weet is dat ik al mijn uitstaande leningen uiteindelijk van hem terug gekregen heb. Zo is hij dan ook wel weer.