Category: Groningen

Aan de Grond in Groningen

In mijn carrière ben ik in vroegere jaren met regelmaat op tv geweest. Ok, de regionale televisie, maar toch. Ik werd dan bijvoorbeeld geïnterviewd over de gebruiksruimte of de tippelzone. Die fragmenten van het nieuws nam ik vaak op zodat ik ze later nog eens terug kon kijken. Op een videoband. Die heb ik later over laten zetten naar een dvd. Verder nam ik van alles op wat voor mij interessant was vanwege mijn werk, toen nog in de verslavingszorg. Onlangs keek ik de dvd na jaren weer eens door. En stuitte ik op de documentaire ‘Aan de Grond in Groningen’ (1999) van Wil Dwarswaard in opdracht van (toen nog) Stichting Huis.

In de negentiger jaren was het leven toch even anders dan in 2018, zo’n 20 jaar later. In Stad was veel drugsgerelateerde overlast, in eerste instantie vooral op het Guyotplein waar de rechtbank zoals die er nu staat in 1998 geopend werd.  De overlast was zo groot dat er op een bepaald moment een caravan geplaatst werd die als tijdelijke politiepost moest dienen. Pas nadat het plein ongeveer volledig kaal gesnoeid was verplaatste de overlast zich. Naar het Noorderplantsoen en dat is in deze film goed te zien. De gebruiksruimte zou, vanwege deze overlast, in 2000 opgezet en geopend worden.

Wat meer: straatkrant De Riepe bestond nog maar net, vanaf 1997, en werd gezien als een waardevol initiatief om daklozen een kans op een beter leven te geven. Een beetje geld verdienen en weer onder de mensen zijn, gezien worden. In 2017 is het 20 jarig jubileum van de Riepe groot gevierd.

Geen mobiele telefoons in beeld, want die waren er wel maar niet voor de grote massa. Smartphones bestonden nog niet, dat was pas vanaf 2007… Nergens computers want ook die gebruikten we toen nog maar mondjesmaat. Meestal om te mailen en als tekstverwerker. Internet was bij lange na niet zo belangrijk als nu, we waren er eigenlijk niet zo afhankelijk van. Lijstjes en papieren aantekeningen volstonden meestal wel. En protocollen? Daar hadden we in die tijd nog nauwelijks van gehoord. We spraken met elkaar over wat de beste manier was. Ook als iemand boos of emotioneel was. Contact houden was onze manier en eigenlijk was dat veel fijner dan alle voorschriften over hoe wij nu met elkaar om moeten gaan. Just saying.

‘Aan de Grond in Groningen’ (25 minuten) geeft een goed beeld van een tijd in Stad Groningen die voorgoed voorbij is. Het is een tijdsbeeld wat niet mag ontbreken op Noorderzucht, waar het juist ook gaat om oude verhalen uit de (verslavings)zorg aan de geschiedenis te onttrekken en opnieuw te vertellen.

Voor de liefhebber is hier de link! Met veel dank aan RTV Noord die de film voor mij uit het archief gehaald heeft en op Youtube zette; en de maakster van de film om toestemming gevraagd heeft om dat te mogen doen. Echt top!

Briefjes uit de bemoeizorg (4)

Soms laat een briefje niets te wensen over. Deze heb ik echt jaren lang bewaard. Het was een briefje van een geliefde cliënt van mij – inmiddels op leeftijd – die overigens nog still going strong gaat en dat is bijna ongelooflijk als ik denk aan de dagen dat ik aan zijn bed in het ziekenhuis zat terwijl hij bijna dood ging aan longontsteking. Dat is nu denk ik zeker 7 jaar geleden.

Het briefje is vermoed ik meer dan 15 jaar oud; toen we nog een actieve begeleidingsrelatie hadden. We kennen elkaar vanaf mijn tijd in het Huis van Bewaring. Ik was toen 26 jaar en hij moet rond de 40 geweest zijn. Registratie over wie je sprak en hoe lang was toen nog geheel op papier dus helemaal precies kan ik het niet melden.

Geschiedenis. Door de jaren heen gedeeld en heel af en toe treffen we elkaar nog wel eens. Dat is dan meestal in een huis waar hij even komt gebruiken en waar ik even kom kijken hoe het met de cliënt gaat die daar woont. Een tijd lang was zijn grootste vriend een cliënt van mij die eveneens still going strong gaat en dit jaar 76 jaar wordt. Kleine wereld.

