Category: Groningen

De Spekclub

Bron: archief AVG/Groninger Archief

Al eerder schreef ik over de Droge Kroeg in Groningen. Bij het bestuderen van de vele jaarverslagen die in de Groninger Archieven worden bewaard stoot ik op het fenomeen van de spekclub.

Deze werd in 1923 opgericht en moet je enerzijds plaatsen tegen de achtergrond van De Droge Kroeg, waar tal van activiteiten plaatsvonden die de bezoekers ondersteunden in een alcoholvrij leven.
Anderzijds werd de oprichting van de spekclub ingegeven doordat heel veel bezoekers van De Droge Kroeg aangesloten waren bij één van de spekclubs die de kasteleins in Groningen organiseerden.

Dat werkte als volgt. Wekelijks legden de leden elk een kwartje in, om daarmee tegen kerst een vleespakket mee naar huis te kunnen nemen. Dat kwartje werd wekelijks naar het café gebracht en daarbij werd volgens het jaarverslag van 1923 van De Droge Kroeg natuurlijk ook gedronken en sommigen dronken meer dan dat kwartje. Maandelijks was er een vergadering en één keer per jaar bij de aankoop van de varkens een groot feest. Je raadt het wel, steeds werd er weer flink ingenomen.

Tegen deze achtergrond werd ook in De Droge Kroeg een spekclub opgericht die in het oprichtingsjaar al zoveel geld bijeen had gespaard dat daarvan 6 ½ varken kon worden gekocht. In het jaarverslag van 1928 staat dat de spekclub de laatste jaren tussen de 300 en 400 leden had. In 1928 werden maar liefst 50 varkens gekocht en ontving ieder lid ruim 30 pond vlees, spek en vet. Het succes van de spekclub werd overtroffen door de iets ‘jongere’ brandstoffenclub. Deze laatste had in 1937 1800 leden die gezamenlijk voor bijna 20.000 gulden inkochten; waarvan 981.610 kg zwarte brandstof.
Het aantal leden van de spekclub bedraagt in datzelfde jaar 55, die gezamenlijk 8 ½ varken konden inkopen. De teruggang van de spekclub wordt niet verklaard.

In de jaarverslagen van 1940 tot en met 1945 wordt vermeld dat het verenigingsleven erg te lijden had van de oorlogstoestand. Eind 1945 beleefde de spekclub een herstart en had al snel ruim 800 leden. In 1946 konden helaas nog geen varkens worden aangekocht, die waren er nog niet, en moest het gespaarde geld worden uitgekeerd. Bij velen rees twijfel of er in 1947 meer succes zou zijn en daardoor nam de animo sterk af. Dat trof ook de gehele Droge Kroeg, die alleen nog bezocht werd door een kleine groep trouwe oudere bezoekers. De aansluiting bij jongeren werd steeds minder. 
Het jaarverslag van 1948 begint met de mededeling dat De Droge Kroeg wordt stopgezet. Logisch lijkt dat daarmee ook een einde is gekomen aan de spekclub.

Zoekend op Internet tref je meerdere spekclubs buiten de stad Groningen aan: Bedum en omstreken,  Weiwerd, Harkstede-Scharmer. In de Trouw en Volkskrant van 7 december 2000 staat een interview met de beheerster van de spekclub in Wagenborgen, die vanaf 1933 bestaat. Al 21 jaar gaat ze maandelijks langs de 68 leden, maar steeds vaker zijn die niet thuis of hebben geen geld in huis. Met de invoering van de euro stopt ze ermee. De plaatselijke slager begrijpt dat, maar vindt het wel jammer dat hij daardoor ook de klandizie kwijt raakt.
Spekclubs zijn er nu nog in Ezinge, Warffum, Kommerzijl en in Sebaldeburen. De laatste laat op een facebook pagina weten dat ze in 2002 is gestart vanwege nostalgische gevoelens naar de tijd van de oude spekclub die eind jaren 70, begin jaren 80 verloren is gegaan. Deze spekclub nieuwe stijl heeft als doelstelling: kwaliteitsvlees van de slager voor supermarktprijzen. Bij de drie hier genoemde plaatsen neemt het jaarlijkse feest een belangrijke plaats in.

Zou er in deze tijd van toenemende armoede weer behoefte zijn aan het gezamenlijk sparen voor en goedkoop inkopen van bepaalde producten? Of is dat iets dat niet meer bij onze tijd past?