De man van het briefje is een Surinaamse meneer die als hij mij ziet, hoe oud ik ook geworden ben door de jaren heen, nog steeds met me flirt en tegen me zegt dat ik zijn ‘Fleuropbloem’ ben. En tot voor een jaar of vijf, mijn verjaardag altijd onthield en dan belde hij me met felicitaties. Ik heb veel aardigheid aan dit soort toppers met hun positieve kijk op hun niet altijd gemakkelijke leven. Ik zie hen vrijwel nooit sip of in een dip. Er is altijd wel iets om over te lachen of blij van te worden en zelfs mopperen is een kunst op zich waar uiteindelijk weer een lach uit tevoorschijn komt.

Ik ben blij dat hij nog steeds zin heeft in het leven. En dat ik hem soms nog tref of de groetjes krijg. Ik doe natuurlijk altijd de groetjes terug.

 

Naschrift: in de nacht van 9 maart 2019 overleed de onnavolgbare ‘Kaja’ plotseling. Hij had nog tot diep in de nacht zitten kletsen met een vriend die om 4.00 naar huis ging. De volgende ochtend werd hij gevonden, overleden. Zijn begrafenis was druk en vrolijk. Er werd gedanst en gezongen. Hij had er vast graag bij willen zijn…

Kerstborrels in verslavingsland

Als je een cliënt bent in de verslavingszorg, of in de (O)GGZ, dan wordt je niet zo vaak uitgenodigd op een kerstborrel. Nou nooit eigenlijk.  Of op een nieuwjaarsborrel trouwens ook niet. Heel Nederland borrelt zich rot in deze dagen maar als cliënt wordt je niet geacht… waarom niet eigenlijk?

In onze gebruiksruimte (2000 – 2010) was het van het begin af aan de gewoonte om met kerst en oud en nieuw een borrel voor de bezoekers te organiseren. We schonken daar toen we nog een zelfstandige stichting waren gewoon een biertje en een wijntje bij, juist ook voor de bezoekers. En we hadden hapjes en bitterballen en salades en toastjes. De reden; heel Nederland mag met kerst een borrel drinken, maar bezoekers van de gebruiksruimte niet omdat ze nu één keer cliënten van de verslavingszorg waren. Zouden ze niet beter zelf kunnen kiezen? Waarom moesten wij voor hen bepalen wat ze wel en niet mochten? Bovendien, we hadden het hier over een gebruiksruimte. Het was bepaald niet zo dat bezoekers aan het afkicken waren en je hen dus, door drank aan te bieden, zwaar in de verleiding zou brengen om de mist in te gaan. Dus na enig overleg in het team besloten we in ons eerste jaar van ons bestaan, 2000, het erop te wagen en te zien hoe het zou lopen.

Dat eerste jaar geloofde men de ogen niet toen wij na sluitingstijd op kerstavond inderdaad met 1 kratje bier en 2 flessen wijn aan kwamen zeulen, naast de gebruikelijke flessen fris, toastjes met sellerysalade, blokjes kaas en chips met dipsaus. Niemand durfde om een biertje te vragen, want het was vast en zeker een grap van het personeel. Degene die het eerste om een biertje zou vragen, zou vast ongenadig uitgelachen worden! Haha, dachten jullie nou echt…

Maar er gebeurde niets, toen één dappere vrouw uiteindelijk zei; ‘nou, doe mij er dan maar eentje…’ Er gebeurde nog steeds niets toen zij een eerste voorzichtige slok nam. Er kwamen meer schapen over de dam. Er ontstonden gaandeweg gesprekken, ook over hoe een ieder met alcohol omging. Er waren best veel bezoekers die geen alcohol dronken omdat ze al genoeg andere middelen gebruikten. Maar het was geheel nieuw voor hen, dat ze een keuze hadden. We hebben dat kratje bier niet opgekregen die middag. Het was wel gezellig. Net een gewone borrel eigenlijk, alleen zonder dronken mensen. Bezoekers gingen met blokjes kaas rond, we hadden het over de kerst, relaties die een ieder gehad had en hoe moeilijk het is om met kerst te voelen, hoe eenzaam het gebruikersbestaan eigenlijk maakt. Want na de borrel ging iedereen wel weer de straat op, tot de nachtopvang open zou gaan om 21.00.

Deze borrels zijn altijd erg populair gebleven bij de doelgroep. In oktober vroegen sommige bezoekers al, of het er weer van ging komen. Toen de gebruiksruimte niet meer de vrijheid had om alcohol te schenken, want dat was op een bepaald moment verboden als er cliënten in een pand van de verslavingszorg aanwezig waren en ja hoor, die waren er bij de gebruiksruimte eigenlijk altijd wel… bleven bezoekers met weemoed denken aan die eerste jaren dat het allemaal wel mocht. Ze hadden zich op die momenten even een gewoon burger gevoeld. Iemand met een keuze. Wel of niet drinken? Iemand met een mening. Nee, ik hoef geen alcohol met al mijn andere middelen. Maar toch bedankt voor het aanbod. In de jaren dat we het aanboden, is het never ever uit de hand gelopen. Op geen enkele manier; ik was mega trots op mijn team en mijn bezoekers. Samen het feestje maken. Dat konden wij met zijn allen!

Nu is het bijna 2018 en zitten we helemaal in eigen kracht, eigen regie, eigen verantwoordelijkheid en eigen keuzes maken. Maar bij mijn weten zijn er ook nu nog heel weinig plekken waar een bezoeker, een cliënt, een deelnemer, gewoon lekker uitgenodigd wordt voor een echte borrel met hapjes en toestanden met kerst of oud en nieuw. En waar dat persoonlijk is. Omdat we het jaar weer samen gehad hebben en vieren dat we er nog zijn. Ja, ik weet een paar plekjes waar dat nog kan en die verraad ik niet. Want voor je het weet moet men daar ook weer inbinden omdat het blijkbaar niet kan. Gewoon even met elkaar zijn, biertje, wijntje, nootje erbij. Eigen keuze en een beetje begeleiding dat het allemaal gezellig blijft, de hele avond. 

Wij hadden het altijd superleuk op onze borrels waar nooit iemand dronken werd. En ja deze foto plaats ik gewoon. Omdat dat mag vanwege juist die geschiedenis. Het was een toptijd; we hebben van elkaar genoten. Happy 2018!

Kerstborrel Herebinnensingel 2004 (eigen foto)

Moment, ik ben in vergadering!

“Moment, ik ben in vergadering!” riep hij in zijn mobiele telefoon terwijl hij gehaast opstond en naar de gang liep. Ongeveer eens in de zes weken werd er aan het eind van de middag een bezoekersvergadering gehouden in de gebruiksruimte aan de Herebinnensingel 35; ik werkte daar van 2000 tot 2010. We vergaderden met onze bezoekers vanaf  de start van deze voorziening; de bedoeling was dat wij als team bij de les bleven door de bezoekers actief te vragen naar hun mening en ideeën. Daarnaast was het ook een goede gelegenheid voor ons om de bezoekers op de hoogte te houden van ontwikkelingen, zowel binnenshuis als buitenshuis en hen te spreken over zaken die goed of minder goed gingen.

Om het een beetje prettig te houden bestelden we altijd een lading Chinees eten; het was informeel en bovendien kreeg iedereen dan ook weer eens iets warms binnen. Voor ons was het een hele kunst om de te bespreken punten er door heen te jagen, zelf een bordje mee te eten, te notuleren, en liefst wat antwoorden te geven en besluiten te nemen. De spanningsboog was maar kort. Een half uurtje, dan was het wel weer gedaan en werd de vraag, of er na de officiële sluitingstijd van de Herebinnensingel nog even gebruikt mocht worden, weer actueel.

Tijdens zo’n vergadering, waar de gemoederen normaal gesproken wel eens hoog op liepen was iedereen wat stilletjes. De normale punten werden besproken; de sfeer in huis, wordt het pand nu wel of niet verbouwd en waar moeten wij dan heen; dealen in huis is niet toegestaan, en hou eens op met van elkaar te jatten en te schooien. Ik zat druk in mijn schriftje te schrijven want notulen zijn handig voor de volgende keer. Het was namelijk wel zo, dat je gaandeweg iedereen een beetje weg zag zakken. En nog een beetje meer. We hebben wel vergaderingen gehad waar iedereen, echt iedereen, na het eten even in een slaapje viel.  Je begon echt te twijfelen aan je vermogen om mensen blijvend te boeien. De volgende keer vroegen een aantal mensen zich dan verontwaardigd af, wanneer een bepaald besluit genomen was.

‘In de laatste bezoekersvergadering’ ‘Niet! Daar was ik en ik weet van niks!’ ‘Nee maar je sliep.’ ‘Oh. Maar ik wil dat punt wel weer op de agenda want ik ben het niet eens met het besluit.’

bron: persoonlijk archief. Werktelefoon klant.