Cold case: Annelies R.

1994. Ik ben 31 jaar en ik werk al een tijdje als vrijwilliger bij het StraatProstitutieProject (SPP), op dat moment nog gevestigd aan de Aweg in Groningen. De illegale tippelzone is in de buurt; als we, voor de contactlegging met de tippelaarsters, ons rondje lopen met een tasje waarin shag, visitekaartjes en 3 soorten condooms (wit, blauw en rood, rood is voor anaal gebruik en extra sterk), lopen we van de Aweg via de Westerhaven, Preadiniussingel rechterkant, over het Emmaplein, via Preadiniussingel stille kant, weer naar de Westerhaven. Soms met een omweggetje achter het toenmalige Groninger museum, de jongensprostitutie. En meestal verder via de Westerhaven naar de Visserstraat, waar de omhangers staan. Over de Vissersbrug, en dan is het soms via de Noorderhaven en de ramen terug naar de Aweg, of we bekorten het rondje en gaan via de Westerhaven weer terug. Als het stil is.

Aan de Preadiniussingel vinden we de meeste vrouwen, met als goede tweede de Vissersbrug.

1994. Annelies is 31 jaar en werkt op de singels. Of op de brug, maar ik herinner me haar vooral op de Preadiniussingel. Ze is verslaafd en werkt als straatprostituee. Ze komt bijna elke avond dat ze werkt, ook even naar de huiskamer van het SPP op de Aweg. Annelies  is een hartelijke vrouw die altijd blij is met ons. Even make uppen, iets eten, bakje koffie,  condooms mee, bedankt! Tot straks op de baan!

Annelies herinner ik me als een stevige  vrouw met lang donker haar en een mooi gezicht. Heel anders als op de foto die op de politiebureaus kwam te hangen. Jaren lang. Die foto deed haar totaal geen recht. Iedere keer als ik hem zag hangen baalde ik weer.

1994. December. De vriend van Annelies slaat alarm als hij haar te lang niet ziet op de singel. Hij vreest. Hij mag geen melding doen van vermissing, dat mag alleen de familie. De oudere zus van Annelies gaat naar het politiebureau. De familie is dodelijk ongerust.
Ik kan me niet herinneren, dat er intensief naar haar gezocht is door de politie. Niet zoals later, toen men besefte wat er aan de gang was in Groningen, rondom de straatprostitutie.

1995. Januari. Annelies R. wordt gevonden nadat ze al meer dan een maand vermist is. Ze ligt grotendeels ontkleed, voorover in het Eemskanaal bij Appingedam. Annelies R. ligt al een tijd in het water. Heel alleen en met een touw om haar nek. Ze is gewurgd, maar niet met dat touw.
We zijn kwaad en geschokt.  Allemaal. Waarom zij. Ze heeft niks gedaan. Ze hoorde bij ons.

2001. Willem van E. bekent, Annelies R. om het leven te hebben gebracht. 6 jaar later is er eindelijk een dader, nadat er allerlei mensen uit de omgeving van Annelies R. door de jaren heen, verdacht waren geweest. Nadat haar familie zich 6 jaar afgevraagd heeft, wat er toen gebeurd is. In 1994.
Annelies R. was een cold case.
Willem van E. zegt haar eigenlijk per ongeluk vermoord te hebben, het was ineens zo, hij was er niet bij met zijn hoofd.
Willem van E. blijkt een seriemoordenaar te zijn. Uit Harkstede. Hij pikte regelmatig straatprostituees op.

Van haar oudere broer begrijp ik, jaren later, dat Willem een soort suikeroompje was voor Annelies. Ze kenden elkaar al langer en hij hielp haar met geld als ze dat nodig had om dope voor te kopen. Het maakt het vaak moeilijker om iemand om het leven te brengen waar je een band mee hebt.

Maar Willem deed dat toch, leek het bijna onbedoeld zo gedaan te hebben. Hij kreeg uiteindelijk levenslang. De broer en zus van Annelies zaten in de rechtszaal en schrokken van zijn kille houding.


2013.
Ik spreek de broer en zus van Annelies nog steeds regelmatig. Doordat ik haar gekend heb, hebben we een connectie die zij niet meer met veel mensen hebben. Bijna familiair. Dat is van belang. Ondanks dat we het er eigenlijk nooit over hebben.
Maar haar broer weet, dat als hij alarm slaat bij mij, over een vrouw die op de tippelzone loopt, en die hij te lang niet ziet, dat ik dat serieus neem. Dat maakt uit in zijn leven.

Willem zit vast. Levenslang. Onlangs heb ik het boek ‘Anatomie van een seriemoordenaar’  aan de broer van Annelies gegeven. Hij & ik dachten dat hij het nu, misschien, kan lezen. Kan verdragen. Toen het boek uitkwam, in 2006, kon hij het niet en heb ik het voor hem gelezen. Ik vond het een rotboek. Omdat ik teveel mensen erin ken.

Van Annelies staat n kinderfotootje bij haar broer in de kamer.  Nog altijd in zijn leven.

En ik ben er ook nog steeds. Door de jaren heen, op verschillende werkplekken. Niet inwisselbaar.

Want wij delen Annelies. Al negentien jaar. En zolang wij haar verhaal delen, is het ons verhaal. En is zij niet vergeten.

Heroinehoertjes en een SRV wagen

Wat doet een SRV wagen in de vredesnaam op Noorderzucht? Het antwoord ligt niet echt voor de hand, maar dit is het: in 1988 was Stichting de Gelaarsde Kat een mobiele huiskamer begonnen voor de ‘heroinehoertjes’ die rondtippelden in Groningen. Dat deden ze voornamelijk in het A-kwartier en op de Preadiniussingel.

Al op 15 april 1987 kondigde maatschappelijk werkster Iemkje Israels in Huize Maas te Groningen aan, dat zij met een nieuwe stichting, De Gelaarsde Kat (in oprichting), voor de, veelal verslaafde, straatprostituees in Groningen een huiskamerproject wilde opzetten.
Helaas werden de plannen niet bepaald enthousiast ontvangen en was de Gemeente Groningen niet bereid om ruimte ter beschikking te stellen voor een huiskamer of een opvangmogelijkheid.

De Gelaarsde Kat was, in alle jaren van haar bestaan, niet voor één gat te vangen. Dus er werd een mobiele huiskamer bedacht, en aangeschaft, in de vorm van een verbouwde SRV wagen. Een SeRVice voor de straatprostituees. De wagen stond in de avonduren geparkeerd op de plekken waar getippeld werd. De vrouwen konden een kop koffie in de wagen drinken, kregen 3 gratis condooms en konden er meer kopen tegen een lage prijs.  Indien gewenst werd er voorlichting of hulp geboden.
Naar ik meen, heeft de mobiele huiskamer een maand of 2 dienst kunnen doen.

Want een jaar en een dag na het optreden van Iemkje in Huize Maas, in de nacht van 16 april 1988, was dit hoe het afliep met de wagen.



Bron: de Krant van Toen/Nieuwsblad van het Noorden

Op de koop toe werd Iemkje in de dagen na de brand ook nog eens telefonisch bedreigd door mensen die zich aankondigden als bewoners van het A-kwartier.

De dader van de brandstichting is nooit gevonden. En ja, het zouden boze bewoners geweest kunnen zijn, maar net zo goed de boze vriendjes van tippelaarsters, die er ook al niet op zaten te wachten dat hun vriendinnen binnen koffie zaten te drinken in plaats van geld te verdienen.
Nog best heftig, die tachtiger jaren. Maar de aanhouder wint.

Drie jaar later, in 1991, is er toch een huiskamer gekomen voor de straatprostituees, op de Aweg.
De Gelaarsde Kat, met Iemkje als voorvrouw, heeft zich niet laten intimideren en kwam op voor de ‘heroinehoertjes’ zoals de pers helaas tot op de dag van vandaag nog vaak schrijft over verslaafde prostituees.  Met de vrijwilligers van de Gelaarsde Kat en later van het Straatprostitutie Project (SPP) stond Iemkje aan de wieg van de huidige tippelzone op de Bornholmstraat.
Daarvoor verdient ze veel lof. Want van een leien dakje ging het dus bepaald niet in Groningen.

De Droge Kroeg

In 1941 vierde De Droge Kroeg in Groningen haar 25 jarig bestaan. Via Internet heb ik bij het Groninger archief een bladzijde gevonden uit een langer document dat ons informeert over deze bijzondere mijlpaal.
Over wat de De Droge Kroeg was bericht ik hier, maar ook over de vele vragen die ik nog heb en waarvan ik hoop dat lezers van dit blog met antwoorden kunnen komen.
De Droge Kroeg is in 1915 opgericht als opvolger van een eerder initiatief van Jonkvrouwe de Ranitz.