Vandaar die notulen. Bewijsstukken waren het eigenlijk. Die  keer waren een aantal mensen er nog wel aardig bij; ze deden hun best om punten in te brengen. Maar ze waren niet fanatiek. De andere helft deed even de ogen dicht. Tot er een mobiele telefoon afging. De eigenaar, eigenlijk ook wat soezelig, schoot omhoog, en nam naar mijn idee zeer adequaat op met de woorden: “Moment, ik zit in vergadering!”  Waarna hij gehaast naar de gang liep om zijn gesprek daar voort te zetten.Hij had wel manager kunnen zijn. Ware het niet dat het waarschijnlijk de dealer was die belde.

Het was dezelfde man die mij via een briefje uit de bemoeizorg liet weten dat hij er even niet bij was en excuus voor de overlast.

 

In Memoriam Jan Reinders

imageJan Reinders. Hij overleed vandaag 1 jaar geleden. 365 dagen zijn voorbij. In overleg met zijn zus Wienie en zijn zwager Gerrie heb ik een In Memoriam geschreven; ik vind dat passen op deze plek. Jan was een bijzondere man. Ik was dol op hem.

De laatste week van Jan. Wienie, zoals altijd alert, belde mij donderdagmorgen al vroeg, het was 5 november 2015. Ze maakte zich grote zorgen om haar broertje en ik belde de huisarts om te overleggen. Die kwam snel en was er ook snel uit. Jan was ernstig ziek en hij moest naar het ziekenhuis. Toen ik Jan zei dat ik met hem naar het ziekenhuis zou gaan, en aan hem vroeg hoe hij dat wilde, met de ambulance of met mijn auto, zei Jan, met jouw auto. Gerrie viel zowat van zijn stoel. Want Jan ging niet in de strijd over dat ziekenhuis, hij ging.  Dat was bijzonder en een teken dat het niet goed ging.

Ik vertrok met Jan naar de spoedpoli. De situatie bleek zorgelijk. Longontsteking, te laag zuurstofgehalte, te laag zoutgehalte in het bloed. Jan werd opgenomen. Hij was erg benauwd. Hij kreeg zuurstof en antibiotica. Al snel bleek dat hij iedereen wist te verbazen. Vanwege zijn vriendelijke oprechtheid en vanwege zijn karakter. Never give up. Op vrijdag werden Wienie en Gerrie gebeld omdat het zo slecht ging dat men dacht dat het einde verhaal was. Maar Jan was Jan. Hij wilde helemaal niet dood, nog niet. Hij knapte weer op en kon met ons praten. Wienie bleef wel bij Jan in het UMCG slapen die nacht. Het was kritiek. Ik zat die avond even bij hem.  Jan werd wakker en riep blij: ‘Hee Froukje! Hoi!’ Hij was er weer bij. Maar hij streed. Hij was erg kortademig en hij had niet zoveel meer bij te zetten. Dinsdagavond, toen ik weer een tijdje bij hem zat en hij erg onrustig was, was hij aan het tieren. Zonder adem, maar toch. Hij wilde met rust gelaten worden, hij vond het niks zo. Ik keek naar zijn ogen en zag dat hij het wist. Ik ook. Hij was stervend en hij had er vrede mee. Jan Reinders in een verpleeghuis met zuurstof en een scootmobiel? Dat nooit.

Woensdag 11 november, de 11e van de 11e, rond 11 uur ‘s ochtends, heeft hij in het bijzijn van zijn geliefde zusje besloten dat het klaar was. Hij overleed.

14 november 2015, wintertijd, 18.00, het was al donker. Het regende keihard, bladeren vlogen mij om de oren en ik bespeurde zelfs hagelstenen. Er stonden mensen te schuilen en wij Nederlanders doen dat niet zo vaak want we zijn veel gewend. Ik dacht aan Jan. Riders on the storm. Zijn lied. Afscheid van Jan, iedereen was uitgenodigd om nog één keer gedag te zeggen. Zijn hondjes waren erbij. Ze hebben heel indrukwekkend afscheid genomen van de baas. Dieren weten wel degelijk dat dood, dood is. We waren blij dat we ze meegenomen hadden.

Jan Reinders, hij betekende veel voor mij. Ik kende hem al zolang,  vooral vanuit zijn bemoeienis met de gebruiksruimte waar ik toen werkte. We hadden eerst vaak strijd. Jan was in zijn goede dagen een geduchte bezoeker die een mening had. Daar was ik best blij mee maar hij had de neiging door te schieten en niet te snappen wat zijn persoon voor impact had op nieuwe net afgestudeerde medewerkers. Tegelijk kon ik het daar altijd met hem over hebben, hij had veel begrip als ik de tijd nam om het met hem te bespreken en uit te leggen. ‘Jan, als jij Elco uitscheld voor teringmiet terwijl hij alleen iets zegt over een tosti dan komt dat niet goed.’  ’Ja meisje, sorry’.