 “In een kleine portaalkamer van de tóén nog achterbuurtachtige nauwe Kostersgang heeft mevrouw Jongvr. De Ranitz het prachtige initiatief genomen, om een Zondagsschool en bijeenkomsten te stichten voor de bewoners der achterbuurten”.

De medewerkers die genoemd worden zijn alle van adel. Zo lokten de dames van der Hoop- van Slochteren op zaterdagmiddagen de jeugd van straat met mandoline-spel en gezang. Wat een tijden waren dat toen, probeer nu nog maar eens op deze wijze de jeugd ergens naar binnen te lokken.
De werkzaamheden waren onder gebracht in de stichting “Het Chr. Geheel-Onthouders Gebouw”.

In 1915 ging het gebruik van het gebouw in de Kostersgang over in handen van de stichting “De Droge Kroeg”. Deze stichting exploiteerde een ruimte waarin men zo veel mogelijk de kroegsfeer wilde bewaren. Er kon worden gekaart, gelezen en gebiljart. Ook zijn op een foto van het archief mannen aan het dammen. Overigens komen op alle foto’s alleen maar mannen voor.


De Droge Kroeg heeft ook een hulpverlenende functie. In 25 jaar tijd hebben daarvan 2279 “patiënten” gebruik gemaakt, waarbij de bemoeienis bij meer dan de helft heeft geleid tot “grondige of algeheele genezing”.
Bijna 40% was in contact gekomen met De Droge Kroeg na een overtreding van het Wetboek van Strafrecht. Over de behandeling wordt het volgende vermeld:

“De therapie van “De Droge Kroeg” is: de drinkers ervan te overtuigen dat gezelligheid zonder alcohol bestáát en dat vermaak zonder alcohol mooier en rijker maakt”.

In zijn boek over de geschiedenis van drankgebruik en verslavingszorg voegt Jaap van der Stel aan deze gegevens geen andere toe. Ook op internet kan ik niets meer vinden.

Ik zal dus op een andere manier op zoek moeten naar de vele vragen die ik nog heb. Bijna op dezelfde plek in Groningen heeft het Leger des Heils nu een voorziening voor thuis- en daklozen. Was het Leger des Heils toen ook al eigenaar van De Droge Kroeg en heeft zij nu een nieuw pand op de plek van De Droge Kroeg?
Wanneer en waarom is De Droge Kroeg opgehouden te bestaan? Hoe ging het met dit initiatief tijdens de Duitse bezetting? 
In de jaren 20 ontstond het consultatiebureau voor alcoholisten in Groningen. Wat was de relatie van dit bureau met De Droge Kroeg?
Dit zijn misschien vragen waarop in het Groninger Archief het antwoord ligt. Mogelijk kunnen  ook lezers van dit artikel me helpen met het vinden van antwoorden.

Aardig is dat in De Droge Kroeg de sfeer van een café wordt na gebootst. In Groningen is al enkele jaren een zelfhulpgroep onder de naam InTact actief.
Hier nemen vooral jongere mensen met een verslavingsgeschiedenis aan deel. Uitgaan is voor veel van de deelnemers een belangrijk thema; maar de confrontatie met alcohol maakt het voor hen lastig om uit te gaan. Er is daarop het concept bedacht van een bruin café waarin geen alcohol geschonken wordt. Waar iedereen gezellig naar toe kan met of zonder een verslavingsgeschiedenis. Eigenlijk een beetje De Droge Kroeg.

Die naam heb ik hen ook eens voorgesteld. De naam kroeg viel niet in goede aarde. Was dat vroeger dan zo anders?