Pas de laatste jaren regelde ik in overleg met Wienie wel eens wat dingen. We hadden een goede samenwerking. Dokters, ziekenhuis, dierenarts vervoer, overleg Lefier deed ik. Wienie de rest. De rest was veel.

Jan Reinders. Meestal thuis, destijds in de HL Wicherstraat. Ik mocht altijd binnenkomen. Ha meisje kom binnen. Of dag dame, kom binnen. Zelfs in de periode dat ik niet meer in Groningen werkte, keek ik af en toe even bij hem. Dat vonden we leuk. Perro en Pinkie, de hondjes en de geboorte van de nieuwe hondjes. De foto die ik voor hem in een lijstje gezet had van hem met de puppy’s stond nog lang in de kamer. Het boek van Sietse van der Zee over Willem van E. die zus Annelies gedood had. Ik had het boek lang geleden al gelezen, voor Jan. Omdat ik wist dat hij het zelf niet kon. Maar een paar jaar geleden gaf hij aan het boek te willen lezen en ik kocht het voor hem. Het stond ook tijden in de kamer. Of hij het gelezen heeft? Ik denk het niet. Het was te pijnlijk denk ik, dat was het al voor mij en ik was niet het broertje van Annelies. Ik kende haar alleen maar.

Jan Reinders en zijn Bank, met een hoofdletter. Hoeveel mensen mochten op zijn bank slapen als ze nergens meer terecht konden? Ik schat tientallen. Hij belde af en toe voor iemand. Dan moest ik komen want hij vond dat er een goede hulpverlener op moest. Ik kwam altijd als Jan belde.

De laatste paar jaar hadden we veel zorgen over Jan. Hij was erg afgevallen en een paar keer gevallen waardoor hij zijn heup brak. Hij zat alleen nog maar thuis op de bank met de hondjes en hij vond dat niet leuk. Het verschil tussen de Jan die in een interview aan Oog tv een oproep doet aan de mensen die iets weten over de verdwijning van Marian Kusters, in 2009 en de laatste jaren, deed mij versteld staan toen ik het opzocht. Toen had hij zijn puntlaarzen nog aan, zonnebril op en een krachtige stem. Daar was het laatste jaar geen sprake meer van.

Jan is er niet meer en ik gun mezelf en Wienie en Gerrie dat niet, maar hem wel. Want hoe was het afgelopen als hij dit verhaal overleefd had? Dan was Jan, Jan niet meer geweest.

Ik heb in de dagen voor het overlijden van Jan veel opgetrokken met Wienie en Gerrie. Wienie wat heb je je geweerd in het leven van je broertje. 2 handen op 1 buik. Onvoorwaardelijk. Dat vond ik altijd prachtig om te zien en ik heb vaak genoten van het contrast tussen jullie. Jij kwam met kopjes koffie en een koekje uit de keuken als ik je trof bij Jan en Jan stak de keuken half in de fik met de frituurpan wat hij vervolgens geen probleem vond. Wat een prachtige liefde hadden jullie tussen jullie en wat is het jammer dat Jan er nu niet meer is. Gerrie ook veel bewondering voor jouw inzet. Je was altijd bij Jan en de hondjes en ondanks dat je moest huilen toen je Jan snel zag verslechteren, bleef je er wel bij. Je inzet tot op heden voor Perro is geweldig,  je hebt er veel werk van maar het gaat goed. Jullie zijn toppers!image

Vorig jaar, op 14 november 2015 namen we afscheid van Jan. Afscheid. Ik kon me toen niet voorstellen dat ik Jan niet meer opzocht. Even kijken hoe het is, of er iemand op de bank zat, even in de wereld van Jan waarvan ik regelmatig, één keer weer buiten op straat in het licht dacht, oh ja. Ik zat even in een andere wereld. Het was een hartelijke prettige wereld waarin iedereen mocht komen. Wat een mooi ding in de harde wereld van de verslaving. Zo zal ik mij Jan Reinders altijd herinneren. Een groot warm hart in een wereld die hem vaak veroordeelde, maar uiteindelijk nooit bestand bleek tegen zijn hartelijk welkom.

Dag meisje kom binnen.

Dag Jan.