Wisselende kwaliteit heroïne in Nederland

Gun mij mijn shot,

ik ben er aan verslaafd

Al ga ik eraan kapot

Als het door mijn aderen draaft

Ik vind het toch zo lekker

het geeft me toch zo’n kick

Maar net als met een stekker

dan krijg je soms een flik

Dan gaat je lichtje uit

soms gaat het ook weer aan

Maak je alleen een stuit

en anders is het met je gedaan

Na enige jaren heroïne te hebben gerookt merkte ik dat ik steeds zieker werd als ik niets rookte. Als ik scoorde en begon te roken verloor ik veel van het kostbare spul. Ik kwam erachter dat ik niet alles meer naar binnen kon inhaleren als ik ziek was. Ik was kortademig en liet alle rook vervliegen. Het was mei 1979 dat ik mijn eerste shotje nam. Ik weet het eigenlijk nog goed. De kermis was begonnen en het was lekker weer. Ik had net wat gescoord samen met een paar gasten deze keer. Een van die gasten spoot wel eens vaker. Ik vertelde hem van mijn probleem bij het roken. Hij herkende dat natuurlijk en zei dat hij daarom is gaan spuiten. Hij zou het me wel voor kunnen doen. We gingen naar binnen bij de studenten sociëteit Vindicat en schoten een wc op de begaande grond binnen.  Daar maakte hij de dope klaar op de lepel en zoog het even later op in de spuit. Hij drukte de naald op de spuit en liet mij zien hoe ik mij arm moest afbinden. Hij had twee spuiten klaargemaakt een voor hem en de ander voor mij. Er was geen weg terug. Ik stak voor het eerst dat jaar een spuit in mijn eigen arm. Ik zoog het bloed eruit, maakte de riem los en spoot alles in mijn aderen. WAUW, ik wist niet wat me overkwam. Ik voelde een warmte en dan de snelheid waarmee de flash binnenkwam. Dat was wel even wat anders dan wat ik tot nu toe uit een gevoel van de dope had gehaald. Dit was het helemaal. Ik kwam de wc uit en ging naar buiten. Misschien kwam het ook door de omstandigheden, de zon scheen de kermis maakte zijn lawaai en ik liep ineens op de toppen van mijn stonedheid. Ik voelde me heerlijk.

Maar naar leuke tijden komen natuurlijk ook minder leuke tijden. We werden op de korrel genomen door de politie, die ondertussen lucht had gekregen van een groep jongeren die de stad onveilig maakte. Diefstallen uit winkels pleegde, geweld tegen anderen gebruikte en dat was nog maar het begin. Bijna drie jaar heb ik als gebruiker mijn gang kunnen gaan zonder dat ik last van de politie heb gehad. Daarna werd ik  regelmatig opgepakt en zat dan een paar dagen op het bureau aan de Rademarkt. Het afkicken viel niet mee in die dagen. Je kreeg toen nog geen methadon op het bureau. Er was vaker nieuwe dope in de stad te krijgen. Nadat de chinezen zich min of meer terug hadden getrokken, kwam er ook heroïne uit Turkije en Iran. Het spul wat daar vandaar kwam was sterker. Als ik na een paar dagen weer vrij kwam was natuurlijk het eerste  wat ik deed scoren. Ik moest wat hebben, al was de grootste afkick naar vier dagen wel voorbij. Maar tussen je oren natuurlijk niet, dan was je net zo ziek als je het binnen voelde. Ondertussen was ik bedreven geraakt in het spuiten van mezelf. Het ritueel wat volgde was, spuit regelen, citroen, beetje water en lepeltje regelen en dan een plaats waar ik op mijn gemak even de spuit kon klaarmaken en mezelf injecteren. De citroen prikt altijd even, als je in het begin de spuit inbrengt.

Ik zat deze keer op de wc van V&D en vernam dat ik een lichte overdosis nam. Evert Prak die toen bij me was, zijn naam kan ik noemen, hij is reeds overleden, zag het gebeuren. Ik zei dat het wel mee viel maar hij maakte er een drama van en waarschuwde iemand. Ik had weliswaar een overdosis genomen, maar verkeerde naar mijn idee niet in levensgevaar. De symptomen waren niet dusdanig dat ik volledig onderuit ging.  Iets wat ik een paar maanden later wel deed.

Toen was ik gelukkig bij iemand thuis die mij op tijd op de wc heeft gevonden. Uiteindelijk ben ik met een ambulance naar het AZG gebracht en met zoutwateroplossing weer op de been geholpen. Het was mijn eerste overdosis ten gevolge van wisselende samenstelling van de heroïne. Een bijkomend nadeel was dat mijn moeder er achter kwam dat ik een overdosis had genomen. Mijn moeder luisterde in die tijd altijd naar een politieradio en had mijn naam horen vallen. Ik had haar al jaren voor de gek weten te houden over mijn gebruik, dat was nu voorbij.


Van Evert heb ik later nog eens spuitersgeelzucht opgelopen. Soms zeker in de begin jaren van mijn gebruik, gebruikte je nog wel eens de naald van en ander. We wisten weinig van geelzucht en zeker nog niets van hepatitis C en HIV in die tijd.